Hoofdsponsors

Flamingo (Phoenicopteridae roseus)

De flamingo komt van oorsprong ook in Nederland voor. De meeste van ons zullen de flamingo asscieren met verre oorden, meestal met lekker weer, zoals ze ook in detective-intro’s voorkomen. Niets is minder waar, de flamingo komt ook in koude gebieden voor en zijn dus ook in Nederland te vinden. Dan gaat het vooral de Europese flamingo aan, soms vergezeld van Caribische en of Chileense flamingo’s. Vroeger leefden er hier al flamingo’s maar waarschijnlijk door menselijke activiteiten zijn ze, enkele duizenden jaren geleden, uit ons landschap verdwenen. Door verbeterde omstandigheden en bescherming zijn teruggekeerd. Dit geldt alleen voor de Europese soort. De andere soorten zijn waarschijnlijk hier gekomen door menselijk toedoen: vrijgelaten of ontsnapt uit collecties. Helemaal zeker weten we dit niet want een flamingo is zeker in staat duisenden kilometers af te leggen en kan dus ook de oceaan zijn overgestoken.

Flamingo species

van links naar rechts: (bioweb.uwlax.edu)

Kleine       James’      Andes     Chileense Caribbische Europese

Verwantschap en voorkomen

De hier voorkomende  flamingosoorten zijn nauw verwant aan elkaar, zo verwant zelfs dat ze gemakkelijk in gemengde groepen voorkomen en zelfs hybridiseren. De nakomelingen zijn vruchtbaar wat inhoudt dat de soorten genetisch niet ver van elkaar staan. Dat valt ook af te lezen aan een gelijkend paringsritueel: bij sterk verschillende soorten wijken de rituelen dusdanig af dat er weinig kans op een paring is. Er is een vruchtbare populatie flamingo’s in West Europa van ruim 30 Chileense en ruim 15 grote flamingo’s. Daarnaast leven er 15 tot 20 hybriden van verschillend soorten voorouders.

In Zwillbrockerven, net over de grens bij Groenlo,

  Zwillbrocker Ven           

(www.stiftung-nlw.de/unsere-arbeit/heideentwicklung-und-tourismus/ en Google maps)

Zwillbrocker Ven mapgoogle

Het Grevelingenmeer is het gebied in Nederland waar de flamingo’s, met name die uit Duitsland, graag overwinteren. In de winter houden ze zich meestal op in de Nederlandse Delta, de laatste jaren met name in het Grevelingenmeer. Flamingo’s zijn voor het vinden van voedsel afhankelijk van open water en gewoonlijk vriest hier het water niet dicht.

Bouw

Flamingo’s hebben een bijzonder lange hals, bijzonder lange poten en vooral ook een bijzonder aangepaste snavel. Met deze snavel kunnen ze water filteren met een precisie waarop een gemiddelde baleinenwalvis jaloers zou zijn. Het zijn overigens omnivore vogels, hun dieet bestaat uit zowel algen (bruine en groene) als wel uit kleine larve en kreeftjes die ze uit het water filteren. Kleurstoffen in hun voedsel hebben grote invloed op de diepte van de roze kleur die de flamingo zo specifiek maakt. Het meest bijzondere aan de bouw van de flamingo is zijn omgekeerde snavel. Als de flamingo met de kop naar beneden staat neemt de bovensnavel de taak over die normaal door de onder navel wordt uitgevoerd. Meerdere lagen van hoornachtige platen in de snavel van de flamingo zorgen voor een goede filtercapaciteit waardoor er constant uit het water voedseldeeltjes kunnen worden gehaald. Bij de kleine flamingo kunnen zelfs enkelvoudige cellen uit het water worden gehaald.

 Flamingo feeding

(web.stanford.edu)

Flamingo’s eten met hun hoofd naar beneden, zoals hierboven. Ik ken geen vogel die standaard de snavel andersom houdt om te eten.

Eenstevige tong duwt naar elke filtering het voedsel naar de slokdarm. Deze tong werd de vogel bijna fataal: de Romeinse heersers dienden de tongen van de geslachtte flamingo’s op als delicatesse waardoor reeds rond het begin van de jaartelling de flamingo bedreigd werd.

Met het voorkomen van deze soorten, ook in Nederland lijkt het erop dat de soort definitief een nieuwe plaats heeft gevonden.