Steenuil (Athene noctua) | soortbeschrijving

Een Steenuil heeft een mooi gevlekt verenkleed. De bovenzijde is bruin met witte spikkels en de onderzijde witachtig en dicht bruingestreept. Opvallend aan zijn bolle ronde uilenkop zijn de lichte oogstrepen en natuurlijk die grote gele ogen die je indringend aankijken. De pootjes van dit uiltje zijn wit bevederd. Niet voor niets is dit de kleinste uil van Nederland, hij is nauwelijks groter dan een Zanglijster met zijn 23 cm. De spanwijdte van de brede vleugels ligt tussen de 54 en 58 cm. Steenuiltjes hebben een kleine staart, hoe kan het ook anders zou je denken. De vlucht van een Steenuil is heel mooi en golvend, net zoals een specht.

      

Steenuil Athene noctua
lengte 21 - 23 cm
vleugelspanwijdte 54 - 58 cm
gewicht ♂ 162-177 gram, ♀ 166-206 gram          
broedperiode half april tot half mei: 1 legsel, soms tot half juni (2e legsel)
legsel 3 tot 5 eieren, gemiddeld 4, soms tot 7 eieren in gunstige voedselrijke jaren
broedtijd 24 tot 28 dagen
uitvliegen na ongeveer 1 maand
takkeling 38 tot 46 dagen
in territorium daarna worden ze nog ongeveer 5 weken verzorgd
volwassen aan het eind van hun eerste levensjaar geslachtsrijp.

Steenuilen houden van een afwisselend kleinschalig (half) open landschap. Op erven welke omringd worden door dit landschap, zul je de Steenuil dan ook aantreffen. Knotwilgen, hoogstamfruitbomen en gebouwen gebruiken ze om in te broeden zoals (oude) kippenschuren, schaapskooien en paardenschuren. Hagen, heggen, takkenbosjes en schuurtjes worden ook zeer gewaardeerd om te dienen als schuilplaats voor de uilen. Hun jachtgebied bestaat uit hagen, houtwallen, slootranden en (schapen)weides. Steenuilen jagen op kevers, nachtvlinders, regenwormen, kikkers, muizen en kleine vogels, het menu van een Steenuil is dus erg gevarieerd. Braakballen van een Steenuil zijn makkelijk herkenbaar aan de vele blinkende keverschildjes die aan de buitenkant zitten. Het zijn kleine grijze braakballen, ongeveer 3 cm lang. Steenuiltjes zijn vooral in de schemering en nacht actief maar je ziet ze ook in de vroege ochtend en overdag wel eens jagen, of zittend op een paaltje of schuur.

 

In de avondschemering hoor je Steenuilen in een bepaalde periode (maart) veelvuldig roepen. De Steenuilen proberen door middel van hun kenmerkende "PIEEEW"-roep in contact met elkaar te komen. Gemiddeld leggen Steenuilen 4 eieren en ze broeden één maal per jaar. De eieren zijn glanzend wit en worden gelegd met tussenpozen van 2 dagen. Vanaf het één na laatste ei wordt er pas gebroed en de broedduur is bij deze uiltjes zo'n 25 à 28 dagen. Als de jongen ter wereld zijn gekomen, duurt het nog ongeveer 4 weken voordat ze het nest verlaten en gaan rondneuzen. Omdat ze dan nog niet goed kunnen vliegen is het een gevaarlijke periode voor de jonge uiltjes. Op de grond zijn ze kwetsbaar voor slecht weer en roofdieren. Klauteren kunnen ze dan wel als de beste en dat doen ze ook met veel plezier. Eind mei, begin juni zie je de kleine uilskuikentjes meestal zitten op het dak van een schuurtje, of in een fruitboom of knotwilg.

 

Landelijke achteruitgang

Hoe vanzelfsprekend het voorkomen van de Steenuil lijkt in onze regio, hoe anders is dat in het westen en noorden van het land, waar de populatie van de Steenuil in 30 jaar tijd zienderogen achteruit is gegaan. In het oosten en zuiden van Nederland kunnen ze zich nog enigszins handhaven, hoewel ze ook in die regio's achteruit gaan. Rond 1980 zaten er nog zo'n 10.000 paartjes in Nederland, in 2000 lag dat aantal rond de 6000. Vogelbescherming Nederland heeft de Steenuil opgenomen in de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten en dat is zeer zeker geen goed voorteken. De oorzaak van deze achteruitgang moet gezocht worden in de aantasting van het leefgebied van de Uil. Uitbreiding van dorpen en steden en de aanleg van wegen en industrieterreinen hebben het landschap zodanig veranderd dat het leefgebied voor de Steenuil en veel andere vogels en dieren ingekrompen of verdwenen is. In dit leefgebied vindt de Steenuil zijn broedgelegenheid en zijn voedsel. Eveneens zijn er veel oude (kippen)schuurtjes verdwenen waar de uiltjes in huisden. De uil houdt ook niet zo van erven die er te netjes bijliggen, van dat opgeruimde moet het vogeltje niet zoveel hebben, geef de Steenuil maar een mooi rommelig erf. Ook dat is dus een bedreiging voor de uil, alles moet tegenwoordig strak en netjes opgeruimd zijn. Op erven waar de Steenuil voorkomt, op het platteland en aan de dorpsrand, kan men meehelpen met de bescherming van deze kleine ondeugd. Dit kan door oude schuurtjes op erven te laten staan, door bomen te knotten en snoeihout en takkenbossen te laten liggen of door een nestkast te plaatsen als dat nodig is. Ook het inzaaien van een strook met bloemen doet wonderen voor de Steenuil en de gehele omgeving, daarom gonst het er van de vlinders en muizen. Het inrichten van het erf is dus niet alleen voor de Steenuil een verademing, het is voor planten, insecten én dieren van belang. 

Terug