Hoofdsponsors

De Goudvink

( Pyrrhula pyrrhula)

Deze, zeer mooie opvallende, kleine vink komt voor in dicht struikgewas, heggen, dichte verwoekerde sloten en boomgaarden. Vooral het mannetje is vaak goed te zien door zijn “gouden” buikje maar dit is meer oranjegrauw. Met zijn zwarte kop en zwart met grijze vleugels valt hij goed op. Het vrouwtje heeft een meer grijze dan oranje buik en haar nek tot de staart is meer bruin dan grijs. De stuit is wit en heeft korte pootjes.

De goudvink is met geen enkele andere vogel te verwarren.

In Sevenum is hij regelmatig te zien in de Heesbeemd vlak bij t ooievaarsnest. Let wel, ze zijn vaak schuw en zitten hoger in ‘t struikgewas. Zelden zitten ze in toppen van bomen. Nu na een aantal jaren komen ze steeds terug op de dezelfde plek.

In geheel Europa komen ze voor behalve in het zuiden van Spanje en Noord-Scandinavië.

Hij blijft het gehele jaar in Nederland en trekt dus niet naar ‘t warme zuiden. Wel is het zo dat er Scandinavische vogels in de duingebieden van ons land komen overwinteren

In de struiken zit hij de buiten lagen van een knop van een bloem weg te eten of de zaden van een es en/of esdoorn. Het meeste plezier heeft de goudvink toch wel aan de knoppen van fruitbomen om deze op te eten. Ook bramen of bosbessen eet deze vink graag.

De goudvink is iets groter dan de mus met een gewicht van 20 tot 25 gram.

Ze leven vaak in groepjes van een paar goudvinken bijeen en houden contact door een zacht en laag gefluit. In de lente laten ze een gefluit horen met wat krakende geluiden erbij.

Het vrouwtje broedt de 4 – 5 eieren in twaalf tot veertien dagen uit en na een kleine drie weken vliegen de jongen uit. Tot volgende keer Marcel hendriks.