Komt u wandelen met Kerstmis? | 16 december 2018

 

Het jaar 2018 zit er al weer bijna op, maar eerst krijgen we nog Kerstmis.

De Vogelwerkgroep heeft al vele jaren de traditie om op tweede kersdag een wandeling te houden in de Mariapeel, dit ter afsluiting van het jaar. Maar zeker ook om het eten van eerste kerstdag te laten zakken. Aan deze wandeling kan iedereen deelnemen, groot en klein en de kosten zijn wederom nul euro. Het afgelopen jaren is er veel gebeurd in de Mariapeel. Tijdens de kerstwandeling kunt u deze veranderingen met eigen ogen zien. De wandeling is op 2e Kerstdag en begint om 9.00 uur. We verzamelen aan het einde van de Zwarteplakweg in America en de wandeling zal ongeveer anderhalf tot twee uur duren. Na afloop kun je je opwarmen bij de open haard in de daar aanwezige jachthut, waar koffie, thee en glühwein klaarstaan. Voor de kinderen is er warme chocolademelk. Omdat er veel gewerkt is in de Mariapeel is het terrein is wel moeilijker begaanbaar.

 

Of u wel of niet deelneemt aan de wandeling, wij wensen u in elk geval fijne kerstdagen en een mooi gezond en vogelrijk 2019.

Namens Vogelwerkgroep ’t Hökske,

John Raedts

Top

Hoe lang leven vogels? | 8 december 2018

Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden, want dat is heel verschillend. De meeste vogels worden niet erg oud. Vele slechts enkele dagen. Veel verhongeren of ze worden gepakt door katten of roofvogels. Denk daarbij maar eens aan onze weidevogels. De meeste weidevogels leggen vier eieren deze komen meestal allemaal uit. Maar door gebrek aan lange bloemrijke vegetatie ontbreekt het aan insecten en schuilgelegenheid. Dus is honger en predatie een van de belangrijkste oorzaken. Bekend is dat als er van de vier uitgekomen jongen een groot wordt, deze voldoende is om de populatie in stand te houden. Maar gezien de snelle afname van onze weide en akkervogels is dit niet het geval. Bekend is dat grutto’s wel 20 jaar kunnen worden, de oudste bekende is zelfs 30 jaar geworden, en ook kieviten en scholeksters kunnen wel tien tot vijftien jaar worden. Daarom teren we nu nog hoofdzakelijk op de oudervogels en komen er maar zeer weinig jongen bij. Maar niet alleen bij weidevogels sterven veel jongen het eerste jaar. Globaal kan men stellen dat tussen de een derde en twee derde van de jonge vogels het eerste jaar al het loodje legt. Vooral de kleine zangvogels zijn vaak de pineut. Veel worden er verschalkt door loslopende katten. Met schat dat jaarlijks wereldwijd 500 miljoen vogels het slachtoffer worden van katten. Ook de vogeltrek eist elk jaar veel slachtoffers. Denk alleen maar eens aan de zuidelijke landen waar men nog volop op vogels jaagt. Maar dat niet alleen. Tijdens de trek wordt veel van de vogels gevraagd. Vooral de kleinste vogeltjes zoals het winterkoninkje of goudhaantje, die maar weinig reserve aan energie kunnen opslaan, hebben het moeilijk als ze vanuit het noorden stukken zee moeten oversteken. Vooral bij slecht weer redden velen het niet. Maar vogels kunnen ook, evengoed als alle levend organismen ziek worden. Bij watervogels is het de gevreesde botulismebacterie die in een warme zomer nogal voor massale sterfte kan zorgen. Maar ook worminfecties en ziekten als salmonella kan bij vogelconcentraties zoals op de voedertafel voor veel slachtoffers zorgen. Over het algemeen kan men stellen dat de vogels ouder worden naarmate de grootte die ze hebben. De meeste kleine vogels zoals pimpelmees en koolmees worden gemiddeld niet ouder dan 1 of 2 jaar. Toch blijkt uit ringenonderzoek dat sommige 6 tot 7 jaar kunnen worden. Maar uitzonderingen bevestigen de regel er zijn gevallen bekend van een koolmees van 15 jaar, een spreeuw van 20 jaar en een boerenzwaluw van 16 jaar. Van scholeksters is bekend dat ze gemakkelijk 15 jaar kunnen worden maar daar is ook een geval bekend van eentje die 45 jaar geworden is. Meeuwen, en andere zeevogels als albatrossen en stormvogels leven over het algemeen ook langer. Ook eenden kunnen gemiddeld wel 10 tot 15 jaar worden maar ook hier zitten weer uitschieters bij tot bijna 30 jaar. Van zwanen en ganzen is ook bekend dat ze vrij oud kunnen worden dat wil zeggen 25 tot 30 jaar of ouder. Ook roofvogels worden over het algemeen vrij oud. Maar daar staat tegenover dat de vogels die langer leven dikwijls pas veel later vruchtbaar zijn. Dit varieert van ± 3 jaar bij ganzen en zwanen, tot 4 á 5 jaar of langer bij sommige meeuwen en roofvogelsoorten. Over het algemeen is het ook zo dat de vogels die het kortste leven de grootste legsels produceren met de kortste ouderenzorg, zodat een 2e legsel mogelijk is, en vogels die lang leven hebben maar een klein legsel met lange ouderenzorg. Zo zorgt elke vogel toch zoveel mogelijk voor de instandhouding van de soort. Ondanks dat veel vogels sterven zien men niet zo vaak dode vogels liggen. Veel van hun sterven buiten het zicht van de mens. Andere worden door roofdieren opgegeten. Bij hogere temperaturen zullen de resten ook snel vergaan.

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Vogelatlas is uit en meteen uitverkocht | 3 december 2018

In 2013 werd gestart met de 4de Nederlandse Vogelatlas en afgelopen maand dan eindelijk de presentatie van dit lijvige boekwerk. Na 1979, 1987 en 2002 nu in 2018 een compleet overzicht van de in Nederland voorkomende vogels in zowel zomer als winter. Een boekwerk dat niet mag ontbreken in de boekenkast van natuurorganisaties en beleidsbepalende instanties. Met trends en ontwikkelingen en gedetailleerde kaarten over voorkomen en verspreiding van de vogels in Nederland. Aan de atlas is drie jaar lang gewerkt door duizenden vrijwilligers. De vogelaars gingen geregeld op pad om vogels te tellen. Ook leden van Vogelwerkgroep ’t Hokske hebben als teller of coördinator meegewerkt aan de totstandkoming hiervan. Met ondersteuning van o.a. Vogelbescherming Nederland maar ook met de steun van ruim 200 particuliere sponsors en 78 organisaties en bedrijven heeft Sovon Vogelonderzoek Nederland deze gigantische klus geklaard. Op de landelijke dag van Sovon op 24 november jl. in Apeldoorn mocht minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het eerste exemplaar in ontvangst nemen.

 

De eerste druk is inmiddels uitverkocht maar de nieuwe editie is vanaf eind december weer leverbaar en nu reeds te bestellen via boekhandel. Prijs € 60,- in de boekhandel. Sovon-leden krijgen ruim € 20,- korting.

 

Een aantal cijfers over de Vogelatlas:

  • Ruim 2000 tellers
  • Ruim 40 Atlasdistrictscoördinatoren
  • 1700 atlasblokken van 5 x 5 km geteld
  • 110 manjaren veldwerk (schatting)
  • 450 financiers & sponsoren
  • 130 soortauteurs
  • 278 soorten beschreven
  • Bijdragen van 80 fotografen

Het resultaat van dit boekwerk:

Een 3,5 kg zwaar boekwerk met een dikte van 5 cm en 640 pagina’s.

Alle soorten zijn gedocumenteerd met beschrijvingen, foto’s, kaarten en grafieken.

De Atlas geeft vrij nauwkeurige verspreidingsinformatie van broed- en wintervogels en de vergelijking met voorgaande edities geeft een exact beeld van de toestand van de huidige Nederlandse vogels.

Week 48 2018 Vogelatlas KLEIN 

Dan de veranderingen in Nederland.

Het is een verzameling van plussen en minnen. Het is duidelijk dat de akker- en weidevogels het zwaar hebben en dat kievit, wulp, grutto, gele kwikstaart, veldleeuwerik e.d. sterk achteruit zijn gegaan. Sommige soorten zijn verdwenen in de afgelopen decennia zoals de ortolaan en kuifleeuwerik, sommige soorten zijn nieuw zoals bijeneter, zee- en visarend.

Veel vragen over vogels in Nederland kunnen beantwoord worden met deze Vogelatlas maar mogelijk dat er nog meer nieuwe vragen naar boven komen met het lezen van deze unieke uitgifte.

Heeft u vragen over de atlas laat het ons dan weten op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Tot de volgende keer maar weer, Jan Peeters

Top

Eenden en de winter | 23-11-2018

We hebben inmiddels de mooie herfst achter ons gelaten, en gaan langzaam op de winter aan. Sinds lange tijd hebben we de trui weer uit de kast gehaald en weten we dat het mooie weer nu wel definitief achter ons ligt. We zien ook de diverse soorten vogeltjes weer naar onze voerplaats komen en hoe kouder het wordt hoe groter de diversitet aan vogels wordt. Er is echter een groep die wat dat betreft op zichzelf is aangewezen: de watervogels. Zolang het open weer is lukt dat meestal nog wel. Ganzen en andere graseters zoals Smienten vinden in de weilanden en akkers het nodige nog wel. Ook eenden die in en onder water het voedsel zoeken komen dan wel aan hun trekken. Maar zodra er ijsvorming komt wordt dat een stuk moeilijker. Eenden die gewend zijn te trekken zullen dan de grotere waterplassen en rivieren opzoeken. Ook ganzen en zwanen trekken over een groot gebied en vinden meestal wel iets van hun gading. Maar eenden die gewend zijn op eenzelfde waterplas te verblijven komen dan in de problemen. Ze zullen met z’n allen proberen een wak te houden. Daarom zie je ze met z’n allen bij elkaar zwemmen om dit zo lang mogelijk open te houden zodat ze nog bij voedsel kunnen. Bovendien heeft dat als voordeel dat het water omstreeks het vriespunt is en op sneeuw en ijs is het kouder. Toch zijn eenden die van nature voorkomen op het noordelijk halfrond vrij goed uitgerust tegen de kou. Ten eerste hebben ze een goed waterdicht pak. Dit verzorgen ze tot in de puntjes. Een groot gedeelte van de dag zijn ze daar mee bezig. Om het verenpak waterdicht te houden hebben ze bij de staart op de stuit een klier die vet afscheidt. Door hier met de kop en snavel overheen te strijken brengen ze dit aan over het gehele verenkleed waardoor dit waterdicht blijft en de dons veel lucht kan bevatten waardoor ze ook warm blijven. Om met de poten niet vast te vriezen op het ijs hebben ze in de poten ook een ingenieus systeem in de bloedsomloop. Het warme bloed dat naar beneden stroomt warmt het koude bloed dat van onderen komt op, dat bloed koelt dus af zodat het bloed onder aan de voeten ongeveer 0 graden is daardoor smelt er geen ijs en vriezen ze niet vast. De eenden die hier en noordelijker thuis horen hebben bovendien een reflex dat ze bij koud weer op een poot gaan staan. De andere trekken ze op in het gevederte, zodat deze kan opwarmen. Ze wisselen regelmatig van poot. Zelfs als ze zwemmen trekken ze dikwijls een poot in de veren. Ze zwemmen dan op hun zij en peddelen met een poot waardoor ze rondjes zwemmen. Tegen de kou zijn ze dus vrij goed uitgerust. Eten is bij strenge vorst een groter probleem. Op waterplassen in dorpen en steden worden ze door de bewoners dikwijls wel bijgevoerd. Daarom zijn daar in de winter ook meestal meer eenden te vinden dan normaal. Als u ergens woont waar eenden zich in de winter ophouden vergeet ze dan niet.

Tot een volgende keer Toon Selten

Top

Vooruitgang remt vogelstand: wat is waar? | 19 november 2018

Ooit begonnen we trots met 2G als draadloze telefoonverbinding. Dat ooit was 2001, nog niet zo lang geleden. Particulieren konden vanaf toen gebruik maken van een GPS netwerk via draadloze verbindingen. Nog steeds wordt dit netwerk in grote delen van de wereld gebruikt, voor simpele data versturen als tekst is dit ook een prima systeem.

 

In Nederland is alles inmiddels overgetapt 3G en 4G.

3G staat voor de derde generatie in mobiele telefonie, de data versturen ligt tussen de 5 en 10 Megabit per seconde. Met deze snelheid kun je filmpjes, foto’s en andere beelden bekijken via mobiel internet. Wat een vooruitgang!! (Dachten we). Totdat in 2013 4G werd geïntroduceerd, een snelheid waarmee de nieuwere toestellen over het algemeen goed mee overweg kunnen. De snelheid van dataoverdracht is 10 tot 20 maal sneller dan de capaciteit van 3G. En toen kwam 5G, althans de eerste proeven zij gedaan met dit netwerk. 100 maal sneller dan 4G, onvoorstelbaar veel overdracht, 1000 tot 2000 maal sneller dan 3G. Voordeel van 5G: er kunnen veel meer mensen tegelijk op het internet, de overdracht gaat zonder storingen, veel apparaten kunnen tegelijk gebruik maken van internet in huis. Voorlopig staat de introductie van 5 G voor 2010 op de planning.

Samengevat: 2G 3G 4G 5G
Uitroldatum NL 2001 2004 2013 Verwacht 2020
Downloadsnelheid 40 kbps 5-10 mbps 100 mbps 10gbps
Reactietijd (latency) 300-1000 ms 100-500 ms <100 ms 1 ms
Kenmerk

Ook GSM genoemd. 

Digitaal bellen, sms en mms.

Draadloos internetten, 

videobellen.

Sneller internetten en 

HD video’s streamen

Nog stabieler en sneller

internetten, beter bereik en

moeiteloos streamen/videobellen

Bron: https://www.simonly.nl/nieuws/het-5g-netwerk-eindeloos-hd-streamen-en-niet-meer-wachten-voor-stoplichten

 

Tot zover de beschrijving van onze vooruitgang.

 

Kunnen we echter ongestoord de ether, het luchtruim vullen met straling zonder dat we andere systemen beschadigen? Het antwoord lijkt nu : geen data voorhanden. In het Huijgenspark in Den Haag zijn veel dode vogels gevonden. Van een grote groep spreeuwen viel een deel dood uit de boom. Volgens een aantal mensen omdat er een test is uitgevoerd met 5G op de lokale zendmast. Eenden in de grachten zouden allemaal raar gedrag vertoond hebben toen de test werd uitgevoerd en runderen in de buurt van Breda vertoonden vreemd gedrag toen er mogelijk met 5G werd getest. Er zijn  meerdere locaties gevonden waar na een test met het 5G netwerk, er spontaan een vogelsterfte optrad. Vanuit wetenschappelijk onderzoek is het altijd moeilijk om een gebeurtenis en een gevolg goed met elkaar te verbinden: als er nu een test is en er zijn nu dode vogels, dan lijkt het logisch dat het de oorzaak van de dode vogels bij die test ligt. Het kan natuurlijk ook gewoon toeval zijn of een andere, onbekende reden, hebben. Het stoort niet eens dat we het nu niet weten, het stoort de waarheid vooral dat er niet transparant onderzoek gedaan wordt naar de gevolgen van de invoering van het 5G netwerk. Dat Mimikama, het Duitse onderzoekscollectief naar nepnieuws, op internet de complottheorie na grondig onderzoek op alle punten weerlegt geeft niet aan dat er geen verband is maar dat er naar aanleiding van deze test niet meteen een conclusies getrokken kan worden. Aanhangers  van de complottheorieën weten het echter wel zeker: dit toeval is te groot en  daarom moet het wel een feit zijn. Eén ding dat voor hen pleit is dat de bevolking door overheid en grote bedrijven te vaak van fake feiten zijn voorzien om schadelijke effecten onder te pet te houden. Denk aan DDT, CO2 uitstoot en het Roken. Dus enige scepsis is zeker te begrijpen. Dus is de nieuwste vooruitgang ook voor onze vogels ( en voor onszelf) echt een vooruitgang of  is het een technische vooruitgang waar veel nadelige gevolgen aan kleven. De tijd zal het leren, alertheid door ons allen is wel geboden.

Walter Jansen.

Top

 

(Aller)Kleinste Vogeltjes | 12 november 2018

Vogels zijn er in alle maten en gewichten. Er zijn enorme kolossen maar ook hele kleine vogels.

Ze leven verspreid over de gehele wereld en komen voor bij alle vogelgroepen.

 

Schreven wij vorige week over het goudhaantje, een vogel die je hier ook aan kunt treffen. Nu is het de beurt aan:

 

Het allerkleinste vogel ter wereld, en dat zal niemand verbazen, is een kolibrie; namelijk de bijkolibrie of zunzuncito (Mellisuga helenae), een voor uitsterven gevoelig, endemische vogelsoort op Cuba. Behoort tot de familie Trochilidae (Kolibries), uit de orde Apodiformes (Gierzwaluwachtigen).

01.Bijkolibrie

 Bijkolibrie of zunzuncito (Mellisuga helenae) Foto ©David Ascanio

 

Kolibries komen alleen op het Amerikaanse continent voor, van Alaska tot Vuurland. In Azië, Afrika en Australië komen vogels voor die er op lijken, deze behoren tot de Nectariniidae (Honingzuigers). Zoals de naam al zegt, is de bijkolibrie amper groter dan een grote bij, vijf tot zes cm groot met een gewicht van tussen de 1,6 en 2,6 gram. Het vrouwtje is iets groter en weegt meer dan het mannetje. Door de briljante kleuren is deze bijkolibrie een vliegend juweel. Het mannetje is groen van kleur met grijs-witte onderdelen en een iriserende vuurrode kop en keelvlek. De veren van deze vuurrode keelvlek zijn verlengd en kunnen worden opgezet. Het vrouwtje mist deze iriserende veren op kop en hals. Onvolwassen vogels lijken op het vrouwtje. Ze hebben een rechte, matzwarte snavel en een blauwachtige tot grijze bovenkant. Hun voedsel bestaat vooral uit nectar, zwevend voor een bloem, duwen ze hun korte, rechte snaveltje in de bloemkelk. In de vlucht vangen ze ook insecten. Ze leven in een terrein met bos en struikgewas en tuinen, soms in vrij open landschap met een voorkeur voor bosranden van natuurlijk, dicht bos met struikgewas en ontwikkeld bos waarin slingerplanten en epifyten ( zoals mossen, korstmossen, orchideeën, bromelia's) voorkomen.

