Hoofdsponsors

Vroeger was alles beter.

Deze term wordt nogal eens gebezigd door de oudere generatie, men praat dan over de jaren 50-70 van de vorige eeuw. Voor de jongeren van nu lijkt dit al bijna een eeuw geleden. Vroeger was beslist niet alles beter, in tegendeel zelfs, economisch gezien is het nu stukken beter.

Maar wat vroeger wel veel beter was dan nu is het aantal vogels, en de verscheidenheid aan soorten.

Zwaluwen

 

Met name van het boerenland zijn veel vogels verdwenen, alleen al de boerenzwaluw die vroeger in vrijwel iedere boerenstal zijn nest kon maken. De stalramen waren altijd open en hij kon ongehinderd in en uit vliegen. In de herfst voor ze naar het zuiden vertrokken verzamelden ze zich op de bovengrondse elektriciteits draden. Deze zaten dan ook aan een aan vol, we hebben ze nooit geteld maar het zullen er ongetwijfeld vele honderden zijn geweest. Het zelfde geldt voor de huismussen, deze maakten vaak in kippenstallen hun nest. Ze zaten daar met hele kolonies onder het dak en als er jongen waren was het gesjilp en gebedel om voedsel niet van de lucht. Het was voor de huismus een ideale plek om te broeden, er was immers voedsel in overvloed voorhanden. De kippen werden gevoerd met meel en graan en de mussen pikten vrolijk een graantje mee. Merels en lijsters waren er ook in grote getale en broedden overal in struiken en heesters. Of het om de zanglijster of de grote lijster ging, dit verschil zagen we toen niet zo, het was een merel of het was een lijster.

In de winter zagen we vogels die op de vink leken maar toch duidelijk anders waren, kepen, (foto) ze zaten vaak massaal op aspergevelden voordat het loof verwijderd was. Vermoedelijk aten ze de zaadjes van de aspergeplant. We zien nu ook nog wel groepen kepen in de winter maar we moeten er verder voor van huis, vroeger kwam je ze zowat overal tegen.

Op het bouwland was de leeuwerik een algemene broedvogel, je kon niet in het veld komen of je hoorde hem wel ergens, of je vond een nestje.

Van de roofvogels was de sperwer algemeen aanwezig, maar de buizerd was zeldzaam en kreeg je maar zelden te zien. Kraaien en kauwen waren er toen ook maar lang niet in zo’n grote aantallen als tegenwoordig.

Het weidegebied was vroeger kleinschaliger dan nu en veelal omringd door sloten en houtwallen, weidevogels als de wulp en kievit waren dan ook algemeen en overal te zien.

Ook akkervogels als fazanten en patrijzen waren algemeen, en ook hun nesten werden in grotere aantallen waargenomen.

Als we een nestje eieren vonden haalden we er een eitje uit en dat namen we mee naar school en lieten het aan de meester zien, deze had een boekje over vogels en vogeleieren en zo werd uitgelegd van welke vogel het ei kon zijn. Zo leerden wij vroeger spelenderwijs de natuur kennen.

keep manlente

Dat eieren uit nesten halen was toen feitelijk ook al verboden, en de politie, (toen nog met de fiets) lette er ook wel een beetje op maar het bleef altijd bij een waarschuwing.

Dank voor het lezen, en tot de volgende keer. Jos Wijnen.