Hoofdsponsors

Witte reigers in herfst en winter.

Grote zilverreiger 27

Nu we onderhand weer in de herfst zijn beland zien we steeds meer weer witte reigers in het buitegebied. In de zomer komt dit bijna niet voor. Deze witte reigers heten officieel Grote zilverreigers. Dat deze Grote zilverreiger regelmatig gezien wordt in de buurt is mede te danken aan de slaapplaats die een aantal van deze vogels in de Mariapeel hebben. Als je daar in de herfst of winter gaat wandelen heb je een zeer grote kans er een of meerdere te zien. Dit was echter voor een aantal jaren terug nog een uitzondering. Tot 1978 kwamen ze in Nederland niet voor als broedvogel. In dat jaar vond het eerste broedgeval plaats in de Oostvaardersplassen. Voorheen lagen de dichtstbijzijnde broedgebieden hoofdzakelijk op de grens van Oostenrijk met Hongarije aan de Neusiedlersee. Tegenwoordig komen er ook vogels uit Polen en Oekraïne. Ook  in Frankrijk heeft zich een kolonie gevestigd. Tot 1994 bleef het in de Oostvaardersplassen ook een beetje op en neer gaan met het broedsucces. Echter na het verhogen van het waterpeil in 1995 ging het snel vooruit tot ongeveer 50 broedgevallen in 2002 en dit zet zich nog steeds in stijgende lijn voort. Momenteel broeden er bij voldoende waterpijl zelfs 150 paren. Op andere plaatsten broeden ze sporadisch. In de Weerribben in de kop van Overijsel heeft zich ook een kleine kolonie gevestigd. In de winter zwermen deze vogels met veel vogels uit de broedgebieden in het oosten, die hier boven genoemd zijn, zich over het hele land uit. Met name de Ooypolder bij Nijmegen maar ook andere plaatsen tussen Maas en Waal zijn bekend als plaatsen waar zeer grote aantallen verblijven. Door zogenaamde slaapplaatsen tellingen die landelijk drie maal per winter worden gehouden is men hierover meer te weten gekomen. Ze verblijven dan in waterrijke gebieden dikwijls met 100 of meer bij elkaar. Door onder andere kleurringen weet men waar de hier overwinterende vogels vandaan komen. De grootste aantallen worden meestal in oktober geteld. Maar ook de rest van de winter zijn er veel. Gemiddeld brengen ongeveer 2500 van deze mooie vogels hier de winter door. Maar ook hier in de buurt verblijven dan veel van deze prachtige vogels. De Grote zilverreiger is een statige vogel nog iets groter dan de blauwe reiger vooral door de langere poten en lange nek. Ze hebben geen kuif zoals de Blauwe reiger en Kleine zilverreiger, (welke in onze buurt maar zelden gezien wordt). Het verenkleed is geheel wit. De snavel is de grootste tijd van het jaar geel in tegenstelling van de Kleine die een zwarte snavel heeft. Alleen in de paartijd is de snavel van de Grote zilverreiger voor een groot gedeelte zwart met nog geel aan de basis. De poten en tenen zijn zwart maar de bovenbenen zijn in de paartijd wat roodachtig. De Kleine zilverreiger heeft zwarte poten maar gele tenen. Ze leven in rietmoerassen, oeverzones van meren en rivieren, maar fourageren ook in beken en sloten. Ze jagen dan op vis, amfibieën en waterinsecten. In droge periodes worden ook wel kleine zoogdieren en insecten gevangen. Ze waden behoedzaam door het water met horizontaal gehouden lichaam op zoek naar prooi, of staan bewegingloos met stijve nek voorover tot dat er een prooi binnen bereik komt. Het is een prachtige vogel om te zien, zodat iedereen de tijd neemt om deze verschijning te bekijken.

Tot volgende week. Toon Selten