01.Bijkolibrie map

Verspreidingsgebied van de bijkolibrie © wikipedia

 

De bijkolibrie heeft een sterk versnipperd verspreidingsgebied in Cuba, waaronder de provincie Ciudad de La Habana, het uiterst westelijk gelegen schiereiland Guanahacabibes, het berggebied Cuchillas de Toa, de omgeving van Mayarí en het kustgebied van Guantánamo. Daardoor is de kans op uitsterven aanwezig. Het leefgebied wordt ook aangetast door ontbossing waarbij natuurlijk bos wordt omgezet in gebied voor agrarisch gebruik zoals de teelt van cacao, koffie en tabak. Om deze redenen staat deze soort als gevoelig op de Rode Lijst van de IUCN.

Met de vriendelijk groeten, Nora Nelissen

Tot de volgende week.

Top

(Aller)Kleinste Vogeltjes | 5 november 2018 

Vogels zijn er in alle maten en gewichten. Er zijn enorme kolossen maar ook hele kleine vogels.

Ze leven verspreid over de gehele wereld en komen voor bij alle vogelgroepen.

 

De kleinste Europeaan is het goudhaantje (Regulus regulus) uit de familie Regulidae. Er is lang onzekerheid geweest wie onder de Europese vogels nu echt de kleinste is. Maar in de finale heeft de winterkoning met zijn iets meer dan negen centimeter het moeten afleggen tegen het Goudhaantje dat acht en een halve centimeter haalt, met een gewicht van tussen de vier tot zeven gram. Daarmee is het goudhaantje de kleinste Europese vogelsoort. Het verenkleed is bruingrijsgroen met een zwart omzoomde kruinstreep, die bij het mannetje meer oranje en bij het vrouwtje geel is. Ze hebben een tere snavel met een neusopening die bedekt is met veerborstels. Hun voedsel bestaat uit Geleedpotigen, zoals springstaarten (Collembola), bladluizen (Aphidoidea), kleine motten (Lepidoptera) en kleine spinnetjes (Araneae). De zang heeft zeer hoge tonen, die soms niet echt opvallen, maar als je ze eenmaal (her)kent, hoor je het veel vaker, die hoge, herhalende serie op- en neergaande tonen (4-6 keer), vaak eindigend met een korte triller. Deze kleine vogel heeft een enorm groot verspreidingsgebied dat reikt van de Britse Eilanden dwars door de naaldhoutgordel door Azië tot aan Japan; daardoor is de kans op uitsterven uiterst gering. Het is een nachttrekker, ze trekken dus ’s nachts tussen september en november naar het zuiden en komen tussen maart en april terug. In Nederland en België komen goudhaantjes het gehele jaar voor.

05.Goudhaantje

Goudhaantje (Regulus regulus) ©www.rspb.org.uk

 

Karakteristiek bij de winterkoning (Troglodytes troglodytes) is de opstaande staart. De grootte is tussen de negen en tien centimeter. Het verenkleed is zandbruin, verder een lichte wenkbrauwstreep, kleine spitse snavel en fijne pootjes. Het voedsel bestaat uit insecten, rupsen, spinnen, larven en zaadjes, die ze met hun fijne gespecialiseerde snavel kunnen oppikken en zelfs uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors peuteren. Vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond van struik naar struik en komt nerveus over door zijn steeds opwippende staart. Zijn zang is helder, met vibrerende scherpe trillers. De winterkoning heeft een enorm groot verspreidingsgebied; grote delen van Noord-Amerika* en verder in Europa (inclusief IJsland), Azië en Noord-Afrika, daardoor is de kans op de status kwetsbaar (voor uitsterven) uiterst gering. In Nederland is het een standvogel, maar de winterkoning is ondanks zijn naam niet bestand tegen koude winters.

05.Goudhaantje map

Verspreidingsgebied van het goudhaantje ©wikipedia

 

Het nauw verwante vuurgoudhaantje (Regulus ingicapilla) is met zijn negen tot tien centimeter iets groter dan het goudhaantje. Ze lijken sterk op elkaar, maar de opmerkelijke verschillen zijn de witte oogstreep en het andere geluid. De zang is (subtiel) anders dan bij goudhaan: versterkend (crescendo) en versnellend, maar ook erg hoog en mist de herhaling die bij goudhaan duidelijk aanwezig is. Het verenkleed van het vuurgoudhaantje mannetje is grijsgroen aan de bovenzijde, lichtgrijs aan de onderzijde, een zwarte en witte oogstreep. Het vrouwtje heeft een gele kruin en het mannetje een oranje kruin (echter alleen goed zichtbaar als de vogel zijn kruinveren opzet), waaromheen een zwarte band. Vuurgoudhaantjes komen in een groot deel van Europa, vooral in de zomer, voor in zowel loofbos als gemengd naald- en loofbos. Het is een korte-afstands trekker, vertrekt eind augustus/september en overwinterd in Zuidwest-Europa en westelijk Middellandse Zeegebied.

 

Najaarscursus: Er zijn nog enkele plekken vrij. Ga naar de site www.vogelwerkgroephokske.nl voor informatie.

 

Tot de volgende keer Nora Nelissen

 

*PS in Amerika leeft de Housewren (Troglodytes aedon) en de Winterwren (Troglodytes hiemalis)

Top

Kraanvogel   (Grus Grus) | 28 oktober 2018

De kraanvogel is een trekvogel. Ze trekken van het broedgebied in Scandinavië, Noordoost-duitsland en Polen naar t zonnige zuiden. Het Franse Lac du Ler is een belangrijke overwinteringplek. De meeste vogels overwinteren in Spanje rond het binnenmeer Laguna de Gallocanta halverwege tussen Madrid en Barcelona en in de Extramudura waar ze zich voeden met t eten van eikels, oogstresten, gras en vruchten. Vaak trekken ze in grote troepen, in een V formatie onder luidt trompetterend richting het zuiden. Ze komen bijeen uit het oosten en noorden van Europa maar ook uit Rusland. Een grote verzamelplaats is Diepholz boven Osnabruck. Dit jaar zaten naar verluid; meer dan 100.000 kraanvogels te wachten op vertrek. Ganzen trekken ook in een V formatie maar de kraanvogel heeft een langere hals en de poten die achteruit steken. Voor vele vogelaars is t vertrekken of komen van kraanvogels een verandering van seizoen.

 

In Friesland ( Fochtelooerveen)en dit jaar ook in de Mariapeel zijn broedende kraanvogels waargenomen. Lauwersmeer, Oostvaarder plassen en Drentse heide en hoogveengebieden zijn broedgebieden die ideaal zijn voor kraanvogels. In de Grootte Peel. Mariapeel, Hamert en Meinweg zijn prima slaapplaatsen waar ook ze regelmatig verblijven. Het oosten van ons land ligt op de trekroute van noord naar zuid. Hier en daar worden kraanvogels waargenomen nu al op de terugweg naar het noorden, maar de meeste komen nog over. Ik vind het telkens prachtig om de kraanvogels te horen tetteren en te zien vliegen.

 

De kraanvogels is een flinke vogel van een 4.5 tot 5.5 kg met een hoogte van zo’n 1 tot 1.2 meter wat groots voor de Europese vogels. Vergelijkbaar met een grote gier en ooievaar. De kraan vogel is bijzonder want de baltshoudingen en de dans van deze vogels is bijzonder prachtig. Na de paring maken ze een nest op de grond, bijvoorkeur afgelegen en een tikkeltje verhoogt. De 2 eieren komen na 30 dagen broeden uit en de jongen vliegen 60 tot 70 dagen later uit.

 

Je kunt de Kraanvogel herkennen aan de lange vleugels met grote vingers op het eind van de vleugel, licht aan de voorkant en grijs met veel zwart. Zijn lange hals is typisch voor de kraanvogel waar een witte streep over de zwarte kop loopt. In het veld, moerassen en weiden onder eikenbomen heeft de kraanvogel een pluim met vleugelveren voor zijn staart heen hangen.

Top

Merel (Turdus merula) | 19 oktober 2018

Vroeger kon je de merel alleen aantreffen ver van de bewoonde wereld, het was een echte bosvogel. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw is hij steeds verder opgedrongen naar parken en tuinen. Zijn vroegere schuwheid heeft hij praktisch geheel afgelegd en momenteel is hij er zelfs niet meer weg te denken. Hij behoeft geen nadere beschrijving en is bij iedereen bekend. Het mannetje is geheel zwart met een gele snavel en gele oogringen, het vrouwtje is nagenoeg geheel bruin. In de lente vindt er een strijd plaats om de gunst van een vrouwtje en duidelijk ook om het territorium.

Merel Jos Wijnenl

Merel (Turdus merula) Foto ©Jos Wijnen

 

Ze broeden 2 a 3 keer per jaar. Het legsel bevat 4 a 6 blauw gespikkelde eieren. Na 14 dagen broeden komen ze uit. De jongen worden voornamelijk gevoed met wormen. Na 14 dagen verlaten ze het nest. Omdat ze de eerste dagen nog niet goed kunnen vliegen vallen veel jonge merels ten prooi aan katten, eksters en gaaien. De jonge merels zijn net als de volwassen vrouwtjes, bruin van kleur. In de herfstrui krijgen de jonge mannen hun nieuwe zwarte verenpak, Alleen de vleugelpennen blijven nog bruin.

Merels worden in de vrije natuur niet oud, meestal 2 a 3 jaren. 

 

De laatste jaren zijn er grote aantallen ten gronde gegaan aan het Usutu-virus de ‘Merel-ziekte’. Dit virus treft hoofdzakelijk de merels, en men vermoed dat het via trekvogels uit de zuidelijke landen via Duitsland naar Nederland is overgebracht. De hoop is dat de overgebleven merels immuun zullen zijn tegen dit virus, en dat via deze vogels de populatie zich weer zal herstellen. Dit jaar speelt nog een ander probleem wat zeker ook de merels treft n.l. de bestrijding van de buxusmot met pesticiden. Door de extreem droge lente en zomer kunnen ze geen regenwormen vinden om hun jongen te voeren, en zijn ze aangewezen op rupsen en andere insecten. Ik heb ze regelmatig op buxusstruiken zien zitten en u raad het al, als deze met gif behandeld zijn zullen ook de rupsen dit gif bevatten met alle gevolgen van dien.

Merel 2 Jos Wijnen 

Merel (Turdus merula) Foto ©Jos Wijnen

 

Zodra de merel ergens op een grasveld neerstrijkt loopt hij met snelle passen een stuk vooruit. Als iets aan de bodem beweegt is zijn volle aandacht hierop gericht. Hij kijkt scherp naar de plaats waar hij iets zag bewegen, spurt er naar toe en stoot zijn snavel in de grond of tussen het gras. Meestal heeft hij dan wel een worm of iets dergelijks te pakken. Wanneer hij tussen afgevallen bladeren rondsnuffelt, draait hij met zijn snavel de bladeren om op zoek naar insecten. Op deze wijze vindt hij: slakjes, oorwormen, torretjes, rupsen, larven, aardwormen enz. enz. Als de aardbeien en kersen rijp zijn kunnen ze daar graag van snoepen en zich daardoor het ongenoegen van menig “hovenier” op de hals halen. Maak u hier niet boos over en scherm het gewas tijdig af met een net. Hij beloont u met zijn uitbundige en melodieuze zang. Het is prachtig als hij op een hoge boomtak gezeten, met welluidende akkoorden de dag begroet of hem ter ruste zingt. De zang van de merel wordt door deskundigen hoger aangeslagen dan het lied van een zanglijster. Zelfs Beethoven heeft in het derde deel van zijn vioolconcert het lied van de merel, zoals hij het heeft afgeluisterd, verwerkt.

Tot de volgende keer en dank voor uw belangstelling. Jos Wijnen.

Top 

De voor- en nadelen van de herfst en de winter | 13 oktober 2018

We zijn al een heel eind in de herfst beland en straks staat de winter voor de deur.

De een vindt dit een prachtige periode en houdt ook van de winter met het liefste een Elfstedentocht en veel sneeuw. Een ander moet er niets van hebben en ontvlucht zelfs ons land en gaat overwinteren in Spanje. Tot nu toe mogen we niet klagen we hebben nog een mooie nazomer gehad. Maar wat betekent dat voor de vogels en vogelaars. De vogels zullen nu nog wel aan voldoende voedsel kunnen komen.

pestvogel C vogelbescherming.nl

Pestvogel (Bombycilla garrulus) ©www.vogelbescherming.nl

 

Weldra zullen we een aantal wintergasten kunnen begroeten, zoals bijvoorbeeld kramsvogels, koperwieken, misschien zelfs de prachtige pestvogels. Deze zullen voorlopig niks te kort komen. Door de droge zomer is er een overdaad aan bessen van de hulst, en waar ze niet te kort gesnoeid zijn, dragen de meidoorns ook een overvloed aan bessen. Zo ook ander besdragende soorten. Ook vogels die beukennootjes eten kunnen hun hartje ophalen. Deze bomen en struiken hebben allemaal van de droogte te lijden gehad en dreigden dood te gaan Ze gaan dan massaal voor nageslacht zorgen door zoveel mogelijk zaden te produceren. Ook als de ganzen uit de noordelijke streken komen zullen die voorlopig nog voldoende oogstresten aantreffen om de herfst door te komen. Anders wordt het als het echt winter wordt, als de voorraad die de herfst nalaat uitgeput raakt. Dan zijn er toch wel een aantal vogels die de buikriem moeten aanhalen. We kunnen ze daarin wel helpen door een rijk gevulde voedertafel. Echter niet alle vogels zijn daarmee geholpen. Bij strenge vorst als alles dichtvriest sneuvelen er veel ijsvogeltjes want zij zijn geheel afhankelijk van vis, dus van open water. We kunnen die alleen helpen door te zorgen voor een flink wak in het ijs zodat ze daar vis kunnen vangen. Ook reigers krijgen het dan moeilijk al zijn die niet geheel afhankelijk van vis maar eten ze ook muizen, kikkers en mollen, als deze voor handen zijn. Doch bij strenge vorst leggen die ook massaal het loodje. Ook vooral veel kleine vogeltjes hebben het moeilijk door het relatief grote lichaamsoppervlak dat kan afkoelen in verhouding tot de lichaamsinhoud hebben ze de grootste moeite om zich warm te houden. Ze hebben daardoor extra veel voedsel nodig. Voor de vogelaar heeft de winter wel voordelen. Het blad is van de bomen en we zien vogels dus veel beter zitten. Ook komen er vogels uit het hoge noorden onder andere veel ganzen en zwanen kunnen we dan bekijken, die de hele zomer niet te zien waren. Maar vogels worden ook minder schuw als ze honger hebben. We merken dit al aan de vogels die onze voederplaats bezoeken. Veel ervan krijgen we ander maar zelden te zien. Maar ook bijvoorbeeld een zeer schuwe vogel als de roerdomp die zich altijd in het riet verscholen houdt komt dan het riet uit op zoek naar iets eetbaars. Zo heeft elk jaargetijde zijn voor en nadelen. Het is aan ons om daarvan gebruik te maken.

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

’t Hökske komt naar je toe! | 5 oktober 2018

Op 27 oktober is er weer de Nacht van de Nacht, georganiseerd door de Groengroep. Dit jaar zijn wij ook weer van de partij.

 

27 oktober: Nacht van de nacht

 

De wandelroute begint bij de Stal aan de Lemmeweg en gaat via de Elsbeemd. De Elsbeemd is voor ’t Hökske een bekend gebied, daarom zullen we je graag vertellen wat je hier ’s nachts allemaal kunt horen. Voor meer informatie verwijs ik je graag naar de Groengroep.

Tot de 27ste!     John Raedts

Top

’t Hökske komt naar je toe! | 5 oktober 2018

De komende weken doen we aan enkele activiteiten mee, waar we je graag ontmoeten. Daarom brengen we ze graag even onder de aandacht

14 oktober: Vogels spotten bij Aan de Drift

 

Aan de Drift is een natuur- en informatiecentrum met horecagelegenheid aan de rand van de Schadijkse Bossen in America. Een ideaal vertrek- of rustpunt bij een wandeling of fietstocht. Regelmatig worden er ook activiteiten georganiseerd op het gebied van natuur. Zo is er van 13 tot en met 21 oktober een wandelroute uitgezet dwars door de Heere Peel van ongeveer 1,5 km, waarbij je vogels kunt spotten. Je gaat zelf op pad met verrekijker en herkenningskaart. Onderweg kun je op een tiental spotplaatsen diverse vogelsoorten ontdekken.

 

Heb je graag wat hulp bij het spotten, kom dan op zondag 14 oktober. Vogelwerkgroep ’t Hökske staat er dan van 13.00 uur tot 16.00 uur om je te helpen bij het spotten. Graag vertellen we jou dan meer over de vogels die hier in de regio zitten en hoe je ze kunt herkennen. Natuurlijk vertellen we ook graag wat we verder doen aan activiteiten.

Ook kunnen er voederkettingen gemaakt worden.

  • Heb je geen verrekijker of herkenningskaart? Deze is tegen een kleine borg beschikbaar. 
  • Deelname is gratis en aanmelden is niet nodig. 
  • Leuk voor jong en oud!
  • Startlocatie en voor meer informatie: Aan de Drift, Lorbaan 9A, 5966 PG, America

De weersvooruitzichten zijn zeer goed, dus zet in je agenda: Zondag 14 oktober – Vogels spotten bij Aan de Drift.

John Raedts

Top

Hoe intelligent zijn onze vogels? | 27 september 2018

Elk najaar verwonder ik mij weer over de trekvogels die duizenden kilometers afleggen om de winter in warmere gebieden door te brengen. In het voorjaar maken ze de tocht omgekeerd. Sommigen, zoals de Noorse stern vliegt van noordelijke gebieden tot binnen de Poolcirkel, helemaal naar Antarctica om daar in visrijke wateren de winter door te brengen, om in het voorjaar weer terug te keren en hier te broeden. Dat is elk jaar een rondje rond de wereld. Maar niet alleen de afstand dwingt respect af. Hoe de vogels de weg weten is alleen al fascinerend. Door de jaren heen is men daar al veel over te weten gekomen. Veel wordt gevlogen via magnetische velden en de stand van zon en maan. Maar ook door het leren van de ouders. Toch is hier nog lang niet alles over onbekend. Omdat sommige vogels een dergelijk klein kopje hebben, dacht men aanvankelijk dat vogels wel erg dom moesten zijn. Ik denk dat de meeste vogels echter beter kunnen navigeren dan menig mens met zijn moderne hulpmiddelen. Maar ook buiten het navigeren tijdens de trek hebben vogels al dikwijls bewezen soms erg slim te zijn. Van kraaiachtigen is bekend dat het intelligente vogels zijn. Men heeft proeven gedaan met water in een fles waarop een versnapering dreef, waar de vogel niet aan kon. Door steentjes in de fles te gooien wist de kraai het water zo hoog omhoog te krijgen zodat de versnapering binnen zijn bereik kwam. Ook in een doolhof wat lekkers verstoppen was voor kraaien geen probleem. Dit wisten ze te vinden. Om insectenlarven uit een boomspleet te halen gebruiken ze takjes of andere hulpmiddelen. Ook is al lang bekend dat kraaien noten bij een stoplicht leggen en door auto’s kapot laten rijden om deze, als het stoplicht op rood staat ze gauw weer op te pikken.

