(Aller)Kleinste Vogeltjes | 20 mei 2019

Vogels zijn er in alle maten en gewichten. Er zijn enorme kolossen maar ook hele kleine vogels.

Ze leven verspreid over de gehele wereld en komen voor bij alle vogelgroepen.

 

De kleinste reigersoort in de Lage landen is het Woudaapje (Ixobrychus minutus) van de familie Ardeidae (Reigers) uit de orde Pelecaniformes (Roeipotigen), 27 tot 38 cm groot met een gezicht van tussen de 59–150 gram. De vleugelspanwijdte ligt tussen de 40–58 cm. Het mannetje heeft een zwartgroene bovenzijde en kruin, geelroze onderzijde en vleugels met een opvallende vlek.

15.Woudaapje man 15.Woudaapje vrouw
Foto ♂ commons.wikimedia.org Foto ♀ juzaphoto.com © Felice Di Palma

 

Het vrouwtje is donkerbruin gestreept aan de bovenzijde en licht gestreept aan de onderzijde, zwarte kruin en nek en minder opvallende vleugelvlekken. De oorspronkelijke naam is dan ook wouwaapje. Ten onrechte werd verondersteld dat wouw een dialectvorm moest zijn van woud, hoewel het dier niet in het bos leeft. De naam werd daarom 'verbeterd' tot woudaapje. Het voedsel bestaat uit insecten, vis, kikkers en salamanders. Het leefgebied is in rietmoerassen en langs zoetwateroevers, vertoont zich zelden aan de mens, is klein, 's nachts actief en leeft verborgen in het riet. 's Nachts is echter wel zijn roep te horen, die wel lijkt op die van een aapje dat ‘wouw-wouw’ roept.

15.Woudaapje map

nl.wikipedia.org (Geel: broedgebied, Blauw: overwinteringsgebied, Groen: standvogel)

 

Dit reigersoort leeft in de gematigde klimaatzone van Europa en Azië, waar ze broeden (geel) en trekken 's winters (blauw)naar het zuiden. Een ondersoort broedt in de tropen en is hier standvogel (groen).

 

Het verspreidingsgebied is verdeeld over de 3 ondersoorten:

  • I.m. minutus: van centraal en zuidelijk Europa tot centraal Azië en noordwestelijk India.
  • I.m. payesii: Afrika, zuidelijk van de Sahara.
  • I.m. podiceps: Madagaskar.

Tot de volgende keer, weer een ander klein vogeltje, Nora Nelissen

 

Zo als wij al schreven is de waarneming van deze vogel zeldzaam, volgens de laatste telling 2015 broeden er ongeveer 30-40 broedparen in ons land. Dus mocht u de woudaap zien, laat het ons dan zeker weten.

Met vriendelijke groet Ton Hagens

Top

Buxusmot en eikenprocessierups bestrijding door middel van Koolmezen | 12 mei 2019

Kool en pimpelmezen die leven in buurten waar de buxusmot wordt bestreden met gif krijgen veel soorten bestrijdingsmiddelen binnen. Vaak zijn dat ook nog eens illegale middelen. Dit blijkt uit onderzoek van het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM).

koolmees Jos Wijnen

Koolmees ©Jos Wijnen

 

Mezen zijn nu eenmaal gek op de buxusmotrupsen en voeren ze enthousiast aan hun jongen. Het CLM en vogelbescherming willen nu op grote schaal onderzoek uitvoeren naar het verband tussen mezensterfte en het gebruik van gif tegen de buxusmotrups. Dit is belangrijk om te voorkomen dat tuinvogels en vele andere insecten worden vergiftigd.

