Hoofdsponsors

Van exoot naar standvogel?

De halsbandparkiet (Psittacula krameri) is een papegaaiachtige uit tropisch Afrika en Zuid-Azië, die ooit naar Europa is gehaald als volièrevogel. In de loop der jaren is een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten. Zij bleken goed te aarden in West-Europa, konden zich vermenigvuldigen tot vele tienduizenden exemplaren en hebben zich ondertussen als exoot gevestigd. De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. De totale lengte is circa 42 centimeter. Hij heeft een heel opvallende, luide lokroep. De mannetjes onderscheiden zich door een band die rond de nek roze is en bij de keel zwart. De middelste staartpennen hebben een blauwachtige schijn. Bij het vrouwtje is de band onduidelijk, jonge vogels zijn geler en hebben een onduidelijke of zelfs geen band.

Habitat en leefwijze

In Nederland en België komen halsbandparkieten het meest voor in en rond de grote steden. In bijvoorbeeld Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Brussel worden de vogels veel gezien. De vogels verspreiden zich ook buiten de steden.

De parkieten worden normaal in kleine groepen van een 10 à 15 vogels waargenomen, maar bij de gemeenschappelijke slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een grote hoeveelheid voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels.

Voortplanting

De vogels zijn monogaam, vormen waarschijnlijk paren voor het leven, zijn standvogel en beginnen rond het derde levensjaar te broeden.

Zoals bijna alle parkieten zijn het holenbroeders die hun nestholte in de stam van bomen uitknagen. In India gebruiken ze ook holten in muren. Gebroed wordt er solitair of in losse groepen, tot acht paren in dezelfde boom. Hun territorium beperkt zich tot de onmiddellijke omgeving van het nest, terwijl broedvogels elkaar kunnen assisteren om roofdieren te verjagen.

Voedsel

Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, fruit, bloemen en nectar, maar eigenlijk is de halsbandparkiet een omnivoor (alleseter). Zowel in België, Groot-Brittannië als in Duitsland werd vastgesteld dat ze allerlei soorten voedsel eten, maar voornamelijk om te overleven. Van nature zijn het zaadeters.  Vruchten en bloemknoppen eten ze hoofdzakelijk als ze hun jongen moeten voeren. Parkieten geven het voedsel niet rechtstreeks door aan hun jongen maar voeren hun jongen vanuit de krop. Van het gebruikelijke tuinvoer eten de vogels het liefste pinda's. In koelere gebieden van Europa blijft hun verspreiding beperkt tot de steden omdat ze tijdens de winter onvoldoende in staat zijn om buiten de steden voedsel te vinden. Als ze niet bijgevoerd worden zal naar mijn overtuiging de populatie bij een aantal strenge winters achter elkaar met veel sneeuwval sterk uitgedund worden. We hebben tenslotte te maken met een vogelsoort uit warmere streken die niet gewend is om onder barre winterse omstandigheden voedsel te zoeken. Om deze reden zullen ze zich ook hoofdzakelijk in stedelijk gebied ophouden.

Verspreiding

De oorspronkelijke leefgebieden liggen in India en in Afrika ten noorden van de evenaar. Zijn wereldwijde populariteit als kooivogel heeft ervoor gezorgd dat de halsbandparkiet op verschillende plaatsen verwilderde populaties heeft kunnen vormen, door ontsnappingen uit volières of door opzettelijke vrijlating. Halsbandparkieten zijn waargenomen in 35 landen op alle continenten, Antarctica uitgezonderd. In Europa bevinden de grootste populaties zich in Zuidwest-Engeland, België, Nederland en Duitsland. Hij komt ook voor in Spanje rond Barcelona en in Andalusië en Frankrijk rond Parijs alsook in Portugal (Lissabon). In 2016 werd het aantal halsbandparkieten in Europa geschat op 85.000

Situatie in Nederland

In Nederland heeft deze parkiet zich tussen 1996 en 2009 sterk uitgebreid over de hele Randstad. In 2013 werd het totaal aantal vogels (op grond van tellingen op slaapplaatsen) geschat op meer dan 10.000 individuen. Rond 2010 leek het erop dat de aantallen stabiliseerden. Mogelijk was dit het gevolg van een serie minder zachte winters.

Gevolgen

Over de ecologische en economische impact van de halsbandparkieten is reeds vaak gespeculeerd, maar bestaan relatief weinig harde gegevens. In gebieden met veel halsbandparkieten lijken minder boomklevers en grote bonte spechten te worden waargenomen, wat concurrentie om nestholtes tussen deze soorten suggereert. Anderzijds is er wel grote overlap in nestholtekenmerken gevonden, maar hebben weinig observaties van directe agressie plaatsgevonden. Het nestholteaanbod is vaak een belangrijke factor in de verspreiding van holenbroeders. Echter, in natuurlijke loofbossen is er normaal gezien geen tekort aan nestholtes omdat zonder menselijke ingrepen er in elk langlevend, natuurlijk bos grote, dode bomen voorkomen die een belangrijke bron van nestholtes zijn. De Europese stadsparken en bossen zijn echter niet natuurlijk, maar sterk beheerd en het verminderde nestholteaanbod in beheerde bossen heeft een sterk negatief effect op het voorkomen van holenbroeders.

Veel stadsbewoners weten de halsbandparkiet evenwel te waarderen.

Toen SOVON het jaar 2004 uitriep tot het jaar van de halsbandparkiet, werden grote aantallen foto's opgestuurd door mensen die graag "hun parkiet" lieten zien. Hier zullen ze ongetwijfeld ook massaal worden bijgevoerd.

Toekomst

Voor concurrentie tussen de parkieten en andere soorten zijn bij onderzoek in Vlaanderen geen aanwijzingen gevonden. Wanneer deze soort zich over het hele land gaat verspreiden zal dat mijns inziens onherroepelijk gevolgen hebben voor de hier levende holenbroeders. Halsbandparkieten zijn sterke vogels die wat betreft temperatuurschommelingen wel tegen een stootje kunnen, maar ze hebben ook sterke snavels die gevoelig kunnen bijten en hiertegen zullen de inlandse vogels niet kunnen concurreren en zich uiteindelijk laten verdrijven.

Het zijn mooie vogels om te zien, maar als ze zich zo vermeerderen dat ze uiteindelijk de inlandse holenbroeders uit bepaalde streken verdrijven, zijn ze naar mijn mening beslist geen verrijking van ons vogelbestand.

Tot een volgende keer. Jos Wijnen.

halsbandparkiet