Kraai met noot CDreamstime

Zwarte kraai (Corvus corone) met walnoot ©dreamstime

 

Als een gaai nootjes of eikels verstopt en hij denkt dat een andere gaai het gezien heeft, gaat hij later terug om ze opnieuw te verstoppen. Ouderen weten nog dat in het midden van de vorige eeuw aluminium doppen of melkfessen zaten. De melkboer zette deze in de stad bij de klanten aan de deur. In bepaalde wijken hadden de pimpelmezen ontdekt dat als ze deze doppen kapot pikten, ze bij de melkproducten konden. Ook hebben veel van ons wel eens gezien hoe meeuwen schelpen omlaag laten vallen op een harde ondergrond totdat ze open springen. Net zoals de lammergier de botten laat vallen om aan het merg te kunnen komen. Maar niet alleen als het gaat om eten te bemachtigen zijn ze soms vindingrijk. Ook op andere manieren staan ze hun mannetje. Van mezen is bekend dat als het weer erg koud is in het broedseizoen, en er dus weinig insecten vliegen, ze het uitkomen van de kuikens vertragen, door er minder op te broeden. Ze houden dan de eieren net warm genoeg zodat het embryo niet afsterft, maar zich ook niet verder ontwikkelt. Zodra het weer beter wordt gaan ze weer verder met broeden. Bij warm weer zijn er meer rupsen en insecten voor de kuikens. Bij goed weer broeden ze normaal door. We hebben zelf ondervonden dat bij het controleren van de door ons opgehangen nestkastjes, de kuikens volgens onze telling al uit hadden moeten zijn, en wij al dachten aan mislukte legsels, terwijl ze bij een volgende controle toch nog uit waren gekomen. Dit gedrag is ook wetenschappelijk aangetoond. En wat dacht je van de kunstige nestbouw bij sommige vogels. Bij ons onder andere, het winterkoninkje en de zwaluwen, maar vooral in de tropische landen worden op dat gebied grote prestaties geleverd. Veel hebben wel eens in een film van David Attenborough, de Prieelvogel aan het werk gezien of de wevervogels. Of denk eens aan de boskalkoen die zijn eieren in een hoop bladeren verbergt en dit, doordat dit gaat broeien als broedmachine gebruikt. Door meer of minder blad erop te doen weet hij de temperatuur precies te regelen. Veel vaardigheden leren vogels door het van hun ouders af te kijken, of het is aangeboren instinct. Maar ook veel hebben ze echter zich zelf aangeleerd door het uit te proberen. Men kan van vogels zeker niet zeggen dat het domme dieren zijn al hebben ze soms maar een heel klein kopje.

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Najaarscursus vogelherkenning 2018 | 21 september 2018

Op korte termijn starten we met de inmiddels regionaal bekende Najaarscursus Vogelherkenning die in een nieuw jasje is gestoken. Het cursusboek wordt geheel vernieuwd en omvat ca. 100 pagina’s veel foto’s. De presentaties zijn uitgebreid met nog mooiere foto’s en ook het aantal soorten vogels is aangepast en nieuw zijn de uilen die op het programma staan. De cursus omvat een 3-tal theorieavonden op maandag 12 en 19 november 2018 en maandag 14 januari van het volgend jaar. In Horecacentrum de Sevewaeg in Sevenum van 20.00 tot ca. 22.00 uur de presentatie van de diverse soorten vogels die we in de wintermaanden kunnen aantreffen. Op de zondagochtenden van 9 en 16 december en 27 januari volgen dan een 3-tal excursies om de theorie in de praktijk te brengen. We bezoek dan o.a. de Maasplassen bij Roermond voor ook de interessante watervogels die we daar aantreffen.

 

Samenvattend: 3 avonden theorie (met gratis koffie en thee), 3 ochtenden praktijk in natuurgebieden, een exclusief cursusboek van zo’n 100 pagina’s en een schat aan informatie voor de prijs van € 32,50. Beslist de moeite waard.

Wees er snel bij want we hebben een maximum aantal deelnemers van 20 man/vrouw!!!!

 

Informatie over deze cursus via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of bij Jan Peeters op 06 1120 3333

Top

Zaterdag 6 oktober Euro Birdwatch 2018 | 21 september 2018

Onder auspiciën Vogelbescherming Nederland zal ook dit jaar weer een vogelteldag georganiseerd worden in Nederland. Zaterdag 6 oktober zal op een kleine 150 plaatsen in Nederland elke langstrekkende vogel geteld worden en centraal worden deze tellingen verwerkt en gepubliceerd. Niet alleen Nederland telt maar in 41 Europese landen wordt een bijdrage geleverd waarbij ruim 200 soorten en enkele miljoenen vogels in de statistieken belanden. In Nederland komt het aantal vogels op 100.000 tot 1,4 miljoen in 2014 en zelfs 3,6 miljoen stuks in 1993. Grote vraag is welke soort op de eerste plaats komt te staan. Het zal ook dit jaar weer gaan tussen de graspieper, spreeuw en vink. Mogelijk dat de kolgans zich tussen deze soorten nestelt maar e.e.a. is afhankelijk van het weer. Ook voor het aantal vogels en het aantal soorten is het weer een bepalende factor. Bij oostenwind komen vogels in beeld die regulier via Duitsland trekken zoals de Rode en Zwarte wouw, bij een harde westenwind is de kans op langstrekkende zeevogels groter. Te denken hierbij aan Jan van Gent, Papagaaiduiker of Grote, Middelste of Kleine Jager.

Euro Birdwatch 2018

Euro Birdwatch 2018

 

Vanaf 8.00 uur zal de trektelpost bemand zijn en eenieder is welkom.

Loop vanaf einde Zwarte Plakweg de Mariapeel in en na ca. 1 km. Ligt de telpost (kruispunt bij ingang Mariapeel recht oversteken).

Top

Witte reigers in herfst en winter | 17 september 2018

Nu we onderhand weer in de herfst zijn beland zien we steeds meer weer witte reigers in het buitegebied. In de zomer komt dit bijna niet voor. Deze witte reigers heten officieel grote zilverreigers. Dat deze grote zilverreiger regelmatig gezien wordt in de buurt is mede te danken aan de slaapplaats die een aantal van deze vogels in de Mariapeel hebben. Als je daar in de herfst of winter gaat wandelen heb je een zeer grote kans er een of meerdere te zien. Dit was echter voor een aantal jaren terug nog een uitzondering. Tot 1978 kwamen ze in Nederland niet voor als broedvogel. In dat jaar vond het eerste broedgeval plaats in de Oostvaardersplassen. Voorheen lagen de dichtstbijzijnde broedgebieden hoofdzakelijk op de grens van Oostenrijk met Hongarije aan de Neusiedlersee. Tegenwoordig komen er ook vogels uit Polen en Oekraïne. Ook  in Frankrijk heeft zich een kolonie gevestigd. Tot 1994 bleef het in de Oostvaardersplassen ook een beetje op en neer gaan met het broedsucces. Echter na het verhogen van het waterpeil in 1995 ging het snel vooruit tot ongeveer 50 broedgevallen in 2002 en dit zet zich nog steeds in stijgende lijn voort. Momenteel broeden er bij voldoende waterpijl zelfs 150 paren. Op andere plaatsten broeden ze sporadisch. In de Weerribben in de kop van Overijsel heeft zich ook een kleine kolonie gevestigd. In de winter zwermen deze vogels met veel vogels uit de broedgebieden in het oosten, die hier boven genoemd zijn, zich over het hele land uit. Met name de Ooypolder bij Nijmegen maar ook andere plaatsen tussen Maas en Waal zijn bekend als plaatsen waar zeer grote aantallen verblijven. Door zogenaamde slaapplaatsen tellingen die landelijk drie maal per winter worden gehouden is men hierover meer te weten gekomen. Ze verblijven dan in waterrijke gebieden dikwijls met 100 of meer bij elkaar. Door onder andere kleurringen weet men waar de hier overwinterende vogels vandaan komen. De grootste aantallen worden meestal in oktober geteld. Maar ook de rest van de winter zijn er veel. Gemiddeld brengen ongeveer 2500 van deze mooie vogels hier de winter door. Maar ook hier in de buurt verblijven dan veel van deze prachtige vogels.

Grote zilverreiger 27

 Grote zilverreiger (Ardea alba) ©www.birdphoto.nl

 

De grote zilverreiger is een statige vogel nog iets groter dan de blauwe reiger vooral door de langere poten en lange nek. Ze hebben geen kuif zoals de blauwe reiger en kleine zilverreiger, (welke in onze buurt maar zelden gezien wordt). Het verenkleed is geheel wit. De snavel is de grootste tijd van het jaar geel in tegenstelling van de kleine die een zwarte snavel heeft. Alleen in de paartijd is de snavel van de grote zilverreiger voor een groot gedeelte zwart met nog geel aan de basis. De poten en tenen zijn zwart maar de bovenbenen zijn in de paartijd wat roodachtig. De kleine zilverreiger heeft zwarte poten maar gele tenen. Ze leven in rietmoerassen, oeverzones van meren en rivieren, maar fourageren ook in beken en sloten. Ze jagen dan op vis, amfibieën en waterinsecten. In droge periodes worden ook wel kleine zoogdieren en insecten gevangen. Ze waden behoedzaam door het water met horizontaal gehouden lichaam op zoek naar prooi, of staan bewegingloos met stijve nek voorover tot dat er een prooi binnen bereik komt. Het is een prachtige vogel om te zien, zodat iedereen de tijd neemt om deze verschijning te bekijken.

Tot volgende week. Toon Selten

Top

De lammergier (Gypaetus barbatus) of baardgier | 7 september 2018

Deze zomer hebben we van een vakantie genoten in Zuid Frankrijk, om precies te zijn, de Pyreneeën. Vooraf hebben we bedacht dat we graag bijzondere dieren (meestal moeilijk of niet te spotten in Nederland) wilden gaan zoeken. Naast gems, waterspreeuw en vale gier wilden we ook graag de lammergier zien. Volgens folders is daar een reële kans op, maar dat staat altijd in een folder.

Deze gier is groot, 125 cm lang, met een spanwijdte van 230-tot 283 cm. ( ter vergelijking: de vliegende deur wordt tot 92 cm lang met een spanwijdte van tot 250 cm). De gier weegt tot 7,8 kg. In de Himalaya lijken de vogels iets kleiner dan in de rest van de wereld, er wordt soms gesproken van ondersoorten maar daar is vooralsnog niet voldoende bewijs voor.

aasgier valegier lammergier

Vliegbeeld aasgier, vale gier en lammergier ©www.noordspanje.be

 

Na een bijzonder stevige wandeltocht, tot aan de Spaanse grens, een stijging van 1300 meter, kwam, na telkens een groep van 6 vale gieren, totaal onverwacht de lammergier kort over vliegen, onmiskenbaar met zijn lange, wigvormige staart. Dus dat was toch gelukt. Tot mijn verbazing las ik dat deze giersoort ook in de provincie Zeeland is gespot, mei dit jaar. Deze bijzondere en bijzonder imposante vogel, heeft het moeilijk in de wereld, maar ook zeker in Europa. De naam "lammergier" stamt uit de tijd dat men dacht dat de vogel op lammeren en zelfs kinderen joeg. In Europa is dat een van de redenen geweest dat het dier halverwege de 20ste eeuw vrijwel is uitgestorven; lange tijd werd er jacht op gemaakt. Een herintroductie programma, ongeveer 40 jaar geleden opgezet, heeft goede resultaten behaald. Dit programma in de Alpen en de Pyreneeën heeft weer in ieder geval voor gezorgd dat er weer een redelijke populatie bestaat. De lammergier gaat in aantal achteruit. Om deze redenen staat deze gier sinds 2015 als gevoelig op de Rode lijst van de IUCN. (International Union for Conservation of Nature). De uitgezette gieren die in Spaanse Pyreneeen zijn uitgezet (waar we waarschijnlijk een nazaat van hebben gezien) doen het goed. Nakomelingen vanuit deze herintroductie hebben inmiddels ook Portugal bereikt. Toch beslaat hun wereldwijde populatie ongeveer 10.000 dieren, dat lijkt veel maar gezien het enorme verspreidingsgebied is de bezetting mager.

 

Lammergier 2

lammergier (Gypaetus barbatus) of baardgier ©nl.depositphotos.com

 

Voor zover dat mogelijk is worden er wereldwijd afspraken gemaakt om dit soort te beschermen. Hun stand staat nog steeds onder druk doordat er vergiftigd aas, nestverstoring, aantasting van het leefgebied, plaatsing van windturbines en elektriciteitsmasten en de veranderde landbouw (van extensief naar intensief, naast een kadaverdienst). Het voordeel van voor de lammergier ten opzichte van andere gieren is dat de lammergier ook veel energie en mineralen halen uit de botten van dode dieren. Deze vogel heeft aangeleerd om botten van grote hoogte op de rotsachtige bodem te laten vallen zodat ze in stukken breken. Hierna kan de gier, de kleinere botten (nog steeds groot) doorslikken. Het zure maagmilieu zorgt ervoor dat het bot wordt opgelost en de voedingsstoffen vrijkomen om verteerd te worden. De pH (zuurgraad) gaat van maximaal 14 (heel basisch) tot 0 (heel zuur). De pH van de maag van de lammergier ligt rond de 1, dat wil zeggen dat de maag bijzonder zuur is. De kalk van de botten lost gemakkelijk op, binnen een dag, waardoor de vette inhoud van de botten goed verteerd kan worden. Door het beschikbaar worden van de inhoud van de botten (merg) is de energie leverantie van deze botten, ongeveer gelijk aan dat van vlees. Door deze mogelijkheid om botten (met inhoud) te verteren kan de baardgier vele malen teruggaan naar een karkas om de botten als voedsel te gebruiken, daar waar andere dieren op zoek moeten naar een nieuwe prooi.

Lammergier 3 Richard Bartz

lammergier (Gypaetus barbatus) of baardgier ©Richard Bartz

Concurrent of hulp?

De wolf en de steenarend lijken concurrenten voor de lammergier. Enige studie heeft hier echter een andere kijk op gegeven. Een van de voorwaarden waaronder de gier het goed lijkt te doen, lijkt een samenwerking met wolven en steenarenden. Deze roofdieren slaan vaak prooien waarbij de botten blijven liggen. Het rantsoen van de lammergier kan wel voor 80 tot 90 procent uit botten bestaan. Dus de restanten van de prooien van de schijnbare concurrenten zijn juist de hoofdbron van voedsel van de gier.

Walter Jansen

Top

Vogels, folklore en godsdienst | 2 september 2018

Vroeger werden vogels vaak gezien als brengers van onheil. Zelfs het roodborstje werd als een onheilsbrenger beschouwd. Zo zouden in Zuid-Wales tot drie keer toe fatale mijninstortingen hebben plaatsgevonden, kort nadat men in de ondergrondse schachten een roodborstje had waargenomen. Niet alleen in het verre verleden werd verband gelegd tussen de verschijning van een lieflijke vogel en noodlottige gebeurtenissen, zelfs nog aan het begin van de 20e eeuw kwam dit voor. Toen heerste er in het mijngebied van Zuid-Wales het geloof, dat de aanwezigheid van een wilde vogel in de mijngangen de voorbode kon zijn van een naderend onheil. Dat er enige relatie zou bestaan tussen vogels en een aanstaande dood of een ander noodlottig gebeuren, is als restant van oude overleveringen overgebleven. Zo ging de uil er lang voor door een vogel te zijn die de dood voorspelde. Dit gold vooral in Europa en Azië. De Romeinen dachten dat wanneer een kerkuil neerstreek op een huis, dat degene die in dat huis vertoefde eerstdaags zou sterven. De Grieken en Romeinen meenden dat de goden zich bedienden van aan de natuur ontleende tekens, o.a. vogels, om waarschuwingen of raad te geven. Een oude legende verhaalt dat de Griekse strijdkrachten toen zij 12 eeuwen voor Christus Troje wilden aanvallen, zagen hoe een slang negen mussen uit een boom greep. De vogelwichelaar die het leger begeleidde wist te vertellen dat de Grieken negen jaar zouden moeten vechten om Troje te veroveren. En dat zou dan ook gebeurd zijn.

raaf 4 precut.nl

Raaf (Corvus corax) ©www.precut.nl

 

Tijdens de laatste wereldoorlog werd in Londen scherp gelet op de tamme raven van de Tower, de vroegere staatsgevangenis van Engeland. Volgens een legende zou de vijand Engeland binnenvallen als de raven zouden verdwijnen. Dit geloof in de raaf als beschermer stamt uit de 13e eeuw. Toen zou de kop van een raaf zijn begraven op Tower Hill om de bevolking van de hoofdstad tegen haar vijanden te beschermen. Je zult het maar geloven.

Bedankt voor uw belangstelling en tot de volgende keer. Jos Wijnen.

Top

Vogels helpen bij de verspreiding van zaden | 24 augustus 2018

Naast verschillende zoogdieren bewijzen ook de vogels hun diensten door het verspreiden van zaden, die aan verenpak of poten kleven. Ook de vruchten die door de vogels gegeten worden en waarvan daardoor de zaden verspreid worden. Vogels als duiven en hoenderachtigen kunnen we hiervan uitsluiten, daar deze met krop en maag de zaden weken en fijnwrijven. Eerder denken we aan die vogels die de vruchten eten om het vruchtvlees. Dit vruchtvlees wordt verteerd en de zaden verlaten met de uitwerpselen het lichaam onder andere bij spreeuwen. We zouden ons kunnen afvragen: hebben de zaden niet geleden tijdens de passage door het darmkanaal? Het tegendeel is waar. Vele sappige vruchten bevatten een stof, blastocolinedie de ontkieming tegen gaat. Zaait men dergelijke vruchten uit, dan moet eerst het vruchtvlees zorgvuldig verwijderd worden. Waar zal dit meer effectief geschieden dan juist in het darmkanaal van de vogel? Een aardig voorbeeld is de verspreiding van de maretak, de mistletoe (Viscum album) De naam vogellijm voor deze halfparasiet is in dit verband wel tekenend. De witte, besachtige vruchtjes zijn in het bezit van een inwendige laag kleverige cellen. Eet een vogel, maar speciaal de grote lijster de bessen en strijkt hij zijn snavel langs een tak af, dan zit de halfparasiet gelijk op zijn voedingsbodem. De zuigwortels dringen door de schors en de maretak kan zich ontwikkelen. Meer nog vindt de verspreiding plaats door de uitwerpselen. De kleefkracht van Viscum is zo groot, dat zelfs de vogelmest kleverig blijf, zodat de onverteerde zaden (de pitjes) aan de takken blijven plakken. Al in augustus toont de lijsterbes zijn felgekleurde oranje bessen. Deze oranje opvallende kleur trekt vogels aan die de bessen opeten. De naam zegt het al het zijn vooral lijsterachtigen (bijv. de merels) die dat doen. In onze parken, bossen en tuinen zijn talloze andere besdragende planten te zien, met verschillende kleuren bessen: wit, rood, oranje, donkerblauw en zwart. Deze kleuren hebben slechts één bedoeling: het lokken van vogels.