In 2018 heeft het CLM vijf dode jonge mezen onderzocht op plaatsen in de stad waar de buxusmot werd bestreden. Ook vijf dode jonge mezen uit een bosgebied waar geen bestrijding plaatsvond zijn onderzocht. In totaal zijn wel 14 verschillende gifsoorten gevonden in de onderzochten mezen. Heel concreet waren dat negen middelen om insecten te doden, drie middelen om schimmels te doden, één stof die veel verschillende soorten levende wezens doodt, en één stof die de afbraak van pyrethrinen tegengaat. Uit het onderzoek bleek dat de ‘stads mezen’ een veel groter aantal bestrijdingsmiddelen bevatten dan de ‘bosmezen’: gemiddeld 2,8 tegenover 0,8. De onderzoekers vonden 2,2 soorten insecticiden per mees in de stad vergeleken met 0,2 insecticiden in het bosgebied. Opvallend was dat de meeste van de gevonden middelen niet eens zijn toegelaten om door particulieren tegen de buxusmot gebruikt te worden. Het zijn dus illegale gifstoffen. Dit jaar gaat het CLM het mezenonderzoek op een grotere schaal uitvoeren. Het is namelijk nodig om meer dode jonge mezen te onderzoeken, om te kunnen zeggen of het gebruik van gif tegen de buxusmot kan leiden tot een verhoogde sterfte van jonge mezen in de nestkast.

 

Na het bovenstaande zult u zeggen, wat moeten we dan doen?

De beste oplossing van dit hele probleem voor ons als tuinliefhebbers is, het radicaal rooien van alle buxus en hiervoor in de plaats iets anders planten. Het zal niet altijd meevallen om van iets afscheid te nemen waar men jaren aan gewerkt heeft, en er soms mooie figuren van heeft gevormd. Maar aan de andere kant hoort men ook wel opmerkingen als: dan hoef ik ze ook niet meer te knippen en dat scheelt ook weer een hoop werk. Als alternatief zouden we ook kunnen kiezen voor het ophangen van nestkastjes voor de mezen, en zo proberen een natuurlijke bestrijding van de buxusmot te bewerkstelligen. Van de gemeente Horst aan de Maas is op dit gebied al een mooi initiatief uitgegaan in verband met het bestrijden van de eikenprocessierups. Van gemeente wegen worden er zo’n 800 nestkastjes voor mezen opgehangen in eikenbomen, met de bedoeling dat de mezen de rupsen vangen en aan hun jongen gaan voeren. Als dit lukt zou het een geweldige oplossing van dit probleem zijn. Uit onderzoek blijkt dat er de laatste decennia ongeveer 75 procent van alle insecten is verdwenen. Dit is bijzonder zorgwekkend, ook voor de vogelstand, want heel veel soorten vogels zijn aangewezen op insecten om hun jongen mee groot te brengen. Laten we daarom met z’n allen proberen om het gebruik van gifstoffen zoveel mogelijk te beperken, en te zoeken naar natuurlijke oplossingen, de vogels zullen ons dankbaar zijn en voor ons zingen.

