Hoofdsponsors

De leden van het zwarte korps

Leden van de kraaienfamilie zien we druk doende op het bouwland. Van deze familie noemen we roek, kauw en ekster. Omdat roeken en zwarte kraaien door de leek vaak niet duidelijk onderscheiden worden, volgen hier enkele verschilpunten. De roek (Corvus frugilegus) nestelt in kolonies, vaak van honderden paren. Dit in tegenstelling tot de zwarte kraai, die eenzaam nestelt. Het zwarte pak van de roek hangt hem flodderiger om het lijf dan dat van de zwarte kraai. De afhangende dijveren van de roek wekken de indruk van een afgezakte broek. Verder heeft de roek kale plekken aan de mondhoeken. Er hebben daar heus wel veren gezeten, maar door het feit, dat deze kraai zijn voedsel uit de grond haalt, slijten deze plekken kaal of de veren vallen in hun geheel uit. Wat haalt zo’n roek uit de bodem? Ritnaalden, engerlingen, maar ook pas gezaaide bonen en erwten maar ook kiemend graan. Een enkele keer gaat hij zich ook wel te buiten aan jonge vogels. In maart soms al eind februari. Liggen 3 tot 5 licht blauwgroene eieren in het nest. De roek is standvogel en keert reeds in december en januari in de oude broedkolonie terug.

Kauw Jos Wijnen

Foto Kauw ©Jos Wijnen

 

De kauw (Corvus monedula) of torenkraai is een gezellige ‘prater’. Vaak horen we ze in troepjes luid wauwelend over ons heen gaan. Ze zijn een stuk kleiner dan de roek en ook de mooie grijsachtige waas over het zwarte verenkleed is een goed kenmerk; vooral het grijs aan de kop is duidelijk zichtbaar. Merkwaardig is ook het lichtgrijze oog. In de broedtijd zijn ze eveneens in groepjes bij elkaar. De nesten liggen in torens, in holle bomen, schoorstenen en zelfs in een konijnenhol. Evenals de andere kraaien hebben ze een slaapvlucht, d.w.z. op vaste tijden van de dag trekken ze in grote groepen naar de z.g. slaapbossen. Het legsel bestaat uit 5 blauwgroene eieren die na ca. 18 dagen uitkomen.

Het is een boeiend schouwspel om een paartje kauwen een nest te zien bouwen in een verlaten schoorsteen. Ze slepen takken aan van soms wel 1 meter en nog langer. Het is een heel gedoe om die in de nauwe schoorsteen te krijgen, maar het lukt bijna altijd. Wie wel eens zo’n verlaten nest uit een schoorsteen verwijderd heeft weet dat dit een heel karwei is, het is niet te bevatten dat ze al die rommel er in krijgen. Als je alles er uit hebt is het een volle kruiwagen.

Tot slot van het zwarte korps, de ekster (Pica pica). De zwart-witte vogel is met zijn lange staart, die hem groter laat lijken dan hij in werkelijkheid is, een sierlijke verschijning in het landschap. Hoog in de bomen ligt het merkwaardige nest. Het heeft een stevige bodem en een eveneens stevig dak, meestal van doornige takken met een vliegopening opzij. De ekster eet van alles, maar is berucht door het stelen van eieren en jonge vogels. Dit wordt hem zo sterk aangerekend, dat de verdelging van muizen, ratten en slakken, waarmee hij toch ook weer een goed werk doet, niet meetelt. Ook regenwormen staan op het menu.

We rekenen de ekster tot de standvogels, hoewel hij in de winter vaak rondzwerft. Ze beginnen al vroeg in het voorjaar. Bij de eerste zonnestralen in februari zie je ze al met takken slepen voor de nestbouw. De eieren zijn bleekgroen met bruingrijze vlekken. Ze worden gedurende 18 dagen alleen door het vrouwtje bebroed.

In mijn jeugdjaren gingen we op een vrije woensdagmiddag vaak op zoek naar vogelnesten. De ekster zat vaak hoog in populierbomen, we probeerden dan om er naar toe te klimmen om te kijken wat er in het nest lag. Eksters zijn gek op blinkende voorwerpen, je vond hier dan ook vaak blinkende lepeltjes, zilverpapier en soms ook munten zoals dubbeltjes of kwartjes. Het klimmen in populieren was beslist niet zonder gevaar, hoe hoger je kwam hoe dunner de taken werden. Populierenhout is niet sterk en de takken breken gemakkelijk af, maar meestal ging het nog net goed, een beetje geluk moet je toch hebben.

Dank voor het lezen, en tot een volgende keer, Jos Wijnen.