 Vuurdoorn Jos Wijnen

Vuurdoorn Foto: ©Jos Wijnen

 

Zelfs de zeer giftige taxus (bijnaam: venijnboom en boom des doods) laat haar zaden door vogels verspreiden. Het zaad zit half verscholen in een niet-giftige rode bes. Het giftige zaad passeert onaangetast het darmstelsel van de vogel. Proeven hebben uitgewezen dat ‘bes-zaden’ die het spijsverteringskanaal van vogels gepasseerd zijn, eerder en beter ontkiemen dan de andere zaden van dezelfde plant. Gaaien verstoppen eikels en beukennootjes in de grond voor wintervoorraad, maar kunnen hun bergplaatsen lang niet allemaal terugvinden en helpen zo mee bij de verspreiding van eiken en beukenbomen. 

 

Een aloud gezegde luidt als volgt: "de vogels, ze zaaien niet, ze maaien niet maar ze oogsten toch."

Maar uit bovenstaand verhaal kunnen we opmaken dat de vogels niet alleen oogsten maar tegelijkertijd ook zaaien.

Tot een volgende keer, Jos Wijnen. 

Top

Grote schoonmaak | 17 augustus 2018

Nu deze zomer zo lang en zo warm is, kunnen we ons moeilijk voorstellen dat de winter al weer in aantocht is. Nu duurt dit natuurlijk nog wel even, maar voor de vogels kun je nu al beginnen met de voorbereidingen hiervoor. Heb je nestkasten in de tuin dan is dit een mooi moment om de nestkastjes even allemaal na te lopen en schoon te maken. Waarom schoonmaken, zou je misschien denken? Als er een nestje in zit, kunnen ze dat volgend jaar toch weer gebruiken; hoeven ze geen nieuw te bouwen. Nou, het ligt toch net iets anders. Een oud nest kan behoorlijk vervuilt zijn. Denk aan vogelpoep, wormen, vlooien of misschien wel eitjes of dode vogeltjes van een mislukt legsel. Vogels willen een schoon, nieuw nest met vers bouwmateriaal, dus het oude nest moet er gewoon uit. Mezen willen ook wel eens een nieuw nest bovenop het oude bouwen, maar het is beter om met een schone lei te beginnen. Hoe maak je een nestkast schoon? Het beste haal je het kastje van zijn plek. Klopt het oude nest er uit of gebruik wat gereedschap. Doe wel handschoenen aan, mocht er wat vuiligheid in zitten. Maak het kastje vervolgens even schoon met een borstel en met heet water. Dan even laten drogen en je kunt het weer terug hangen. Je kunt op dit moment meteen even controleren of het kastje geen beschadigingen heeft en indien nodig repareren. Is een nestkastje (waarschijnlijk) niet gebruikt, controleer het toch maar even. Soms hebben ze er toch stiekem gebruik van gemaakt, maar soms wordt een nestkast ook door andere diersoorten gebruikt. Ook wespen maken wel eens gebruik van een nestkast. Let dus altijd wel even op voordat u aan de schoonmaak begint.

Nestkast schoonmaken natuurpuurzang.nl

Nestkast schoonmaken ©www.natuurpuurzang.nl

 

Waarom in deze periode schoon maken? Het is eigenlijk beter om een nestkast schoon te maken, direct nadat een legsel is uitgevlogen. Maar dan moet je dus wel zeker zijn van je zaak, anders is de kans groot dat je een legsel verstoord. In september/oktober schoon maken is kiezen voor zekerheid dat er niets meer in zit. De meeste vogels zijn volledig klaar met hun legsels. Let wel op dat uilen nu nog wel actief kunnen zijn. Laat deze kasten daarom nog maar even met rust. Gangbare nestkastjes voor mezen en dergelijke, worden in de wintermaanden ook graag gebruikt als schuil- of slaapplaats. Ook hiervoor is het van belang dat het kastje schoon is. Daarnaast zijn vogels al eerder met hun broedplek voor het volgend seizoen bezig, dan wij in de gaten hebben. Een schoon nestkastje verdient dan de voorkeur. Tot slot is deze periode ook ideaal om nieuwe kastjes op te hangen. Vogels kunnen deze kastjes dan alvast inspecteren en ook al vast gebruiken voor schuil- of slaapplaats. Wilt een eens een nestkastje voor een andere soort, zoals grauwe vliegenvanger of gekraagde roodstaart, vraag ons gerust naar bouwtekeningen. Succes met de schoonmaak!

John Raedts

Top

“Zwarte schapen” in de vogelfamilie | 10 augustus 2018

Iedereen weet wel wat met een “zwart schaap” in de familie bedoeld wordt. Zo is er ook een groep waarover gepraat wordt als waren ze de zwarte schapen bij de vogels. Niet dat de vogels hen zo beschouwen, maar de mensen. De groep die ik hiermee bedoel zijn de kraaienfamilie. Zowel de Kraai, Roek, Kauw, Ekster en Gaai, Alles wordt over dezelfde kam geschoren. Zij halen eieren en kuikens van andere vogels uit. En dat mag in onze ogen niet. Maar zijn we dan niet hypocriet. We hebben in Nederland drie soorten kiekendieven. De Bruine-, de Blauwe- en de Grauwe. Deze worden in hun voortbestaan in Nederland bedreigd. We doen alle mogelijke moeite om deze voor ons te behouden. Maar de naam kiekendief is afgeleid van kuikendief. En het is niet voor niets waar ze hun naam aan te danken hebben. Ook andere roofvogels grijpen vogels, zelfs volwassen vogels. Van uilen zien we niet veel omdat de meeste ’s nachts jagen. En hun meeste prooien zijn muizen. Maar een aantal weken geleden was er op BBC 2 een programma “Springwatch” daarin was via infrarood camera’s te zien hoe een Steenuil in een schuur een nest jonge Merels die in dezelfde schuur zaten, leeghaalde en aan zijn jongen voerde. Deze vogels worden blijkbaar toch met andere ogen bekeken dan de kraaienfamilie. En wat te denken van onze lieve huiskatten. Hoeveel vogeltjes zouden daar al het slachtoffer van zijn geworden. Het is in de natuur nou eenmaal zo; eten en gegeten worden. Onze mooie zangvogeltjes brengen duizenden rupsen naar hun jongen. Dat waren anders ook allemaal vlinders geworden. Ik denk dat we niet zo hardvochtig over onze kraaiachtigen moeten oordelen. Bovendien heeft deze groep ook zijn goede eigenschappen. Veel mensen zouden er een voorbeeld aan kunnen nemen, want een paar kraaien blijft elkaar hun leven lang trouw. Zo ook de andere van deze familie. Van zwanen en een heleboel ganzen is dit bekend, maar deze vogels zijn dat ook. En wie ruimt er de kadavers van dood gereden dieren langs de weg op? Juist ook de kraaien. De gaaien verzamelen eikels en verstoppen die voor de winter. Van een aantal vergeten ze waar ze liggen. Hier groeien weer nieuwe eiken uit. Zo helpen ze mee het bos in stand te houden. Er doen een heleboel hardnekkige verhalen de ronde. Ze zouden blinkende voorwerpen stelen. Ze zijn wel nieuwsgierig en zullen iets blinkends gemakkelijk in hun snavel nemen. Maar verder doen ze er niet veel mee. Het zijn bovendien erg intelligente dieren. Als ze een noot hebben die ze niet open krijgen leggen ze hem op een zebrapad. De auto’s rijden die dan kapot, en zodra het stoplicht op rood springt, eten ze de stukken op, zonder kans om overreden te worden. Zelf heb ik gezien dat een kraai een noot op de treinrails legde en wachte tot er een trein overheen gereden was om daarna de stukjes op te pikken. Of men ze mooi vindt of niet, dat is ieders persoonlijke smaak. De Ekster en vooral de Gaai hebben een prachtig verenpak. Maar ook Kraaien Roeken en Kauwen hebben dikwijls een mooie glans op hun zwarte verenpak, zodat er van allerlei kleuren weerschijnen. Deze groep vogels verdient meer waardering dan dat ze nu van de meeste mensen krijgen.

Tot een volgende keer, Toon Selten.

Top

Warm weer en vogels: gaat dat wel samen? | 5 augustus 2018

Vogels kunnen niet, zoals mensen, zweten om af te koelen. Honden en katten zweten trouwens ook niet, eigenlijk zijn vooral mensen uitzonderlijk aangepast aan de warmte. Sommige vogels kunnen op onverwachte manieren last hebben van het warme weer. Hieronder een top-5 van uitdagingen én oplossingen voor vogels.

1. Uitdroging

Vogels zweten niet, maar verdampen veel vocht via hijgen. Vogels zitten dan, net als honden dat doen, met open bek (snavel, in dit geval) en verdampen via hun ademhaling veel vocht. Bij dit verdampen van water wordt warmte uit het lichaam onttrokken, waardoor het dus verkoelend werkt. Maar het is wel van levensbelang voor vogels om voldoende toegang tot water te hebben. Met dit weer helpt u vogels enorm door een schaaltje of bord water op een veilige plaats aan te bieden. Dagelijks verversen is verstandig.

 2. Droge, harde bodem

De bodem droogt uit en de bovenlaag wordt hard. Vogels die voedsel uit de grond halen, zoals merels en  grutto’s, hebben het nu moeilijk. Wormen passen zich aan door iets dieper te gaan zitten, waar nog wel wat vocht in de bodem zit. Ze zitten daar helemaal buiten het bereik van vogels. Nu is het lastig om weidevogels te helpen. Door een stukje van uw gazon vochtig te houden kunt u voor merels en andere wormeneters in de tuin echter wél iets betekenen. Met wat water dat u in de keuken opvangt in een bak in plaats van weg te spoelen bijvoorbeeld. Want sproeien met drinkwater wordt tijdens deze droogte afgeraden.

 3. Jonge vogels extra op proef gesteld

Dit is de tijd dat er volop jonge vogels te zien zijn. Vaak worden ze nog bijgevoerd door hun ouders tot ze onafhankelijk zijn. Daar kunnen een paar weken overheen gaan. Jonge vogels kunnen een hulpeloze indruk maken. Zeker als ze ook nog eens zitten te hijgen van de warmte. Toch is het belangrijk hen met rust te laten. Als het even kan, probeer er dan voor te zorgen dat de omgeving veilig is: houd de kat binnen en vraag anderen hetzelfde te doen. U kunt de vogels eventueel bijvoeren met eiwitrijk voedsel zoals meelwormen. Meelwormen bevatten dezelfde eiwitten als andere insecten en zijn perfect voedsel voor jonge vogels. De oudervogels zullen de meelwormen gretig weten te vinden en ervoor zorgen dat hun jongen niet tekort komen.

4. Minder muggen beschikbaar

De meeste mensen zullen het niet direct een probleem vinden, maar er zijn minder muggen beschikbaar doordat allerlei natte plekken (emmers, bloempotten, enz.) zijn opgedroogd. Dit zijn voor muggen dé ideale plekken om zich voort te planten. Met name mug-etende vogels die niet ver vliegen om hun voedsel te zoeken, moeten nu meer moeite doen.

 5. Stenen veel heter dan groen: tegel eruit, plant erin!

Een omgeving met stenen, asfalt en beton is véél warmer dan een groene omgeving. Door verdamping koelen planten en bomen de omgeving makkelijk vijf tot acht graden af. Een stad is daardoor altijd een paar graden warmer dan het buitengebied; een bos is nog koeler doordat er onder bomen ook meer schaduw is.
6.Vogelvriendelijke tuin.

De béste manier om vogels te helpen bij warmte, is voorkomen dat het te heet wordt. Zorg voor een groene, natuurvriendelijke tuin. Daarin vinden vogels onder alle omstandigheden voedsel en verkoeling. Vogelbescherming geeft gratis tips over hoe u dit kunt doen. U kunt zelfs een deskundige met uw situatie laten meedenken: vraag advies aan een van onze Tuinvogelconsulenten voor het allerbeste én mooiste resultaat.

Tekst Vogelbescherming Nederland.

Top

Snoeien van de tuin in de zomer | 22 juni 2018

Het is bijna zomer, maar de lente heeft ons al vele mooie dagen opgeleverd. De zonnige en warme dagen afgewisseld met een regen- of onweersbui zorgden er voor dat de planten in tuinen en parken goed gedijen. Struiken die uitgroeien tot wilde bosschages en dan het voetpad overwoekeren kunnen er toe leiden dat de snoeischaar ter hand genomen gaat worden. Maar let dan even goed op! Zit er de merel die u regelmatig in de tuin ziet zitten niet te broeden? Pas dan op want in Nederland zijn alle inheemse vogels, hun nesten en eieren beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. De wet schrijft voor dat het verboden is om vogels te vangen, doden of verstoren, maar ook om hun nesten en eieren te beschadigen. Dus is het merel echtpaar bezig met gezinsuitbreiding wacht in dat geval met snoeien tot de merels zijn uitgevlogen. Mocht u niet willen wachten of het kan niet anders, snoei dan met beleid. Zorg er voor dat het nest niet zichtbaar wordt voor andere vogels of dieren die wel een eitje of jonge vogel lusten. Bij verstoring of beschadiging van het nest zal de merel u niet voor de rechter slepen. Maar het is sneu voor al het werk wat het merel echtpaar heeft verricht om tot uitbreiding van hun gezin te komen. Mijn advies: ga rustig op een stoel zitten en bestudeer of er ergens een nest kan zitten van welke vogel dan ook. Ziet u een vogel die vaak de zelfde struik in glipt, dan kan er wel eens een nest zitten. Besluit, onder genot van een biertje, het snoeien nog even uit te stellen. Bedankt namens alle broedende vogels in uw tuin.

Tot de volgende keer Ton Hagens

Top

Verslag nachtzwaluwen excursie | 16 juni 2018

Op zoek naar de nachtzwaluw

Na een regenachtige ochtend klaarde het weer in de namiddag behoorlijk op, zodat de excursie op 8 juni naar de nachtzwaluwen in de Schadijkse bossen kon doorgaan! Om 21.00 uur vertrokken we met z’n achten in twee auto’s richting Meterik.

Bij de parkeerplaats in de Schadijkse bossen was het al behoorlijk druk, er waren meerdere vogelliefhebbers op pad gegaan om kennis te maken met de nachtzwaluw. Deze vogel broedt op heidevelden, zandverstuivingen en open dennenbossen, op de grond en op de kale bodem. Tijdens de avond en nacht vangen ze in hun vlucht nachtvlinders, libellen en kevers.

Rond 21.30 uur kwam de groep in beweging en we liepen over bospaadjes naar de rand van het open gedeelte van de Schadijkse bossen. Vanaf hier hadden we een mooi overzicht over het gebied. In de verte aan de bosrand zagen we enkele schapen. Verder was het nog opvallend stil. Alleen een overvliegende blauwe reiger, een houtsnip, verschillende merels, een zanglijster en de geelgors lieten zich horen. Langzaam begon het te schemeren en de lucht kleurde enigszins roze. De donkere  vliegdennen zorgden voor een mooi contrast.

In de verte hoorden we opeens de ratelende zang van de nachtzwaluw, we liepen omlaag richting de heidevelden en zandverstuivingen en al snel hoorden we zowel de mannetjes als de vrouwtjes. Ook het klapperen van de vleugels tijdens de balts was te horen. Het onmiskenbare geluid van de nachtzwaluw ligt een beetje in het midden tussen een kwakende kikker en een tjilpende krekel.

Een aantal keren konden we de nachtzwaluw zelfs van dichtbij bekijken. Ze maakten tot vijf keer toe een mooi rondje op zoek naar insecten. Het viel op dat het beste een grote vogel is, het silhouet lijkt wel een beetje op een roofvogel, dat komt ook doordat de nachtzwaluw zo wendbaar is. De sfeer was even mysterieus als de vogel zelf. Inmiddels was het bijna donker en we besloten om terug te gaan naar de auto’s. Het was een heel aparte ervaring en we waren allemaal blij dat we aan de uitnodiging van ’t Hokske om deel te nemen aan deze excursie gehoor hadden gegeven. Jan en Mariet, heel hartelijk dank dat we deze mooie avond samen hebben meebeleefd.

 

Els van Knippenberg

Top

Veren en verenkleed | 10 juni 2018

Vogels onderscheiden zich op meerdere manieren van andere dieren, denk b.v. maar eens aan de bek en het aantal poten. Een zeer belangrijk kenmerk is dat vogels geen haren hebben als lichaamsbedekking maar veren. Alle dieren met veren zijn vogels en alle vogels hebben veren al zijn er dan soorten waarvan de veren er niet direct op lijken, denk maar eens aan Pinguïns en Struisvogels. Het grootste gedeelte van de vogel is bedekt met veren. Deze veren zijn net als haren verhoornde delen van de bovenste huidlaag ook wel keratine genoemd. Zitten haren in haarzakjes, de veren zitten in veerzakjes. Deze zijn duidelijk te zien bij een geplukte kip. Er zitten verschillende soorten veren op een vogel. Het kortst op de huid zitten de donsveren, ze kunnen veel lucht bevatten en hebben met behulp van andere veren een belangrijke functie bij de temperatuur regeling van het dier. Kuikens worden er mee geboren of hebben de aanzet voor donsveren al bij de geboorte. Voordat een vogel gaat broeden verwijderd hij op de borst een aantal van deze donsveren, waardoor een soort kale plek ontstaat. De zogenaamde broedplek. Doordat de dons weg is, kan de warmte van de vogel beter worden overgedragen op de eieren. Deze donsveren worden soms gebruikt om het nest af te werken. Watervogels dekken de eieren ermee af als ze het nest velaten , zodat deze warm blijven. De veren boven de donsveren zijn de dekveren of contourveren ze bepalen de vorm van de vogel en sluiten het verenkleed naar buiten af. Onderaan deze veren zit meestal ook wat dons. In de vleugel en de staart zitten erg stijve veren, deze worden ook wel pennen genoemd. Men spreekt daarom ook van grote en kleine slagpennen en staartpennen. Deze hebben een belangrijke taak bij het vliegen. De stand van de staart bepaald in belangrijke mate de richting. Maar ook de stijve staartpennen hebben bij sommige vogels nog een andere functie, denk maar eens aan een specht die zijn staart als zitsteun gebruikt. Als men de staart van een specht voelt zal men merken dat deze veel stugger is dan van andere vogels. Verder bepalen veren ook de kleur van de vogel. Deze kleur wordt gevormd door kleurstofkorrels in de veren. Soms is dit in combinatie met doorzichtige lagen, waardoor bij wijziging van de lichtinval de kleur ook verandert. Dit is onder andere het geval in de spiegel van eenden en de kopkleur van de Wilde eend welk groen lijkt, maar in feite zwart is. De kleur van de vogel is weer belangrijk bij de balts om een vrouwtje te verleiden en is voor de vogels onderling van belang om te weten dat ze tot dezelfde groep behoren.