Tot een volgende keer, Jos Wijnen

Top

Voorjaar, tijd voor baltsende vogels | 4 mei 2019

Enkele weken geleden schreef Jos Wijnen over de territoria van vogels. Dit territorium afbakenen is om dezelfde reden als het baltsen van de vogels. Beide zijn bedoeld om paartjes te vormen en zo voor nageslacht te zorgen. Meestal zorgt een mannetje eerst voor een territorium om daarna een vrouwtje te versieren. Want het baltsen is alleen daarvoor bedoeld. Niet altijd is dat het geval. Vogels zoals zwanen, ganzen en eenden die in het hoge noorden broeden vormen tijdens de winter in de overwinteringsgebieden, zoals bij ons al paartjes. Dit heeft als voordeel dat als ze aankomen in de broedgebieden daar geen tijd mee verloren gaat en direct kunnen beginnen met eieren leggen en broeden. De zomer is daar toch al kort en de kuikens moeten al weer vroeg in de herfst klaar zijn om weer duizenden kilometers te vliegen naar de overwinteringsgebieden. De meeste mannetjes van de zangvogels beginnen zodra ze een territorium hebben afgebakend. De vrouwtjes maken het de mannetjes dikwijls erg lastig en gaan niet direct met de eerste de beste in zee. Hoe meer een vrouwtje een mannetje afwijst hoe enthousiaster het mannetje dikwijls wordt. Ze lijkt daarmee zijn doorzettingsvermogen te testen. Tenslotte wordt ze wat toegefelijker en uiteindelijk staat ze toe met haar te copuleren en is een paar gevormd. Hieruit blijkt duidelijk dat het vrouwtje beslist met wie er gepaard wordt. Als het mannetje het vrouwtje niet aanstaat zal er geen paring plaats vinden. Een bekende uitzondering zijn de woerdjes van de wilde eend waarvan het vrouwtje zit te broeden en dan met z’n allen nog een vrijgezel eendje proberen te verkrachten. Maar dit heeft niets met gewoon baltsgedrag te maken. Een enkele keer zijn de rollen omgedraaid. Bij de franjepoten, de morinelplevier en de goudsnip neemt het vrouwtje het voortouw bij de balts. Hierbij zijn echter de vrouwtjes mooier gekleurd als de mannetjes. Maar deze laten het uitbroeden van de eitjes ook aan het mannetje over. Sommige vogels vechten zelfs om een partner of territorium. Vooral roodborstjes staan erom bekend heftig te kunnen vechten soms tot de dood toe. Een aantal vogels, zoals zwanen, sommige ganzen en albatrossen blijven elkaar een leven lang trouw. Andere daarentegen zien elkaar maar een keer per jaar zoals bijvoorbeeld de ruigpoothoenders als ons zeldzame korhoen. Die kiest een haan op de baltsplaats uit welke volgens haar als beste uit de bus komt, en laat zich treden. Ze moet zich daarna maar alleen zien te redden. Veel vogels blijven elkaar een broedseizoen, trouw, maar dat wil niet zeggen dat sommige mannetjes, maar ook vrouwtjes uitstapjes buitenshuis maken. Baltsende vogels zijn dikwijls prachtig om naar te kijken. Bij velen is de prachtige balts van de knobbelzwaan of de pinguïndans van futen wel bekend. Misschien heb je op tv de prieelvogel in Australië wel gezien met het bouwen van zijn prieel om een vrouwtje te verleiden. Zo doet elke vogel zijn best om een partner te vinden en voor nageslacht te zorgen.

 

Tot een volgende keer Toon Selten.

Top

De Aalscholver | 27 april 2019

In het land van de grote rivieren, in de nabijheid van meren en plassen voelt de aalscholver (Phalacrocorax carbo) zich thuis. Ook hier bij ons in de Mariapeel huist een kolonie aalscholvers. In  2018 werden er door leden van de vogelwerkgroep zo’n 45 nesten geteld. De aalscholverstand in ons land is toegenomen van zo’n 3.500 broedparen in 1950 naar ruim 17.000 nu. Deze vogels houden van “gezelligheid” en het ligt dus voor de hand dat de aalscholver een koloniebroeder is. Het is een prachtig gezicht de grote donkere vogels reeds vroeg in het voorjaar in de nog kale bomen bij hun grote takkennesten te zien zitten. Het vliegbeeld doet heel eventjes denken aan dat van een eend. De hals en de snavel zijn bij het vliegen enigszins geheven, iets wat we ook waarnemen als de vogel op het water drijft.

Ze zijn niet gauw verzadigd. Wat te zeggen van een aalscholver, die in gevangenschap ’s morgens 26 en ‘s middags 17 voorns van 20 centimeter lengte opat? De schade aan de visstand toegebracht kan dus vrij groot zijn.

aalscholverJos Wijnen

Aalscholver (Phalacrocorax carbo) ©Jos Wijnen

 

