Hoofdsponsors

Eenden en de winter.

 

We hebben inmiddels de mooie herfst achter ons gelaten, en gaan langzaam op de winter aan. Sinds lange tijd hebben we de trui weer uit de kast gehaald en weten we dat het mooie weer nu wel definitief achter ons ligt. We zien ook de diverse soorten vogeltjes weer naar onze voerplaats komen en hoe kouder het wordt hoe groter de diversitet aan vogels wordt. Er is echter een groep die wat dat betreft op zichzelf is aangewezen: de watervogels. Zolang het open weer is lukt dat meestal nog wel. Ganzen en andere graseters zoals Smienten vinden in de weilanden en akkers het nodige nog wel. Ook eenden die in en onder water het voedsel zoeken komen dan wel aan hun trekken. Maar zodra er ijsvorming komt wordt dat een stuk moeilijker. Eenden die gewend zijn te trekken zullen dan de grotere waterplassen en rivieren opzoeken. Ook ganzen en zwanen trekken over een groot gebied en vinden meestal wel iets van hun gading. Maar eenden die gewend zijn op eenzelfde waterplas te verblijven komen dan in de problemen. Ze zullen met z’n allen proberen een wak te houden. Daarom zie je ze met z’n allen bij elkaar zwemmen om dit zo lang mogelijk open te houden zodat ze nog bij voedsel kunnen. Bovendien heeft dat als voordeel dat het water omstreeks het vriespunt is en op sneeuw en ijs is het kouder. Toch zijn eenden die van nature voorkomen op het noordelijk halfrond vrij goed uitgerust tegen de kou. Ten eerste hebben ze een goed waterdicht pak. Dit verzorgen ze tot in de puntjes. Een groot gedeelte van de dag zijn ze daar mee bezig. Om het verenpak waterdicht te houden hebben ze bij de staart op de stuit een klier die vet afscheidt. Door hier met de kop en snavel overheen te strijken brengen ze dit aan over het gehele verenkleed waardoor dit waterdicht blijft en de dons veel lucht kan bevatten waardoor ze ook warm blijven. Om met de poten niet vast te vriezen op het ijs hebben ze in de poten ook een ingenieus systeem in de bloedsomloop. Het warme bloed dat naar beneden stroomt warmt het koude bloed dat van onderen komt op, dat bloed koelt dus af zodat het bloed onder aan de voeten ongeveer 0 graden is daardoor smelt er geen ijs en vriezen ze niet vast. De eenden die hier en noordelijker thuis horen hebben bovendien een reflex dat ze bij koud weer op een poot gaan staan. De andere trekken ze op in het gevederte, zodat deze kan opwarmen. Ze wisselen regelmatig van poot. Zelfs als ze zwemmen trekken ze dikwijls een poot in de veren. Ze zwemmen dan op hun zij en peddelen met een poot waardoor ze rondjes zwemmen. Tegen de kou zijn ze dus vrij goed uitgerust. Eten is bij strenge vorst een groter probleem. Op waterplassen in dorpen en steden worden ze door de bewoners dikwijls wel bijgevoerd. Daarom zijn daar in de winter ook meestal meer eenden te vinden dan normaal. Als u ergens woont waar eenden zich in de winter ophouden vergeet ze dan niet.

Tot een volgende keer Toon Selten