Veer

Veer ©www.voliereforum

 

Hoe zit een veer in elkaar? Elke veer bestaat uit een spoel of schacht die in de huid zit. Behalve bij de donsveren, bevinden zich bij alle veren, aan weerszijden twee delen, vlaggen genoemd. Dikwijls is de ene vlag, de binnenvlag, breder en zachter dan de andere de buitenvlag, welke smaller en harder is. Deze vlaggen bestaan uit baarden, men zou die kunnen vergelijken met tanden in een kam. Deze baarden hebben op hun beurt weer baardjes. Het geheel zou men sterk uitvergroot kunnen vergelijken met een boom met zijtakken en aan de zijtakken weer takken. De baardjes bezitten haakjes waarmee ze met elkaar verbonden zijn en als een soort ritsluiting in elkaar haken, zodoende vormt de vlag een sterk geheel. Er zijn vogels die deze haakjes missen en waardoor de veer geen een geheel vormt maar rafelachtig lijkt. Dit noemt men ook wel zijdevederigheid. Deze vogels kunnen daardoor ook niet vliegen. Denk maar eens aan de familie van struisvogelachtigen en de Kiwi. Vogels met normale veren zijn een groot gedeelte van de dag bezig met hun veren. Als ze met hun snavel door de veren gaan maken ze als het ware de richtsluitingen weer dicht. Watervogels smeren dan tevens vet uit een vetklier achter bij de stuit door de veren, zodat ze een waterdicht verenpak krijgen. Sommige vogels hebben nog speciale donsveren de zogenaamde poederdons. Deze veren verpulveren tot een soort wasachtig poeder dat tijdens het poetsen over het verenkleed wordt verspreid. Dit heeft ook een waterafstotende functie. Dit hebben o.a. reigers en bepaalde roofvogels. Het aantal veren verschilt van vogel tot vogel en is afhankelijk van de grootte van de vogel. Zo heeft een kolibrie ongeveer 1000 veren, maar een zwaan heeft er ongeveer 20.000. De veren bepalen bovendien een groot aandeel van het gewicht van de vogel. Er zijn vogels waarvan het verenkleed meer weegt als de vogel zelf. Maar bij een zangvogel bestaat ongeveer eenderde van het gewicht uit veren.

 

Tot volgende keer dan zal ik wat vertellen van het vernieuwen van het verenpak de rui.

Toon Selten.

Top

2018, het jaar van de huiszwaluw | 1 juni 2018

De beide organisaties Vogelbescherming Nederland en Sovon bepalen jaarlijks welke vogel extra aandacht krijgt en na de spreeuw, kievit en koekoek van 2015 tot 2017 is het dit jaar de huiszwaluw die de eer krijgt om vogel van het jaar genoemd te worden. Deze trekvogel die van eind april tot begin oktober in ons land te zien is, overwintert in Afrika. Het winterverblijf ligt nog onder de Sahara tot in Zuid-Afrika. Een knappe prestatie om jaarlijks 2 maal deze verre afstand af te leggen voor een vogeltje van ca. 14 gram!! Het is een van de 3 soorten zwaluwen die standaard in Nederland te zien zijn. Dit samen met de boerenzwaluw en de oeverzwaluw. De gierzwaluw is geen zwaluw en hoort tot de familie van de gierzwaluwen en ook de nachtzwaluw behoort tot een eigen familie der nachtzwaluwen. Nog veel is onbekend in het leven van deze kleine zwaluw met zijn zwarte bovenkant en staart ( in de zon vaak blauwachtig) en de witte onderkant en stuit. De staart is licht gevorkt maar duidelijk minder dan die van zijn iets grotere neef de boerenzwaluw met zijn diepgevorkte staart. Van 1970 tot het einde van de vorige eeuw een sterke teruggang in aantal en vanaf 2000 een licht herstel zonder dat de deskundigen hier een duidelijke verklaring voor kunnen geven. Naar schatting tegen de 100.000 paar verblijven jaarlijks in de zomer in Nederland.

Huiszwaluw vogelbescherming

Huiszwaluw (Delichon urbicum) ©www.vogelbescherming.nl

 

Het zijn met name de gebouwen en bruggen waar de huiszwaluw een mooi nestje bouwt tegen de daken en brugranden. De afgelopen jaren is met wisselend succes met huiszwaluwtillen gewerkt waar een hele kolonie in een bouwwerk wordt ondergebracht. Ook kunstnesten worden gebruikt voor deze soort. Standaard is het bouwmateriaal modder en zand dat gehaald wordt in de omgeving van plassen en meren. Vaak is een modderplas na een regenbui voldoende voor het benodigde nestmateriaal en zien we de paartjes af en aan vliegen om de ronde nestjes te bouwen. Vroeger zaten ze meer in de steden maar tegenwoordig geven ze de voorkeur aan dorpen en kleine steden. Aangezien vaak meerdere paartjes bij hetzelfde bouwwerk nestelen valt zo’n groep huiszwaluwen onder de kolonievogels die door heel Nederland geteld worden. Per nest worden 4-5 eieren gelegd (soms zelfs 6) en na ca. 15 dagen broeden kruipen de jonkies uit het ei. Na 3 a 4 weken vliegen de jonkies uit en wordt soms gestart met een 2de broed. Het voedsel van de huiszwaluw zijn insecten en vooral muggen staan op het menu. Reden om de nesten van de huiszwaluw te koesteren want ze verorberen een leger muggen. Tot op heel grote hoogte worden deze vliegend gevangen. Bij regenachtig weer vliegen de huiszwaluwen dan ook lager aangezien hun prooien dan ook in de lagere luchtlagen verblijven. Op internet vinden we zelfs de Serumse Spreuk:

As de zwelven liêg vleegen guft `t raegen 

(=Als de zwaluwen laag vliegen krijgen we regen)

We halen dankzij deze vogel zelfs het WWW, World Wide Web !

 

Vogelwerkgroep ’t Hokske telt al jaren in meerdere plaatsen de kolonies voor de organisatie Sovon en de komende maanden zijn de leden hiervoor op pad in o.a. Sevenum, America, Koningslust, Grubbenvorst, Maasbree, Meterik, Castenray enz.

Zo hopen we een bijdrage te leveren om meer kennis te vergaren over deze soort.

Tot de volgende week, Jan Peeters

Top

De Wadden | 28 mei 2018

Hoe goed worden de Wadden beschermd?

De verschillende ministers van landbouw en natuur (eerder ook wel LNV) genoemd, hebben in het verleden niet altijd de juiste keuzes gemaakt als het natuur in Nederland en daarbuiten betrof. Nu is er dan een positiever geluid te horen. Met Duitsland, Denemarken samen gaan ze het waddengebied beter beschermen. Er komt ook nog een vervolgonderzoek naar de gevolgen van de klimaatsverandering. Door allerlei oorzaken neemt het aantal trekvogels die gebruik maken van de Waddenzee de laatste jaren af. Ook het aantal vissoorten die worden waargenomen in de Waddenzee neemt af. (Zou er een logisch verband zijn??) De drie genoemde landen hebben een samenwerkingsverband opgericht dat trilaterale waddenzee plan heet. Elke vier jaar worden de plannen in gemeenschappelijkheid opnieuw beoordeeld en worden er nieuwe doelen vastgesteld. Voor ons als vogellaars is het bemoedigend te merken dat er eerst al een acceptatie van de achteruitgang als feitelijke constatering wordt aangenomen en vervolgens dat de drie landen het eens zijn over maatregelen en vervolgonderzoeken. Ik ben benieuwd naar de daadwerkelijke positieve acties die uitgevoerd gaan worden, geruststellend is dat de vogelbescherming een leidende rol heeft in de onderzoeken en voorstellen. Opvallende eerste gegevens uit onderzoek geven aan dat des te afhankelijker de vogels zijn van het waddengebied, des te slechter gaat het met die soorten. Onderzoek is erg lastig omdat er vele parameters zijn die invloed hebben op de populaties (zoals de relatie prijs van rijst en het daardoor veranderende landgebruik in Portugal op de conditie van de grutto voordat ze de oversteek naar Afrika inzetten, zoals ik al eens in een artikeltje schreef), maar als de afhankelijkheid van de Waddenzee rechtlijnig gekoppeld is aan de stand van soorten vogels geeft dat wel een duidelijke indicatie. De belangrijkste maatregel is dat er een actieplan is aangenomen waarvan het actieplan voor broedvogels Waddenzee reeds in voor een deel in werking is getreden. Zo is het gebied bij de pier van Holwerd (Staatsbosbeheer) (vertrekpunt van de boot naar Ameland) onlangs heringericht, ondermeer met een vogeleiland om predatie door vossen te voorkomen . En ook Hegewiersterfjild bij Harlingen (vertrekpunt van de boot naar Terschelling en Vlieland) (Natuurmonumenten) is goed voorbeeld. Dit binnendijkse natuurgebied heeft bovendien geen last van overstromingen. Of wat denk je van het vogeleiland midden in de Eems-Dollard? Er gaan dus goede dingen gebeuren in de Wadden, over een aantal jaren zullen we zien of deze maatregelen het gewenste effect hebben of dat ze met Duitsland en Denemarken opnieuw moeten worden bijgesteld. En nu maar hopen dat de olieprijs even laag genoeg blijft om de regering niet aan het twijfelen te brengen over boringen in de Waddenzee.

Walter Jansen

Waddeneilanden

Waddeneilanden

Top

Het belang van de bermen | 21 mei 2018

Bermen-insecten-vogels:

Op veel plaatsen staan de bermen prachtig te bloeien. Op andere plaatsen zijn ze reeds (onnodig) gemaaid. Ik zet onnodig tussen haakjes want als men weet hoe belangrijk bermen zijn moet men eerst vaststellen of dit maaien wel noodzakelijk is. Zo ongeveer 2 ½ % van ons land bestaat uit bermen zowel langs wegen, waterwegen, sloten en spoorwegen. Alles bij elkaar vele tienduizenden hectares. Een derde van de vrije natuur is berm. Want ook bermen zijn stukjes natuur. Ze bieden vluchtgelegenheid en schuilplaats aan vele insecten, vogels en zoogdieren. Ook vormen ze verbindingszones tussen verschillende landschappen en natuurgebieden, waardoor uitwisseling kan plaats vinden. Het is daarom zeer belangrijk dat met onze bermen zeer zorgvuldig wordt omgesprongen. Prof. Piet Zonderwijk overleden in 2006, was daar in de vorige eeuw al van doordrongen en adviseerde de overheid een ecologisch bermbeheer toe te passen. Vanaf de jaren 70 is men dit op verschillende plaatsen gaan doen. Hij heeft daardoor de naam Bermprofessor gekregen en werd hiervoor geëerd met een eredoctoraat en de Europese natuurbeschermingsprijs. Waarom zijn ze zo belangrijk voor onder andere de vogels? We horen de laatste tijd regelmatig op de radio en tv dat de laatste 30 jaar 70% van onze insecten zijn afgenomen. Dit is in veel gevallen aan de mens zelf te danken. In goede bloem- en kruidenrijke bermen bevindt zich 60% van onze ± 800 inheemse plantensoorten. Hierop komen natuurlijk ontzettend veel insecten af. Niet alleen bijen waar de imkers blij mee zijn, maar ook andere insecten. Deze zijn onontbeerlijk voor de opgroei van jonge vogels. Enerzijds verzamelen vogels die de jongen moeten voeren hier voedsel, anderzijds is dit vrijwel de enige plaats waar nestvlieders, dit zijn kuikens die zodra ze uit het ei zijn, zelf voor hun kostje moeten zorgen, het benodigde eiwit wat essentieel is voor hun opgroei, in de vorm van insecten vinden. Door de huidige landbouwmethode vindt men geen andere hoge vegetatie waar zoveel insecten zich ophouden. Tevens bieden deze bermen schuilgelegenheid voor kraaien e.d. Deze nestvlieders zijn met name onze weidevogels en akkerrandvogels zoals , patrijzen, fazanten, kwartels enz. Onze weidevogelpopulatie neemt elk jaar af. Van de Grutto is bekend dat ze in onze omgeving bijna niet meer voor komen. Doch ook de kievit neemt landelijk elk jaar met 2% af. Op de zandgronden is de afname nog groter. In onze omgeving is de afname van weide en akkervogels de laatste jaren soms bijna 20% per jaar geweest dat is 1/5 van het geheel. Maar ook in het najaar vormen bermen een voedselbron voor de zaadeters. Het is daarom zaak zo zuinig mogelijk met de bermen om te springen en niet meer dan strikt noodzakelijk is te maaien, vooral in het buitengebied. In verschillende gemeenten heeft een terughouden maaibeleid goede resultaten gehad. Zo nam in Nederweert de stand van de akkerrandvogels, in het bijzonder van de Roodborsttapuit opmerkelijk toe. Door sommige bermen niet te maaien is er op Texel weer de zeer zeldzame Bijenorchis in de bermen terug gekomen die verdwenen was. Want niet alleen voor dieren, ook voor mensen zijn kleurrijke bermen belangrijk. Iedereen geniet van de kleurrijke bermen bij pas aangelegde wegen. Deze staan dikwijls vol Klaprozen, Korenbloemen en Margrieten. Helaas is daar meestal na een paar jaar weinig meer van over, door het veelvuldig maaien krijgen ze niet de kans om zaad te vormen, of worden ze verdrongen door sterkere onkruiden. Bermen behoren tot het landschap. Ons landschap is geen Engelse tuin met een kaal geschoren gazon. Ik doe daarom een beroep op iedereen maar vooral op de gemeente en andere overheden, om zo terughoudend mogelijk te zijn met maaien, en dit alleen daar te doen waar dit uit oogpunt van verkeersveiligheid noodzakelijk is. Bijvoorbeeld alleen bij kruispunten en bochten in de weg. Misschien valt hier in een tijd van bezuinigingen nog wat winst te behalen. Heeft men dat niet nodig dan kan men het geld altijd nog besteden aan het subsidiëren van het inzaaien van bloemrijke akkerranden. Bloemrijke akkerranden en kleurrijke bermen zullen ook een positieve invloed hebben op het toerisme en zo snijdt het mes van twee kanten.

Tot een volgende keer. Toon Selten.

Insecten in Berm

Insecten in de berm; Sint Jakobsvlinder en Kevers ©www.buitendeperken.nl

Top

Vogelweekend 2018 | 13 mei 2018

De Vogelwerkgroep op stap.

Jaarlijks gaan een aantal leden van de vereniging een weekendje vogels zoeken ergens in Nederland. Meestal het laatste weekend van april of zoals nu het eerste weekend van mei bezoekt een 20-tal man/vrouw van ’t Hokske natuurgebieden in ons land. Nu was gekozen voor de provincie Drenthe waar we in de omgeving van Dwingeloo in het westelijke gedeelte van deze provincie een groepsaccomodatie geboekt hadden.

 

Vanuit deze uitvalsbasis hebben we een aantal gebieden bezocht nl.

-       Dwingelderveld

Dit nationaal park is een nat heidegebied met een oppervlakte van ca. 37 vierkante kilometer. Ontstaan in de ijstijd is dit unieke gebied met de vele vennetjes een mooie omgeving om te wandelen en te fietsen.

-       Fochteloërveen en Diependal

Vlak bij het eerste gebied ligt het Fochteloërveen met een oppervlakte van ca. 2500 ha. Een van weinige hoogveengebieden die Nederland nog rijk is. Door het dempen van sloten, het plaatsen van stuwen en de aanleg van damwanden is de verdroging van het gebied een halt toegeroepen en is er weer groei van veenmos, de basis voor het hoogveen.

-       Giethoorn

Een tochtje met de fluisterboot door het Overijsselse Giethoorn en de natuurgebieden in de directe omgeving staat altijd op het programma als we in de buurt zijn.door deze toeristische trekpleister. Altijd goed voor enkele bijzondere waarnemingen ondanks de vele bootjes vol met toeristen.

-       Zwillbrocker Venn

Op de terugweg bij Groenlo de grens over naar dit Duitse natuurgebied waar een populatie flamingo’s zich gevestigd heeft als broedvogel.

 

Vogeltechnisch was het een succesvol weekend. Totaal 130 soorten hebben we gehoord en/of gezien en dat is voor het binnenland een hoog aantal. We gingen voor de Kraanvogels en Paapjes in het Fochteloërveen en die hebben we gevonden. In de vroege ochtend een 11-tal Kraanvogels zien foerageren op een akker is al uniek. Bij Diependal Kraanvogels en de Roodhalsfuut. Van deze laatste soort broeden er minder dan 10 paar in Nederland en we hebben zelfs een visvangende roodhalsfuut op de foto’s staan. In het Zwilbrocker Venn vonden we een kleine 30 Flamingo’s maar ook Rode en Zwarte Wouw werden gespot. En zoals gebruikelijk in onze weekenden ook nu weer een Zeearend in beeld boven Giethoorn. Al met al weer een geslaagd uitstapje en we zijn benieuwd waar we volgend jaar naar toe zullen gaan.

Tot een volgende keer, Jan Peeters.

