Bosuil (Strix Aluco) | soortbeschrijving

Een stille, donkere nacht en dan opeens; de roep van de bosuil. Wellicht dat u wel eens het voorrecht heeft gehad om dit te mogen horen. Roep zou je het niet eens mogen noemen, dat zou afbreuk doen aan de schoonheid van het nachtelijke concert wat de bosuil ten gehore brengt. In het diepst van de nacht behoort deze melancholie tot de pracht der natuur.

    

Bosuil Strix aluco  
lengte: 37–43 cm  
vleugelspanwijdte: 94–104 cm  
gewicht: ♂ 440 g, ♀ 553 g   
broedperiode: februari tot juni   
legsel: 1 tot 6, meestal echter 2 tot 4 eieren  
broedtijd: 28 tot 30 dagen  
uitvliegen na: 20 tot 35 dagen  
takkeling: na het uitvliegen tot ongeveer 50 dagen oud  
in territorium: ongeveer 3 maanden  
volwassen: de bosuil kan na 1 jaar voor nageslacht zorgen  

De bosuil is een echte nachtvogel die 37 tot 43 cm groot kan worden en een vleugelspanwijdte van ongeveer 1 meter kan bereiken. Opvallend is de grote ronde kop en de donkere ogen. Zoals alle uilen kunnen ook bosuilen hun ogen niet verdraaien. Dit gebrek wordt gecompenseerd door de flexibele hals welke ze bijna volledig rond kunnen draaien. Het verenkleed van bosuilen is erg variabel, van bruin tot grijs en alle daartussen liggende vormen. Het zijn onopvallende vogels die overdag onopgemerkt tegen de stam van een boom kunnen zitten. Ze verdwijnen als het ware door hun uitstekende schutkleur, bijna als onderdeel van de stam.

 

Bosuilen broeden hoofdzakelijk in oude loofbossen, of bossen met oude bomen. Helaas zijn oude loofbossen een zeldzaamheid geworden. Bomen met holtes genieten de voorkeur, daar het echte holenbroeders zijn. Bosuilen vindt men dan ook met regelmaat in nestkasten, welke speciaal vervaardigd zijn voor deze uilensoort. Natuurlijke nestplaatsen zijn nog zelden waar te nemen. En toch, van tijd tot tijd vind je zo'n natuurlijke nestplaats. Het voedsel van de bosuil is erg gevarieerd. Deze uil kan zich dan ook goed aanpassen in tijden van muizenschaarste. Behalve muizen bestaat het dieet van bosuilen ook uit vogels, insecten, regenwormen, amfibieën en zelfs vleermuizen.

 

Bosuilen beginnen soms in december reeds met de balts waarbij ze hun typerende geluid ten gehore brengen; "OEEEEH-HOE-HOE-HOE-HOEHOEOEEH". Dit geluid is kenmerkend voor het mannetje, het vrouwtje geeft haar respons door een scherp gekrijs; "KIE-WIET". Het vrouwtje legt tussen de 3 en 6 ronde witte eieren, deze worden ca. 1 maand bebroed. Omstreeks de 1e week van april hebben bosuilen jongen. De jongen verblijven dan meestal 20 tot 25 dagen in het nest, en gaan dan al vroeg op ontdekking uit. Ze klauteren dan de takken in waar ze zich rondom het nest ophouden. Takkelingen worden deze uiltjes dan genoemd. Met ongeveer 50 dagen beginnen ze met hun eerste vlieglessen, kleine stukjes. Met ongeveer 2 maanden vangen ze zelf hun eerste prooi. Na zo'n 3 maanden worden de jonge bosuilen verjaagd uit het territorium van hun ouders en gaan zij op zoek naar hun eigen plaats in de natuur. Zoals bij uilen gebruikelijk is, zoeken ze een partner waar ze het gehele leven bij verblijven. Pas in geval van sterfte zoeken bosuilen een andere partner.

 

In Nederland is de bosuil standvogel en heeft hij geen bedreigde status, het is een algemene broedvogel. Het aantal bosuilen in ons land neemt langzaam toe. In 2002 was er sprake van een populatie van 4.500 à 5.500 broedparen en zelfs in 2013-2015 wordt hetzelfde aantal waargenomen. www.sovon.nl

Terug