Hoofdsponsors

(Aller)Kleinste Vogeltjes 

Vogels zijn er in alle maten en gewichten. Er zijn enorme kolossen maar ook hele kleine vogels.

Ze leven verspreid over de gehele wereld en komen voor bij alle vogelgroepen.

De kleinste Europeaan is het Goudhaantje (Regulus regulus) uit de familie Regulidae. Er is lang onzekerheid geweest wie onder de Europese vogels nu echt de kleinste is. Maar in de finale heeft de winterkoning met zijn iets meer dan negen centimeter het moeten afleggen tegen het Goudhaantje dat acht en een halve centimeter haalt, met een gewicht van tussen de vier tot zeven gram. Daarmee is het goudhaantje de kleinste Europese vogelsoort. Het verenkleed is bruingrijsgroen met een zwart omzoomde kruinstreep, die bij het mannetje meer oranje en bij het vrouwtje geel is. Ze hebben een tere snavel met een neusopening die bedekt is met veerborstels. Hun voedsel bestaat uit Geleedpotigen, zoals springstaarten (Collembola), bladluizen (Aphidoidea), kleine motten (Lepidoptera) en kleine spinnetjes (Araneae). De zang heeft zeer hoge tonen, die soms niet echt opvallen, maar als je ze eenmaal (her)kent, hoor je het veel vaker, die hoge, herhalende serie op- en neergaande tonen (4-6 keer), vaak eindigend met een korte triller. Deze kleine vogel heeft een enorm groot verspreidingsgebied dat reikt van de Britse Eilanden dwars door de naaldhoutgordel door Azië tot aan Japan; daardoor is de kans op uitsterven uiterst gering. Het is een nachttrekker, ze trekken dus ’s nachts tussen september en november naar het zuiden en komen tussen maart en april terug. In Nederland en België komen goudhaantjes het gehele jaar voor.

05.Goudhaantje

Karakteristiek bij de winterkoning (Troglodytes troglodytes) is de opstaande staart. De grootte is tussen de negen en tien centimeter. Het verenkleed is zandbruin, verder een lichte wenkbrauwstreep, kleine spitse snavel en fijne pootjes. Het voedsel bestaat uit insecten, rupsen, spinnen, larven en zaadjes, die ze met hun fijne gespecialiseerde snavel kunnen oppikken en zelfs uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors peuteren. Vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond van struik naar struik en komt nerveus over door zijn steeds opwippende staart. Zijn zang is helder, met vibrerende scherpe trillers. De winterkoning heeft een enorm groot verspreidingsgebied; grote delen van Noord-Amerika en verder in Europa (inclusief IJsland), Azië en Noord-Afrika, daardoor is de kans op de status kwetsbaar (voor uitsterven) uiterst gering. In Nederland is het een standvogel, maar de winterkoning is ondanks zijn naam niet bestand tegen koude winters.

05.Goudhaantje map

 

Het nauw verwante vuurgoudhaantje (Regulus ingicapilla) is met zijn negen tot tien centimeter iets groter dan het goudhaantje. Ze lijken sterk op elkaar, maar de opmerkelijke verschillen zijn de witte oogstreep en het andere geluid. De zang is (subtiel) anders dan bij goudhaan: versterkend (crescendo) en versnellend, maar ook erg hoog en mist de herhaling die bij goudhaan duidelijk aanwezig is. Het verenkleed van het vuurgoudhaantje mannetje is grijsgroen aan de bovenzijde, lichtgrijs aan de onderzijde, een zwarte en witte oogstreep. Het vrouwtje heeft een gele kruin en het mannetje een oranje kruin (echter alleen goed zichtbaar als de vogel zijn kruinveren opzet), waaromheen een zwarte band. Vuurgoudhaantjes komen in een groot deel van Europa, vooral in de zomer, voor in zowel loofbos als gemengd naald- en loofbos. Het is een korte-afstands trekker, vertrekt eind augustus/september en overwinterd in Zuidwest-Europa en westelijk Middellandse Zeegebied.

Najaarscursus: Er zijn nog enkele plekken vrij. Ga naar de site www.vogelwerkgroephokske.nl voor informatie.

Tot de volgende keer Nora Nelissen

 

 

PS in Amerika leeft de  Housewren (Troglodytes aedon) en de Winterwren (Troglodytes hiemalis)