Top

Voortplanting bij vogels | 5 mei 2018

We zitten nu in het voorjaar. Een tijd die voor veel dieren in het teken staat van voortplanting. Ook voor de vogels in onze omgeving is het nu de tijd om daar werk van te maken. Dat vogels zich voortplanten door middel van het leggen van eieren en door deze uit te broeden, is voor iedereen wel duidelijk. Maar daar gaat toch wel het een en ander aan vooraf. Allereerst moeten er paartjes gevormd worden. Wanneer gebeurt dat? Bij de meeste vogels gebeurt dat in het gebied waar ook gebroed wordt zoals bij de meeste zangvogels. Soms direct voorafgaande aan het leggen van de eieren, maar soms ook ver van te voren. Bijvoorbeeld Ganzen, zwanen en eenden die veelal in het hoge noorden broeden, vormen al paartjes in het gebied waar ze overwinteren. Ze vliegen dan gezamenlijk naar de broedgebieden. Zo kunnen ze bij aankomst direct beginnen met nestbouw en eieren leggen. Ze verliezen dan geen kostbare tijd want de kuikens moeten toch al in korte tijd opgroeien, om vroeg in het najaar weer mee naar de overwinteringsplaatsen te kunnen vliegen. Somige vogels vormen paren voor het leven zoals bijvoorbeeld zwanen en albatrossen. Veel vogels vormen paartjes voor een seizoen. Maar er zijn ook vogels welke paren met een vrouwtje en ze daarna meteen verlaten zodat het vrouwtje er verder geheel alleen voor staat. Denk maar eens aan de ruigpoothoenders, zoals het zo goed als uit Nederland verdwenen korhoen. Maar ook bij kemphaantjes is dat het geval. Deze mannetjes hoeven ook geen teritoria te verdedigen. Ze maken zich er dus gemakkelijk vanaf. Er zijn ook mannetjes die met meerdere vrouwtjes paren, en omgekeerd is ook het geval, terwijl ze toch een broedseizoen bij een partner blijven.

zwaan

Zwanen ©barends-blik.blogspot.nl

 

Voorafgaande aan de paring is er voor de mannetjes werk aan de winkel. Allereerst moeten ze zorgen dat ze en teritorium hebben. Dan moeten ze nog een vrouwtje verleiden door middel van zang of andere middelen.Denk maar eens aan het winterkoninkje dat meerdere nestjes moet bouwen. En we hebben op de tv allemaal wel eens de prieelvogel bezig gezien. Veel vrouwtjes laten zich niet zo snel imponeren en verwerpen in beginsel de avances van de mannetjes om hem nog enthousiaster maken. Daarmee testen ze tevens of het mannetje een doorzetter is in moeilijkere tijden. Het is altijd het vrouwtje wat uiteidelijk beslist met welk mannetje ze in zee gaat. Als ze elkaar geonden hebben wordt de hofmakerij afgesloten met een al dan niet uitvoerig baltsritueel. We kennen dit vooral van futen, zwanen en sommige eenden hebben ook een uitgebreid ritueel. Het voordeel van deze dieren is dat het zich op het water, dus goed zichtbaar afspeelt. Van veel vogels die in bomen en struikgewas wonen, zien we dat niet. In natuurfilms zijn dikwijls prachtige baltsrituelen te zien. Er zijn ook baltsrituelen waarbij het vrouwtje de leiding neemt. Dit is onder andere het geval bij alle drie soorten franjerpoten, de goudsnip en de morinelplevier. Hier hebben de vrouwtjes ook een mooier verenkleed dan de mannetjes, wat normaal andersom is. Hierna volgt meestal de paring, nestbouw en het eieren leggen. In de meeste gevallen bebroedt het vrouwtje de eieren, maar in de hiervoor genoemde soorten waarin het vrouwtje het voortouw neemt broedt het mannetje. Dit gebeurt ook bij struisvogelsoorten zoals nandoe en emoe. Soms wordt door beide partners gebroed zoals bij zwanen. De broedduur loopt zeer ver uiteen van een aantal kleine 14 dagen tot meer dan 40 dagen. De kuikens van vogels die het kortste broeden, worden meestal naakt en blind geboren en moeten meestal de eerste veertien dagen of langer door de ouders gevoerd worden. Deze blijven in het nest tot ze ongeveer volgroeid zijn. Dit zijn de zogenaamde nestblijvers. De kuikens van vogels die meestal ± drie weken of langer broeden zijn zogenaamde nestvlieders. Deze zitten in de donsveren hebben de ogen open en verlaten met hun ouders het nest zodra ze opgedroogd zijn. Ze moeten zelf hun voer zoeken en hebben alleen bescherming van de ouders bij gevaar en voor weersinvloeden. Bij zowel nestblijvers als nestvlieders zijn uitzonderingen zoals altijd in de natuur.

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Vroeger was alles beter | 28 april 2018

Deze term wordt nogal eens gebezigd door de oudere generatie, men praat dan over de jaren 50-70 van de vorige eeuw. Voor de jongeren van nu lijkt dit al bijna een eeuw geleden. Vroeger was beslist niet alles beter, in tegendeel zelfs, economisch gezien is het nu stukken beter. Maar wat vroeger wel veel beter was dan nu is het aantal vogels, en de verscheidenheid aan soorten.

Zwaluwen

Boerenzwaluwen (Hirundo rustica) ©las auvagere-nl.blogspot.nl

 

Met name van het boerenland zijn veel vogels verdwenen, alleen al de boerenzwaluw die vroeger in vrijwel iedere boerenstal zijn nest kon maken. De stalramen waren altijd open en hij kon ongehinderd in en uit vliegen. In de herfst voor ze naar het zuiden vertrokken verzamelden ze zich op de bovengrondse elektriciteits draden. Deze zaten dan ook aan een aan vol, we hebben ze nooit geteld maar het zullen er ongetwijfeld vele honderden zijn geweest. Het zelfde geldt voor de huismussen, deze maakten vaak in kippenstallen hun nest. Ze zaten daar met hele kolonies onder het dak en als er jongen waren was het gesjilp en gebedel om voedsel niet van de lucht. Het was voor de huismus een ideale plek om te broeden, er was immers voedsel in overvloed voorhanden. De kippen werden gevoerd met meel en graan en de mussen pikten vrolijk een graantje mee. Merels en lijsters waren er ook in grote getale en broedden overal in struiken en heesters. Of het om de zanglijster of de grote lijster ging, dit verschil zagen we toen niet zo, het was een merel of het was een lijster.

In de winter zagen we vogels die op de vink leken maar toch duidelijk anders waren, kepen, (foto) ze zaten vaak massaal op aspergevelden voordat het loof verwijderd was. Vermoedelijk aten ze de zaadjes van de aspergeplant. We zien nu ook nog wel groepen kepen in de winter maar we moeten er verder voor van huis, vroeger kwam je ze zowat overal tegen. Op het bouwland was de leeuwerik een algemene broedvogel, je kon niet in het veld komen of je hoorde hem wel ergens, of je vond een nestje. Van de roofvogels was de sperwer algemeen aanwezig, maar de buizerd was zeldzaam en kreeg je maar zelden te zien. Kraaien en kauwen waren er toen ook maar lang niet in zo’n grote aantallen als tegenwoordig. Het weidegebied was vroeger kleinschaliger dan nu en veelal omringd door sloten en houtwallen, weidevogels als de wulp en kievit waren dan ook algemeen en overal te zien. Ook akkervogels als fazanten en patrijzen waren algemeen, en ook hun nesten werden in grotere aantallen waargenomen. Als we een nestje eieren vonden haalden we er een eitje uit en dat namen we mee naar school en lieten het aan de meester zien, deze had een boekje over vogels en vogeleieren en zo werd uitgelegd van welke vogel het ei kon zijn. Zo leerden wij vroeger spelenderwijs de natuur kennen.

keep manlente

Keep ♂ in de lente Foto: ©gvrsoft.be

Dat eieren uit nesten halen was toen feitelijk ook al verboden, en de politie, (toen nog met de fiets) lette er ook wel een beetje op maar het bleef altijd bij een waarschuwing.

Dank voor het lezen, en tot de volgende keer. Jos Wijnen.

Top

Weetjes betreffende het zingen van vogels | 21 april 2018

Bij het mooie voorjaarsweer van de afgelopen dagen zingen alle vogels uit volle borst. Dit doen ze echter al een tijdje. Eerst om hun territorium af te bakenen, daarna om een vrouwtje te versieren. Normaal zingen ook alleen maar de mannetjes. Alleen in de winter zingt ook het vrouwtje van de roodborst. Dit doet ze om aan te geven dat het gebied waarin ze zich bevindt haar voedselterritorium is. In het voorjaar is dat niet nodig want dan heeft het mannetje al voor een territorium gezorgd. Vogels beginnen ‘morgens al vroeg met zingen. Zodra het iets licht wordt beginnen ze al. Het zijn altijd dezelfde vogels die het vroegste zingen. En ook altijd welke het laatste zingen. Vogels met relatief de grootste ogen zingen het eerste en met de kleinste ogen het laatste. Hoe groter de ogen hoe meer licht ze opvangen, hoe eerder ze beginnen met zingen. Dit had men al lang gedacht, maar is enkele jaren geleden op de universiteit van Bristol officieel onderzocht en daarmee is deze theorie bevestigd. Waarom zingen vogels zo vroeg? Hiervoor zijn meerdere reden. Ten eerste als het nog donker is verspillen ze op dat tijdstip geen energie aan het zoeken van voedsel dat ze moeilijk kunnen zien, maar kunnen ze beter met zang hun territorium afbakenen. Te tweede zijn vrouwtjes in de vroege ochtend vaak het vruchtbaarst zodat het mannetje zich moet inspannen om te voorkomen dat een rivaliserend mannetje met zijn vrouwtje paart. Sommige mannetjes stoppen met zingen als ze een vrouwtje hebben en leggen alle energie in het bouwen van een nest. Andere willen met meerdere vrouwtjes paren en gaan daarom door met zingen. Hoe komt het dat sommige vogels zolang achter elkaar kunnen blijven zingen zonder die zang te onderbreken voor ademhaling? Mensen die blaasinstrumenten bespelen en zangers of zangeressen trainen hun ademhaling om die goed onder controle te houden.

Nachtegaal zingend

Nachtegaal (Luscinia megarhynchos) zingend. Foto: ©Rene van Maarsseveen

 

Vogels hebben ook zoiets ontwikkeld. Ze ademen dikwijls met kleine beetjes in plaats van een diepe ademhaling. Een zingende kanarie doet tot 30 mini ademhalingen per seconde. Sommige vogels hebben een heel repertoire Terwijl andere vogels maar een heel eenvoudig geluid maken. Denk maar eens aan het hoemp-hoemp van de Roerdomp. Dit lage geluid draagt echter wel het verste. Maar we kennen ook de verschillende zang van de Zanglijster welke tussen de 140 en 220 variaties kent en de Nachtegaal met 100 tot 300 verschillende melodieën. Het grootste repertoire van alle vogels heeft de Rosse spotlijster uit Noord Amerika. Deze heeft maar liefst 2000 verschillende melodieën in zijn repertoire. Naast de zang kennen de vogels ook nog verschillende roepjes. Er is een zogenaamde contactroep waarmee ze contact houden met andere vogels, en een alarmroep voor als er gevaar dreigt. Zo is er nog veel meer over het zingen van vogels te vertellen, misschien kom ik daar nog wel eens op terug.

Tot een volgende keer. Toon Selten.

Top

Verslag paaswandeling 2018 | 13 april 2018

Paaswandeling 2018, weer of geen weer.

Ook dit jaar waren we bij Petra en Paul van Aan de Drift te gast tijdens onze jaarlijkse paaswandeling. Ruim 35 personen hadden de moeite genomen, ondanks de dreiging van regen, mee te willen wandelen op 2e paasdag. Na een welkomstwoord van Paul werd de groep in tweeën gedeeld en ging men, gewapend met eigen of geleende verrekijkers op pad. De vogels lieten goed van zich horen en ook zien, je kon merken dat het voorjaar in de lucht hangt. De vogels maken zich op voor een nieuw druk broedseizoen. Een tijd van zorgen dat de eieren uitkomen en dan de jongen groot te brengen, geen gemakkelijke taak.

De wandeling voerde ons lang de plas die aan de Lorbaan ligt, door de bossen langs het recreatiepark en later weer terug naar Aan de Drift. Tijdens de wandeling lieten de koolmees en pimpelmees zich goed horen. Maar ook goudhaantje, al of niet gelokt door een vogelapp via de telefoon, kwam snel kijken welke indringer zijn territorium was binnen gekomen. Niet alleen de grote bonte specht was ijverig bezig met roffelen om de aandacht te trekken van de dames, ook de groene specht lachte er lustig op los. Tijdens het bekijken van de staartmezen hoorden wij plotseling de kraaien roepen en zagen we dat zij een havik het leven zuur probeerden te maken. Dit is iets wat je vaker kunt mee maken, het verjagen van roofvogels door kraaien.

Kraaien zijn niet bang voor bijvoorbeeld een havik en zeker met meerderen zijn zij de havik de baas. Op het eind van de wandeling merkte een van de deelnemers dat er een forse vogel boven in een boom zat, na een snelle blik door de verrekijkers zagen wij een appelvink. Deze mooie vogel met zijn forse snavel zat boven in de boom de situatie in de gaten te houden. Een waardige afsluiting van een mooie wandeling en dat zonder regen. Na koffie gedronken te hebben in het bezoekerscentrum nam ik afscheid van Paul en Petra en wil hun nogmaals bedanken voor hun gastvrijheid.

Tot het volgend jaar en misschien mag ik u dan ook begroeten.

Met vriendelijke groeten, Ton Hagens

Top

Hoe slaapt een vogel? | 6 april 2018

Wij als vogelaars zien vogels vaak als ze actief bezig zijn met zingen, vliegen of voedsel zoeken. Maar een vogel heeft natuurlijk ook zijn slaap nodig. Slapende vogels zie je niet vaak, dus daarom ook de vraag: Hoe slaapt een vogel? Van vogels is bekend dat ze lang niet zo vast slapen dan de mens of zoogdieren. Bij mensen bestaat 20 tot 25% van de slaap uit diepe slaap; bij vogels is dit maar ongeveer 0,2%. Vogels met een veilige slaapplaats slapen weer vaster dan andere. Onze huismus doet zijn naam eer aan. Deze slaapt graag onder daken en dergelijke. Zet nestelen er ook graag, maar in de winter zie hier ook vaak slaapplekken. Zo’n plek valt vaak op aan de vogelpoep die je eronder op de grond. Ook mezen maken graag gebruik van natuurlijke holtes, maar ook van nestkastjes. Afgelopen herfst moest ik een paar nestkastjes repareren en het viel mij op dat hier vers nestmateriaal in zat. Een mees had zijn slaapplek dus ook graag nog wat extra comfortabel met mos en haren. Geef hem eens ongelijk. Kijken we naar zwemvogels zoals eenden en ganzen, dan zie je dat deze toch vaak wel op het water hun dutje doen. Dit is vaak een veilige plek, waar maar weinig roofdieren bij kunnen. Gorzen en leeuweriken slapen op de grond en overigens ook sommige roofvogels zoals de blauwe kiekendief. Ze zoeken daarbij wel een beschutte plek op om zich tegen de kou én roofdieren te beschermen. Maar veruit de meeste vogels slapen toch in bomen, gewoon zittend op een tak. De vogel hoeft hierbij niet bang te zijn dat hij uit de boom valt. De poten zijn namelijk zo gebouwd, dat als een vogel gaat zitten, de tenen automatisch krommen. Is vogel in ruststand, dan klemmen de tenen zich dermate vast, dat hij niet kan vallen. Veel vogels hebben daarnaast de eigenschap om in grote groepen gezamenlijk te slapen. Waarom weten we niet zeker, maar het ligt voor de hand dat ze dit doen ter bescherming tegen roofdieren en bescherming tegen de kou. Grote groepen kunnen natuurlijk ook weer roofdieren aantrekken, maar bij grote groepen blijkt wel dat er vogels zijn die als het ware op wacht staan, zodat de rest van de vogels vaster kan slapen en zodoende energie kan besparen. Grote groepen kunnen ook weer vijanden afschrikken. Denk maar aan de grote zwermen spreeuwen net voordat ze in hun slaapplek duiken. Verder is uit onderzoek ook gebleken dat vogels op de slaapplekken informatie over dragen en dan met name over voedselaanbod. Vogels die hun voedsel vinden in een voedselrijk gebied, nemen andere vogels weer mee.

bergeend Annelies Vriens 768x512

Bergeend (Tadorna tadorna) ©Annelies Vriens/www.rootsmagazine.nl

Enkele soorten, zoals de staarmees en de boomkruiper, kruipen dicht op elkaar bij en vormen als het ware een bol. Zijn doen dit om warmteverlies te beperken. Hoewel dit heel logisch is, zien we dit vrijwel niet bij andere soorten. Ook hier heeft de vogel weer een fysiek hulpmiddel. Bij het slapen zetten de vogels namelijk hun veren uit, waardoor er een goede isolatielaag ontstaat. Ook verlagen vogels hun lichaamstemperatuur en gaat de hartslag omlaag. De meest opvallend slaapplaats is echter die van de gierzwaluw. Deze slaapt namelijk in de lucht. Tegen de avond verzamelen ze zich in groepen en stijgen dan tot wel drie tot vijf kilometer hoogte. Daar vallen ze in een soort halfslaap en zweven op thermiek. Heel bijzonder.

Tot de volgende keer.            

John Raedts

Top

Vogels veroveren een partner | 30 maart 2018

In het broedseizoen leven de vogels in een vreemde en kleurrijke wereld van rituelen. De zang, het verenkleed en de beweging spelen elk hun eigen rol bij het aantrekken van een partner. Deze drie elementen zijn als het ware de taal bij het paringsspel van vogels en er kunnen boodschappen mee worden doorgegeven. De baltshandeling die het mannetje van een soort kenmerkt zijn meestal alleen maar aantrekkelijk en verstaanbaar voor wijfjes van dezelfde soort. Daardoor zijn kruisingen met andere soorten beperkt.

Pauwen Jos Wijnen

Pauwen ©Jos Wijnen

 

Het baltskleed

Speciale vederpatronen, versieringen, kuiven, pluimen enz. dienen ertoe het baltsgedrag intensiever te maken. Roodborstjes hebben hun rode borst, mezen zijn blauw en zwart gekleurd en zo zijn er tientallen versieringen die bij het baltsen hun betekenis hebben. Een imposant schouwspel is de balts van een pauw waarbij de haan zijn staartveren opzet en uitspreid voor het wijfje, en waarbij hij steeds om haar heen blijft draaien. Ook heel mooi om waar te nemen is de balts van een paartje futen, die er een heel ceremonieel van maken. Ze zwemmen naar elkaar toe en maken heftige kopbewegingen waarbij de wangen worden opgezet. Ze gooien hun hals en kop hierbij afwisselend linksom en rechtsom draaiend achterwaarts naar hun lijf. Waarbij ze met de snavel doen alsof ze zich poetsen. Bekijk ze rustig, en van een afstand want bij de geringste verstoring duiken ze onder. Na de broedperiode verliezen bij de meeste vogelsoorten de mannetjes hun verentooi, terwijl de vrouwtjes hun normale kleur behouden. Vooral bij eenden lijken de mannen tijdens de rui periode nagenoeg volkomen op de vrouwtjes. Ze hebben dan het “eclipskleed” dat ze minder opvallend maakt voor vijanden. Tijdens deze periode kunnen ze niet vliegen. Direct na de rui komt het baltskleed weer terug en komt het paringsspel weer langzaam op gang.

