Hoofdsponsors

Vogels, folklore en godsdienst

Vroeger werden vogels vaak gezien als brengers van onheil. Zelfs het roodborstje werd als een onheilsbrenger beschouwd. Zo zouden in Zuid-Wales tot drie keer toe fatale mijninstortingen hebben plaatsgevonden, kort nadat men in de ondergrondse schachten een roodborstje had waargenomen. Niet alleen in het verre verleden werd verband gelegd tussen de verschijning van een lieflijke vogel en noodlottige gebeurtenissen, zelfs nog aan het begin van de 20e eeuw kwam dit voor. Toen heerste er in het mijngebied van Zuid-Wales het geloof, dat de aanwezigheid van een wilde vogel in de mijngangen de voorbode kon zijn van een naderend onheil.

Dat er enige relatie zou bestaan tussen vogels en een aanstaande dood of een ander noodlottig gebeuren, is als restant van oude overleveringen overgebleven.

Zo ging de uil er lang voor door een vogel te zijn die de dood voorspelde. Dit gold vooral in Europa en Azië. De Romeinen dachten dat wanneer een kerkuil neerstreek op een huis, dat degene die in dat huis vertoefde eerstdaags zou sterven.

De Grieken en Romeinen meenden dat de goden zich bedienden van aan de natuur ontleende tekens, o.a. vogels, om waarschuwingen of raad te geven.

Een oude legende verhaalt dat de Griekse strijdkrachten toen zij 12 eeuwen voor Christus Troje wilden aanvallen, zagen hoe een slang negen mussen uit een boom greep. De vogelwichelaar die het leger begeleidde wist te vertellen dat de Grieken negen jaar zouden moeten vechten om Troje te veroveren. En dat zou dan ook gebeurd zijn.

raaf 4 precut.nl

Tijdens de laatste wereldoorlog werd in Londen scherp gelet op de tamme raven van de Tower, de vroegere staatsgevangenis van Engeland. Volgens een legende zou de vijand Engeland binnenvallen als de raven zouden verdwijnen. Dit geloof in de raaf als beschermer stamt uit de 13e eeuw. Toen zou de kop van een raaf zijn begraven op Tower Hill om de bevolking van de hoofdstad tegen haar vijanden te beschermen. Je zult het maar geloven.

Bedankt voor uw belangstelling en tot de volgende keer. Jos Wijnen.