Futen Jos Wijnen

Futen ©Jos Wijnen

 

Het voortplantingsritme

De voortplantingsdrang van vogels die niet in de tropen broeden wordt in gang gezet door verandering in de daglengte. Deze wijzigingen van daglengte (fotoperiodiciteit) en wijzigingen in het beschikbare voedsel leiden tot afscheiding van hormonen die het gedrag van de vogels sterk beïnvloeden. Buiten het broedseizoen zijn de geslachtsorganen van de vogels erg klein. Tijdens het broedseizoen worden ze opvallend veel groter. Reeds enige tijd voor het broedseizoen, begint de hofmakerij. We zien dan dat bij vogels het mannetje en vrouwtje elkaar gaan “voeren”. In niet alle gevallen wordt dan voedsel doorgegeven. Bij appelvinken bijv. raken de snavels elkaar en is dit voergedrag zuiver symbolisch. In de tweede helft van maart hebben we nog een flinke koude periode gehad maar de lente zit in de lucht, ga naar buiten en geniet van de natuur en de vogels.

Tot een volgende keer, Jos Wijnen. (foto’s: Jos Wijnen)

Top

Paaswandeling 2018 | 23 maart 2018

Strek de benen tijdens de Paaswandeling.

Op tweede Paasdag 2 april, organiseert vogelwerkgroep ’t Hökske in samenwerking met het natuur- en informatiecentrum Aan De Drift een wandeling door de Heere Peel en een gedeelte van de Schadijker bossen. De wandeling start om 9.00 uur en deelname is gratis.

 

Heeft u alle verstopte eieren gevonden en is het ontbijt genuttigd, kom dan wandelen en strek uw benen. Tijdens de ongeveer 1,5 tot 2  uur durende wandeling vertellen leden van vogelwerkgroep ’t Hökske u welke vogel u hoort of ziet. U maakt kennis met de vogelwereld die, nu het lente is, zich van alle kanten laat horen en zien. Heeft u een verrekijker? Breng deze mee, maar er zijn ook enkele verrekijkers te leen via Aan de Drift. De gidsen zullen ook hun telescopen meenemen om de vogel nog beter in beeld te brengen. Na de wandeling is er de mogelijkheid om in het informatie centrum Aan de Drift koffie, thee of iets anders te nuttigen. Deze consumpties zijn op eigen kosten.  Hier is er ook nog de mogelijkheid om met de gidsen in gesprek te gaan, want misschien heeft u wel een vraag die u altijd heeft willen stellen.

 

Wij starten om 9.00 uur en het verzamelpunt is Aan de Drift, Lorbaan 9A in America. Kleed u op het weer en doe uw wandelschoenen aan. De wandeling is voor jong en oud maar helaas niet geschikt voor minder validen. Ook honden zijn niet toegestaan.

Om in beeld te krijgen hoeveel personen wij kunnen verwachten wil ik u vragen zich even aan te melden via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Met vriendelijke groet,

Ton Hagens

Top

Hoe oud zijn vogels eigenlijk? | 16 maart 2018

Sinds wanneer kennen we het diersoort vogel eigenlijk? Dat is een vraag waarop we nu een antwoord kunnen geven maar mogelijk is dat antwoord morgen achterhaald. Nou ja, morgen is misschien overdreven maar binnen een paar jaar kan heel reel zijn. In een artikel in de Volkskrant van zaterdag jl. staat beschreven dat ergens in midden Spanje, een kuiken ter grootte van een pink, een gewicht van 10 gram en slechts enkele dagen oud, is gevonden. Of eigenlijk was het al een paar jaar geleden gevonden maar door de nieuwe technieken voor het vaststellen van de leeftijd heeft men nu pas kunnen vaststellen dat de vogel ergens rond de 127 miljoen jaar oud is.

oer vogeltje

Oervogeltje ©newscientist.nl

 

Dit vogeltje was nog zo jong dat de botten nog niet uitgehard waren. Enkele dagen als leeftijd lijkt dan ook reëel. We weten dat vogels zijn ontstaan uit reptielen. De reden was dat we geloofden dat de schubben aan de poten aanwijzingen waren dat de vogels heel vroeger overal schubben hebben gehad. (excuses aan de andersgelovigen die de evolutie als een verzinsel zien). 45 tot 66 miljoen jaar geleden zat men (althans de levende wezens van toen) in het krijt tijdperk. In het eerste gedeelte van dit tijdvak is dus deze telg van de vogelclub gevonden. Daarvoor zijn er weinig of geen restanten gevonden, daarna steeds meer, tot en met de vondst van een soort dinosauriër die het midden hield tussen een zwaan en een dinosauriër. Dit fossiel werd enkele jaren terug gevonden in Mongolië, en na veel studies over de oorsprong, werd dit illegaal opgegraven fossiel teruggegeven aan Mongolië. Het eerder beschreven kuiken is tot nu toe een van de allereerste vogel-achtigen die is gevonden. Dat zal zo blijven totdat de techniek verder verfijnt word en er nieuwe opgravingen worden gedaan. Oh ja, ter vergelijk: zover als we nu weten is de Homo sapiens, wijzelf dus, ongeveer 200.00 jaar oud. Het gevonden kuiken is dus met recht een oervogel.

Walter Jansen

Top

Beleef de lente!? | 1 maart 2018

De lente heeft zich nog niet laten zien, de koude van de afgelopen weken doet veel mensen wel verlangen naar de lente. De zon scheen er wel lekker op los als het vroor, achter het raam bij de kachel was het lekker, maar lente? Nee. Wel prachtig weer om de natuur in te lopen en te genieten van de koolmees; deze zingt al volop zijn lied. Ooit zal de lente komen. Dan wordt het zeker weer tijd voor “beleef de lente”. Maar waarom zo lang wachten terwijl er nu al volop webcams het doen en laten van verschillende vogels registreren? Iedereen kent wel de mooie live vogelbeelden via beleef de lente. Beelden van de Oehoe of van de ooievaars die al met broeden begonnen zijn.

beleefdelente2018

Maar wist u ook dat er een versie voor de jeugd is, namelijk www.beleefdelentejunior.nl Hier kan de jeugd ook de beelden bekijken van de vogels, maar ook kunnen de jongeren vanaf groep 1 hier meer informatie vinden en spelletjes doen. Ook voor de volwassenen is er veel te zien op www.beleefdelente.nl. Via de computer kan men op vele manieren van de lente genieten. Beide sites zijn vanaf nu online, maar er zijn ook andere mensen die zich bezig houden met beleef de lente. Beelden van de ijsvogel en koolmees zijn er nog niet, maar wel van bijvoorbeeld de steenuil, kerkuil of slechtvalk. Zij zijn al volop te volgen in hun doen en laten. Ik zou zeggen kijk er eens naar en mijmer lekker weg in de gedachte, wat zullen wij de komende lente en zomer weer lekker buiten gaan doen? Dus beleef de lente voor jong en oud, zeker een aanrader de komende maanden. Ik wens u een mooie aankomende lente.

Tot de volgende week, Ton Hagens

Top

Leden van het zwarte korps | 24 februari 2018

Leden van de kraaienfamilie zien we druk doende op het bouwland. Van deze familie noemen we roek, kauw en ekster. Omdat roeken en zwarte kraaien door de leek vaak niet duidelijk onderscheiden worden, volgen hier enkele verschilpunten. De roek (Corvus frugilegus) nestelt in kolonies, vaak van honderden paren. Dit in tegenstelling tot de zwarte kraai, die eenzaam nestelt. Het zwarte pak van de roek hangt hem flodderiger om het lijf dan dat van de zwarte kraai. De afhangende dijveren van de roek wekken de indruk van een afgezakte broek. Verder heeft de roek kale plekken aan de mondhoeken. Er hebben daar heus wel veren gezeten, maar door het feit, dat deze kraai zijn voedsel uit de grond haalt, slijten deze plekken kaal of de veren vallen in hun geheel uit. Wat haalt zo’n roek uit de bodem? Ritnaalden, engerlingen, maar ook pas gezaaide bonen en erwten maar ook kiemend graan. Een enkele keer gaat hij zich ook wel te buiten aan jonge vogels. In maart soms al eind februari. Liggen 3 tot 5 licht blauwgroene eieren in het nest. De roek is standvogel en keert reeds in december en januari in de oude broedkolonie terug.

Kauw Jos Wijnen

Foto Kauw (Corvus monedula) Foto:©Jos Wijnen

 

De kauw (Corvus monedula) of torenkraai is een gezellige ‘prater’. Vaak horen we ze in troepjes luid wauwelend over ons heen gaan. Ze zijn een stuk kleiner dan de roek en ook de mooie grijsachtige waas over het zwarte verenkleed is een goed kenmerk; vooral het grijs aan de kop is duidelijk zichtbaar. Merkwaardig is ook het lichtgrijze oog. In de broedtijd zijn ze eveneens in groepjes bij elkaar. De nesten liggen in torens, in holle bomen, schoorstenen en zelfs in een konijnenhol. Evenals de andere kraaien hebben ze een slaapvlucht, d.w.z. op vaste tijden van de dag trekken ze in grote groepen naar de z.g. slaapbossen. Het legsel bestaat uit 5 blauwgroene eieren die na ca. 18 dagen uitkomen. Het is een boeiend schouwspel om een paartje kauwen een nest te zien bouwen in een verlaten schoorsteen. Ze slepen takken aan van soms wel 1 meter en nog langer. Het is een heel gedoe om die in de nauwe schoorsteen te krijgen, maar het lukt bijna altijd. Wie wel eens zo’n verlaten nest uit een schoorsteen verwijderd heeft weet dat dit een heel karwei is, het is niet te bevatten dat ze al die rommel er in krijgen. Als je alles er uit hebt is het een volle kruiwagen. Tot slot van het zwarte korps, de ekster (Pica pica). De zwart-witte vogel is met zijn lange staart, die hem groter laat lijken dan hij in werkelijkheid is, een sierlijke verschijning in het landschap. Hoog in de bomen ligt het merkwaardige nest. Het heeft een stevige bodem en een eveneens stevig dak, meestal van doornige takken met een vliegopening opzij. De ekster eet van alles, maar is berucht door het stelen van eieren en jonge vogels. Dit wordt hem zo sterk aangerekend, dat de verdelging van muizen, ratten en slakken, waarmee hij toch ook weer een goed werk doet, niet meetelt. Ook regenwormen staan op het menu. We rekenen de ekster tot de standvogels, hoewel hij in de winter vaak rondzwerft. Ze beginnen al vroeg in het voorjaar. Bij de eerste zonnestralen in februari zie je ze al met takken slepen voor de nestbouw. De eieren zijn bleekgroen met bruingrijze vlekken. Ze worden gedurende 18 dagen alleen door het vrouwtje bebroed. In mijn jeugdjaren gingen we op een vrije woensdagmiddag vaak op zoek naar vogelnesten. De ekster zat vaak hoog in populierbomen, we probeerden dan om er naar toe te klimmen om te kijken wat er in het nest lag. Eksters zijn gek op blinkende voorwerpen, je vond hier dan ook vaak blinkende lepeltjes, zilverpapier en soms ook munten zoals dubbeltjes of kwartjes. Het klimmen in populieren was beslist niet zonder gevaar, hoe hoger je kwam hoe dunner de taken werden. Populierenhout is niet sterk en de takken breken gemakkelijk af, maar meestal ging het nog net goed, een beetje geluk moet je toch hebben.

Dank voor het lezen, en tot een volgende keer, Jos Wijnen. 

Top

Halsbandparkiet (Psittacula krameri) | 16 februari 2018 

Van exoot naar standvogel?

De halsbandparkiet (Psittacula krameri) is een papegaaiachtige uit tropisch Afrika en Zuid-Azië, die ooit naar Europa is gehaald als volièrevogel. In de loop der jaren is een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten. Zij bleken goed te aarden in West-Europa, konden zich vermenigvuldigen tot vele tienduizenden exemplaren en hebben zich ondertussen als exoot gevestigd. De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. De totale lengte is circa 42 centimeter. Hij heeft een heel opvallende, luide lokroep. De mannetjes onderscheiden zich door een band die rond de nek roze is en bij de keel zwart. De middelste staartpennen hebben een blauwachtige schijn. Bij het vrouwtje is de band onduidelijk, jonge vogels zijn geler en hebben een onduidelijke of zelfs geen band.

halsbandparkiet

Halsbandparkiet Tekening ©Elwin van der Kolk

 

Habitat en leefwijze

In Nederland en België komen halsbandparkieten het meest voor in en rond de grote steden. In bijvoorbeeld Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Brussel worden de vogels veel gezien. De vogels verspreiden zich ook buiten de steden. De parkieten worden normaal in kleine groepen van een 10 à 15 vogels waargenomen, maar bij de gemeenschappelijke slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een grote hoeveelheid voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels.

 

Voortplanting

De vogels zijn monogaam, vormen waarschijnlijk paren voor het leven, zijn standvogel en beginnen rond het derde levensjaar te broeden. Zoals bijna alle parkieten zijn het holenbroeders die hun nestholte in de stam van bomen uitknagen. In India gebruiken ze ook holten in muren. Gebroed wordt er solitair of in losse groepen, tot acht paren in dezelfde boom. Hun territorium beperkt zich tot de onmiddellijke omgeving van het nest, terwijl broedvogels elkaar kunnen assisteren om roofdieren te verjagen.

 

Voedsel

Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, fruit, bloemen en nectar, maar eigenlijk is de halsbandparkiet een omnivoor (alleseter). Zowel in België, Groot-Brittannië als in Duitsland werd vastgesteld dat ze allerlei soorten voedsel eten, maar voornamelijk om te overleven. Van nature zijn het zaadeters.  Vruchten en bloemknoppen eten ze hoofdzakelijk als ze hun jongen moeten voeren. Parkieten geven het voedsel niet rechtstreeks door aan hun jongen maar voeren hun jongen vanuit de krop. Van het gebruikelijke tuinvoer eten de vogels het liefste pinda's. In koelere gebieden van Europa blijft hun verspreiding beperkt tot de steden omdat ze tijdens de winter onvoldoende in staat zijn om buiten de steden voedsel te vinden. Als ze niet bijgevoerd worden zal naar mijn overtuiging de populatie bij een aantal strenge winters achter elkaar met veel sneeuwval sterk uitgedund worden. We hebben tenslotte te maken met een vogelsoort uit warmere streken die niet gewend is om onder barre winterse omstandigheden voedsel te zoeken. Om deze reden zullen ze zich ook hoofdzakelijk in stedelijk gebied ophouden.

 

Verspreiding

De oorspronkelijke leefgebieden liggen in India en in Afrika ten noorden van de evenaar. Zijn wereldwijde populariteit als kooivogel heeft ervoor gezorgd dat de halsbandparkiet op verschillende plaatsen verwilderde populaties heeft kunnen vormen, door ontsnappingen uit volières of door opzettelijke vrijlating. Halsbandparkieten zijn waargenomen in 35 landen op alle continenten, Antarctica uitgezonderd. In Europa bevinden de grootste populaties zich in Zuidwest-Engeland, België, Nederland en Duitsland. Hij komt ook voor in Spanje rond Barcelona en in Andalusië en Frankrijk rond Parijs alsook in Portugal (Lissabon). In 2016 werd het aantal halsbandparkieten in Europa geschat op 85.000

 

Situatie in Nederland

In Nederland heeft deze parkiet zich tussen 1996 en 2009 sterk uitgebreid over de hele Randstad. In 2013 werd het totaal aantal vogels (op grond van tellingen op slaapplaatsen) geschat op meer dan 10.000 individuen. Rond 2010 leek het erop dat de aantallen stabiliseerden. Mogelijk was dit het gevolg van een serie minder zachte winters.

 

Gevolgen

Over de ecologische en economische impact van de halsbandparkieten is reeds vaak gespeculeerd, maar bestaan relatief weinig harde gegevens. In gebieden met veel halsbandparkieten lijken minder boomklevers en grote bonte spechten te worden waargenomen, wat concurrentie om nestholtes tussen deze soorten suggereert. Anderzijds is er wel grote overlap in nestholtekenmerken gevonden, maar hebben weinig observaties van directe agressie plaatsgevonden. Het nestholteaanbod is vaak een belangrijke factor in de verspreiding van holenbroeders. Echter, in natuurlijke loofbossen is er normaal gezien geen tekort aan nestholtes omdat zonder menselijke ingrepen er in elk langlevend, natuurlijk bos grote, dode bomen voorkomen die een belangrijke bron van nestholtes zijn. De Europese stadsparken en bossen zijn echter niet natuurlijk, maar sterk beheerd en het verminderde nestholteaanbod in beheerde bossen heeft een sterk negatief effect op het voorkomen van holenbroeders. Veel stadsbewoners weten de halsbandparkiet evenwel te waarderen.

Toen SOVON het jaar 2004 uitriep tot het jaar van de halsbandparkiet, werden grote aantallen foto's opgestuurd door mensen die graag "hun parkiet" lieten zien. Hier zullen ze ongetwijfeld ook massaal worden bijgevoerd.

 

Toekomst

Voor concurrentie tussen de parkieten en andere soorten zijn bij onderzoek in Vlaanderen geen aanwijzingen gevonden. Wanneer deze soort zich over het hele land gaat verspreiden zal dat mijns inziens onherroepelijk gevolgen hebben voor de hier levende holenbroeders. Halsbandparkieten zijn sterke vogels die wat betreft temperatuurschommelingen wel tegen een stootje kunnen, maar ze hebben ook sterke snavels die gevoelig kunnen bijten en hiertegen zullen de inlandse vogels niet kunnen concurreren en zich uiteindelijk laten verdrijven.

Het zijn mooie vogels om te zien, maar als ze zich zo vermeerderen dat ze uiteindelijk de inlandse holenbroeders uit bepaalde streken verdrijven, zijn ze naar mijn mening beslist geen verrijking van ons vogelbestand.

Tot een volgende keer. Jos Wijnen.

Top

Waarom kunnen vogels zo goed vliegen? | 9 februari 2018

Omdat ze vleugels hebben zal uw antwoord zijn. Daar hebt u uiteraard gelijk in, maar er zijn toch een aantal factoren meer die daar aan bijdragen. Enkele weken geleden heb ik een stukje geschreven waarom grote vogels in V formatie vliegen. Daar was ook een duidelijke reden voor en daaruit bleek dat ze ook nog zeer hoog konden vliegen. Bijna alle vogels hebben zich geévalueerd om te kunnen vliegen.

 doorsnede vogelbot

Doorsnee vogelbot

 

Hun hele lichaam is daartoe uitgerust. Neem bijvoorbeeld het skelet. Dit bestaat bij een vogel uit holle beenderen. Voor de sterkte zitten daar een soort dwarsschotjes in. Maar ze zijn zeer licht. Om het lichaaamsgewicht ook te verminderen hebben ze geen kaken of tanden. Het voedsel wordt vermalen in de zogenaamde spiermaag. Een orgaan met een sterk geribbelde wand, waarin door de vogel opgenomen kleine stukjes steen bevinden. Hierin wordt het voedsel gemalen. En waarom zouden vogels eieren leggen inplaats van jongen te baren? Ga maar eens vliegen als je in verwachting bent. Vliegen kost veel energie dus ook veel zuurstof. Toch kunnen vogels zeer goed vliegen zelfs op grote hoogte zoals uit het vorig artikel blijkt, vliegen Indische ganzen op 9.000 meter hoogte over de Himalaya. Als mensen kunnen we in die ijle lucht niet leven. Vogels zijn daartoe uitgerust met een zeer speciaal ademhalings systeem. De longen bij vogels zijn vrij klein en kunnen ook niet uitzetten zoals bij de mens of zoogdieren. Ze bevatten ook geen longblaasjes maar de longen bestaan uit allemaal kleine buisjes. Om de buisjes heen liggen kleine bloedvaatjes. Deze bloedvaatjes nemen de zuurstof op in het bloed.

ademhaling vogel

Luchtwegen van een vogel ©Campbell Biology 4th edition

 

Aan de longen zitten zogenaamde luchtzakken. Deze luchtzakken vervullen een zeer belangrijke functie bij de ademhaling van vogels. De meeste vogels hebben er negen. Deze luchtzakken zitten door het hele vogellichaam en zelfs in de botten en wervels. Als de vogel inademt zet de borstkas uit maar de longen blijven gelijk. Inplaats daarvan zetten de luchtzakken uit. Deze staan via de luchtpijp in verbinding met de neusgaten in de snavel. De ingeademde lucht gaat naar de achterse luchtzakken. De luchtzakken hebben een stelsel van kleppen zodat de lucht er altijd aan de ene kant ingaat en aan de andere kant eruit. Zo vindt er nooit vermenging plaats van verse lucht en gebruikte lucht. Via de andere luchtzakken gaat de verse lucht naar de longen en via de voortse luchtzakken verlaat de lucht weer het lichaam. De luchtzakken hebben dus een functie als luchtbuffer en tevens zorgen ze voor een constante stroom zuurstofrijke lucht door de longpijpjes. Daardoor kan de vogel over veel meer zuurstof beschikken als zoogdieren waar de lucht vermengd wordt met gebruikte lucht. Vandaar dat ze in zeer ijle lucht toch nog goed kunnen vliegen. Mensen die vogels houden weten hoe belangrijk de luchtzakken voor vogels zijn. Ze moeten altijd oppassen voor schimmel, deze nestelt zich via de lucht graag in de luchtzakken met alle gevolgen van dien. De vogel zal direct benauwdheids verschijnselen tonen. Een volgende keer meer over vliegen van vogels

Toon Selten.

Top

Gekleurde vogels | 4 februari 2018

Vogels komen in de meest uiteenlopende kleuren voor. De kleuren worden bepaald oor eumelanine en phaeomelanine. Eumelanine zorgt voor zwarte, grijze of donkerbruine kleuren, phaeomelanine geeft lichtbruin of lichtgeel. Kleuren zijn genetisch bepaald en worden dus overgedragen aan het nageslacht. Een deel van de vogels dankt hun kleurenpracht aan carotenoïden. Deze stof zorgt voor een rode of roze kleur. Te denken valt aan flamingo's en soms intens rode kleurkanaries. caroteen doer hier wonderen; de flamingo's halen deze stof uit kreeftjes, de kanaries halen die stof uit een potje van de kanariehouder. De mannetjes merels danken hun soms intens oranje sanvelkleur aan carotenoïden. Hoe feller de kleur des te beter is vaak hun voedingstoestand en dus ook aantrekkelijker voor de vrouwtjes. Afwijkingen in deze kleur wordt vaak veroorzaakt door slechte voeding.

Ringmus met leucismeWalter Jansen

Ringmus met leucisme, oktober 2017 Foto ©Walter Jansen

 

Hoe zit het dan met albino’s.

Albino’s missen beide soorten melanine, waardoor de veren kleurloos zijn en de ogen -doordat de bloedvaten doorschijnen- rood kleuren. Vogelsoorten waarbij delen van het vederpak door carotenoïden wordt gevormd kunnen echter nog wel gekleurde veren hebben. Een albino putter zal dus nog wel zijn rode masker kunnen hebben. Albino's leven in het wild meestal niet lang, omdat hun ogen erg lichtgevoelig zijn waardoor ze minder goed kunnen zien. Ze vallen daardoor gemakkelijker ten prooi aan roofdieren, mogelijk ook door hun gebrek aan schutkleur.

 

Bonte vogels

In het wild zien we wel vaak een tussenvorm: bonte vogels die voor een deel hun natuurlijke kleuren hebben maar voor een deel wit zijn. Dit verschijnsel heet leucisme. In een deel van de veren wordt geen melanine gevormd waardoor die wit worden. Sommige vogels zijn totaal wit maar hebben wel donkere ogen. Dat zijn dus geen albino’s. Soms wordt leucisme veroorzaakt door gebrekkige voeding of door gifstoffen. Dan is vaak een overgang in één veer waar te nemen van gekleurd naar wit. Dat duidt vaak op een slechte voedingstoestand tijdens de aanmaak van eumelanine en phaeomelanine.

Top

V-formatie | 26-01-2018

Waarom vliegen sommige vogels in V formatie?

Als we in het buitengebied verblijven, zien we momenteel vrijwel dagelijks ganzen vliegen in V formatie. Waarom doen ze dit? Kort gezegd, dit doen ze om energie te besparen. Maar hoe werkt het dan? Dat vogels dit deden om energie te besparen werd al lange tijd aangenomen, maar er deden diverse theorien hierover de ronde. Nu er is ook wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Door ibissen uit te rusten met datarecorders is men hierover meer te weten gekomen. Hiermee werd koers, positie en snelheid van de dieren geregistreerd. Vogels in V formatie blijken hun vleugelslagen precies af te stemmen op de vogel die voor hen vliegt. Daarbij vliegen ze dicht bij de vleugeltoppen van hun voorganger om te kunnen profiteren van de luchtwervelingen en daarmee van de opwaartse druk die deze voortbrengt. Omdat goed te benutten stellen ze voortduren het ritme van de vleugelslagen bij om maximaal van het aerodynamisch voordeel te profiteren. Men beweerd dat ze op deze manier wel 70% energie kunnen besparen. Ze wisselen regelmatig van koppositie doordat de voorste vogel zich naar achteren laat zakken en een daarachter vliegende vogel zijn plaats inneemt. Ganzen kunnen op die manier wel een snelheid van boven de 45 km per uur ontwikkelen over lange afstanden. Ganzen kunnen bovendien ook zeer hoog vliegen. Van de Indische gans is bekend dat ze op de tocht van en naar India over de Himalaya vliegen waarbij ze op hoogten tot 9000 meter vliegen. Op de trek naar en van de overwinteringsgebieden vliegen de ganzen die hier overwinteren ook op flinke hoogte. Maar behalve ganzen maken nog veel meer vogels gebruik van deze tactiek. Denk maar een aan de kraanvogels, lepelaars, aalscholvers en ooievaars. Ook vogels die we hier niet zien doen dit, onder andere pelikanen en ibissen. Kleine vogels doen dit niet. Men vermoedt dat ze te klein zijn om een opwaartse luchtstroom te maken. Overigens zijn de ganzen die we nu vrijwel dagelijks zien vliegen niet op trek, maar op weg naar de foerageergebieden of naar de slaapplaats. ’s nachts verblijven ze op het water omdat het daar veiliger is, bijvoorbeeld voor de vossen. ‘s morgens gaan ze weer voedselzoeken op gras of op akkerland naar oogstresten. Van deze slimme vogels kunnen we leren dat samenwerken tot veel grotere prestaties kan leiden, dan wanneer we individueel te werk gaan.

Tot een volgende keer Toon Selten.

V formatie

V-formatie ©www.rootsmagazine.nl

Top

 

Voorjaarscursus vogelherkenning 2018| 20 januari 2018

Als Vogelwerkgroep geven we 2 maal per jaar een cursus vogelherkenning. De najaarscursus wordt binnenkort afgesloten en eind februari starten we weer met de Voorjaarscursus Vogelherkenning waarbij met name onze zangvogels uit tuin en bos aan de orde komen. Ook aandacht voor de weide- en akkervogels.

Tijdens een 3-tal avonden in Horecacentrum de Sevewaeg zal in beeld en geluid uitleg gegeven worden over de diverse soorten die we in het voorjaar tegenkomen. Daarnaast ook 3 maal een excursie in de natuurgebieden Mariapeel bij Helenaveen, de Hamert noord van Arcen en Vlakbroek nabij Koningslust.

Wilt u weten wanneer de Tjif Tjaf volop gaat zingen ……

hoe de Zwartkop te herkennen is ……..

of waar de Nachtegaal in Sevenum nog zingt? …..

Nog nooit een Blauwborst gezien?

Schrijf dan in bij ’t Hokske.

De theorieavonden vanaf 20.00 uur bij de Sevewaeg op de maandagen 26 februari, 12 maart en 26 maart en de excursies zijn op zondag 18 maart en 15 april en zaterdag 12 mei.

De lesavonden en excursies staan onder leiding van ervaren vogelaars die in powerpoint presentaties foto’s en beschrijvingen van een 50-tal vogelsoorten zullen tonen en toelichten. Daarnaast van het grootste gedeelte van deze soorten ook geluidsopnamen. Een cursusboek van meer dan 100 pagina’s zal deze lessen ondersteunen.

De theorie proberen we met wandelingen van 2 a 3 uur in praktijk te brengen in de natuurgebieden .

 

Meer informatie via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of bij ondergetekende op 06 1120 3333

 

Verder willen wij u er op wijzen dat komend weekend 27 en 28 januari weer de jaarlijkse vogeltelling is.

Voor informatie zie: www.tuinvogeltelling.nl veel succes

 

Tot een volgende keer

Jan Peeters

Top

Watervogeltellingen | 12 januari 2018

Een van onze projecten is de watervogeltellingen die we in alle maanden met een R erin uitvoeren. Dit is dikwijls een aangename activiteit, maar ook soms een koude aangelegenheid, afhankelijk van het weer. Het blijft echter altijd wat spannend omdat je nooit weet wat je te zien krijgt. Zeker als de winter toeslaat wordt je soms verrast door bijzondere waarnemingen.

 

Waarom is Nederland aantrekkelijk voor overwinterende watervogels?

Nederland is een land met veel water, een derde van Nederland ligt onder de zeespiegel. Dit houdt tevens in dat er veel kanalen en sloten extra nodig zijn om droge voeten te houden. Tel daarbij op de grote rivieren die in ons land samenkomen en in zee uitmonden. Het IJsselmeer het Markermeer, de Maasplassen, de Zeeuwse Delta en de vele natte natuurgebieden. Bovendien is de Waddenzee zowel voor watervogels die hier overwinteren, als voor doortrekkers, het eerste grote foerageergebied wat ze tegenkomen op hun weg naar het zuiden. Daar verblijven ze lange of kortere tijd met duizenden. Dit alles maakt samen dat Nederland een uniek land is voor watervogels. Het is daarom geen wonder dat veel watergevogelte die de winter ontvluchten in het hoge noorden, Nederland kiezen om deze hier door te brengen. Door ons zeeklimaat zijn de winters over het algemeen gematigd, waardoor er ook meestal meer voedsel voorhanden is. Als Vogelwerkgroep hebben wij het gedeelte op de Maas tussen het veer Lottum en de brug van Well toegewezen gekregen. Hieronder valt ook de Broekhuizerweert. Dat is een interessant gebied. Zo zit er een flinke populatie Mandarijn eenden afkomstig uit ontsnapte of losgelaten vogels, die het hier blijkbaar goed naar hun zin hebben en zich flink hebben voortgeplant. Maar ook door bijzondere soorten wordt dit natuurgebied vaak bezocht.

 

Waarom moeten watervogels geteld worden?

De aantallen en verspreiding van de watervogels in de winterperiode wordt hiermee in kaart gebracht. De momenten dat de aantallen het grootste zijn worden hiermee eveneens vastgelegd. Dit kan men vergelijken met andere jaren en het weer op dat moment. Dit zegt tevens iets over de stand van de wereldpopulatie omdat niet alleen in Nederland maar ook in andere landen wordt geteld, dikwijls op dezelfde dag zoals bv. in België . Deze dag is altijd de zaterdag het dichtste bij het midden van de maand. Daarnaast kan men bij sommige soorten zoals bijvoorbeeld ganzen en zwanen de resultaten van het broedseizoen bepalen, door te tellen hoeveel ongeveer het percentage jonge dieren bedraagt. Dit is bij veel soorten aan het verenpak te zien. Omdat deze gegevens allemaal worden opgeslagen, kan men over zeer veel jaren ( er wordt al ongeveer 65 jaar geteld) de resultaten vergelijken en eventuele conclusies aan verbinden. We tellen alle watervogels en vogels die met water te maken hebben zoals bv. reigers meeuwen aalscholvers enz. Maar ook wat genoemd wordt bijzondere soorten zoals enkele roofvogels als bv. de Visarend maar ook de IJsvogel omdat deze ook afhankelijk zijn van water. Dikwijls wordt gezegd: “hele grote groepen kun je toch niet tellen”. Dat is ook zo maar we maken dan eerst een schatting van het geheel, voor het geval dat ze opvliegen, en daarna tellen we een tiental exemplaren en projecteren dit over de hele groep. Dan heeft men een vrij betrouwbare telleng al blijkt uit ervaring dat er dan meestal toch te weinig geteld zijn.

De Watervogeltelling blijven echter een interessante maar soms een koude aangelegenheid, die af en toe verassende resultaten oplevert.

Tot een volgende keer Toon Selten.

Top

Bruine en witte knobbelzwanen | 7 januari 2017

Voor het onderdeel genetica is het soms mooi dat er rond school in het Industriehaven kanaal zwanen rondzwemmen die de praktische uitleg geven (ongeveer). Hieronder een foto van het zwanenpaar met hun 5 jongen. De knobbelzwanen populatie in Nederland is grofweg onder te verdelen in drie groepen: de wilde Poolse knobbelzwanen, de nazaten van de tamme knobbelzwanen en de kruisingen tussen beide groepen.

Zwanen met bruine en witte jongen

Knobbelzwanen met jongen

 

De Poolse nazaten hebben grijze poten, de tamme knobbelzwanen hebben zwarte poten. Dat is op deze foto niet te zien. Maar de verenkleur is duidelijk: 4 bruine jongen en 1 witte jonge. Als beide ouders zuiver van soort zijn ( één van Poolse komaf en één van de tamme tak, die kans is echter klein)) en bruin de dominante kleur van de kuikens zou zijn dan zouden alle jongen bruin zijn. Als wit in die situatie dominant zou zijn zouden alle kuikens wit zijn. Als de verhouding 4 staat tot 1, (ongeveer 25% - 75%) geeft aan dat het meest logische is dat bruin dominant is maar dat beide ouders heterozygoot zijn. In de meest simpele kruisingsvorm krijg je dan dat man Bb als basis heeft en dat vrouw ook Bb als basis heeft. Dus beide zijn ooit nazaat van een kruising tussen beide verschijningsvormen van de knobbelzwaan. B staat voor bruin, b staat voor wit. Dit in een kruisingsschema geeft dat 25 procent van de jongen BB is (homozygoot voor Bruine jongen) 50% van de jongen Bb (heterozygoot voor bruin is, ze zijn bruin maar dragen ook het witte gen bij zich dat nu wordt overschaduwd door het gen voor de bruine kleur) en dat 25 % van de jongen homozygoot voor wit is (bb geeft zuiver witte jongen). Als verschijningsvorm krijg je dan 75 % bruine jongen en 25 % witte jongen. Dat is ongeveer de verhouding die je op de foto ziet.

Is deze redenering nou waterdicht?

Welnee, maar het geeft wel een mooi voorbeeld hoe vererving werkt bij dieren.

Top

2018: Weer een nieuw jaar! | 1 januari 2018

Mag ik u allen allereerst een gelukkig en gezond 2018 toewensen. Dat het een onvergetelijk jaar mag worden, in positieve zin natuurlijk.

 

Vanuit de Vogelwerkgroep hopen we natuurlijk op een vogelrijk jaar. Dit hebben we natuurlijk niet zelf in handen, maar hier kunnen we wel in bijdragen. En dit geldt ook voor u! Vaak gaat het om kleine dingen. Vogels bijvoeren in de winter, zeker bij vorst en sneeuw. U zult ervan genieten als de mezen en vinken uw tuin bezoeken. Een drinkbak voor vogels is het hele jaar door een mooi middel om vogels te voorzien van drinkwater en zodoende ook naar uw tuin te lokken. Maar zorg dan ook voor een dichte struik of heg in de buurt: de vogels hebben graag een schuil- en vluchtplek in de buurt van hun eten en drinken. In het voorjaar kan dit ook een prima gelegenheid zijn voor een vink, heggemus of merel om hier een nest in te maken. Natuurlijk heeft u uw tuin er graag netjes bij liggen, maar vogels hebben dit juist liever niet. Nu hoeft u er voor mij ook geen zooitje van te maken, maar een rommelige hoek trekt een hoop insecten en wormen aan. Een roodborst zal u dankbaar zijn en zal u regelmatig verblijden met zijn mooie zang. Veel vogels maken gebruik van natuurlijke holtes om hun nest in te maken. Dit kan ook in een huis of schuurtje zijn. Doordat we alles strak af willen werken, is dit tegenwoordig vaak niet meer mogelijk. U kunt flink wat vogels, zoals mezen en spreeuwen helpen met nestkastjes. Een simpel kastje is eenvoudig te maken. Tekeningen zijn te vinden op internet, maar u kunt ons natuurlijk ook om advies en hulp vragen. Natuurlijk zien we ook graag veel vogels op de akkers en in de weilanden. Veel akker- en weidevogels hebben het moeilijk. Het is lastig om een geschikte broedplaats te vinden en als er dan jongen uit komen, is het lastig om ze groot te brengen. Omdat ik zelf werkzaam ben in de agrarische sector, weet ik dat het voor de agrariërs, naast alle regels omtrent bemesting, gewasbescherming, voedselveiligheid, etc., lastig is om ook rekening te houden met akker- en weidevogels. Maar ook hier zijn diverse kleine dingen mogelijk die al tot leuke resultaten kunnen leiden. Weet u overigens ergens een hoekje of een strook te liggen, waarvan u denkt: als we dat eens anders inrichten kan dit wel eens een mooi stukje landschap worden, laat het ons weten. Wellicht kunnen we hier, in samenwerking met de stichting Landschap Horst aan de Maas, wel wat mee. Al met al een paar kleine puntjes en wat grotere punten om onze omgeving wat vogelrijker te maken. Als we hier dit jaar wat van kunnen realiseren, hebben we alvast een mooi succes te pakken.

 

John Raedts
Vogelwerkgroep ‘t Hökske

Top