In sommige landen o.a. Zuidwest China wordt nog altijd door de lokale bevolking gevist met aalscholvers. Ze maken de vogels tam en richten ze dan in ongeveer 6 maanden af om te vissen. Met een bootje en een stuk of vijf aalscholvers varen ze een meer op. Ze doen de vogels tijdelijk een touwtje om de hals en laten hem dan de vis opduiken. Door dat touwtje kan hij de vis niet doorslikken en zo kan de visser hem uit de bek van de aalscholver halen. Op deze manier kan een visser per dag wel tot 50 kg vis vangen. De vis wordt al duikend en zwemmend onder water gevangen. De haakvormige punt aan de bovensnavel bewijst hierbij goede diensten. Bij dit duiken worden de veren nat en vaak zien we de aalscholver met uitgespreide  vleugels zitten om het natte verenpak te drogen. In de broedtijd hebben de volwassen vogels een witte vlek op de dijen, in de winter raken ze deze weer kwijt en hebben ze een grijs gezicht. De nesten liggen vaak hoog in de bomen. De hoogste plaatsen worden het eerst bezet. Vogels die later beginnen te nestelen, moeten zich met lager gelegen plaats tevreden stellen en bij nijpende woningnood broeden ze zelfs op de grond. Door de uitwerpselen zijn de bomen geheel “witgekalkt”. Het broeden begint reeds heel vroeg in het voorjaar (februari). In het nest, een bouwsel van takken, liggen de drie of vier witte eieren. Na vier weken broeden komen de jongen uit. Met trillende keelzak  (transpireren) zitten de naakte jongen in het nest. Het kworr-karr geroep is niet van de lucht, zodat we een aalscholverkolonie zeker wel op het gehoor kunnen vinden. Worden de jongen, na hardnekkig bedelen, gevoerd, dan steken ze de snavel diep in de bek van de oude vogel. We zien de hals van de laatstgenoemde flink opzwellen, voedsel wordt opgebraakt en verdwijnt in de gulzige snavels van de jongen. Na het grootbrengen van het eerste broedsel komt het wel voor, dat nog een tweede broedsel grootgebracht wordt. Is dit het geval, dan wordt doorgebouwd op het oorspronkelijke nest, ligt daarin toevallig nog een dood jong, de aalscholver bouwt rustig verder en men kan zich dus indenken, dat de geur in zo’n aalscholverkolonie verre van aangenaam is. Dit wordt nog versterkt door de lucht van vogelmest, vermengd met de stank van rottende vis, die bij het voeren over de nestrand is gevallen. Dit is wel een ietwat onsmakelijk einde van dit verhaal, maar wel puur natuur.

 

Dank voor het lezen en tot de volgende keer, Jos Wijnen.

Top

Verslag Paaswandeling | 22 april 2019

Paaswandeling, een mooie traditie.

Zoals elk jaar het geval is, was er ook dit jaar weer een tweede Paasdag en dus een wandeling in de Heere peel. Ook dit jaar waren we bij Petra en Paul van Aan de Drift te gast, daarvoor nog onze hartelijke dank. Tijdens deze  jaarlijkse paaswandeling waren er ruim 30 personen aanwezig en na een welkomstwoord van Paul zijn wij op stap gegaan, al of niet gewapend met eigen of geleende verrekijkers. De zon scheen er lekker op los en de temperatuur zat al in de 20 graden. De vogels lieten goed van zich horen en ook zien, je kon merken dat het voorjaar begonnen was. De vogels maken zich op voor een nieuw druk broedseizoen, een tijd van zorgen dat de eieren uitkomen en dan de jongen groot te brengen.

ekster kleinIlse HagensEkster (Pica pica) ©Ilse Hagens

 

De wandeling voerde ons lang de plas die aan de Lorbaan ligt, door de bossen langs het recreatiepark en later weer terug naar Aan de Drift. Tijdens de wandeling lieten de koolmees en pimpelmees zich natuurlijk horen. Omdat het zo lekker warm was  zagen wij al snel buizerds in de lucht en maakten de torenvalk en havik hun optreden. Niet alleen de roofvogels lieten zich zien; er waren opvallend veel gaaien en eksters die over vlogen. Op afstand hoorden wij de grote bonte specht ijverig roffelen om de aandacht te trekken van de dames, ook de groene specht lachte ons op afstand uit. Het kleinere spul zoals zwartkop liet van zich horen en zien en om alles goed uit elkaar te houden werden de vogelboekjes geraadpleegd. Want een vogel horen is één maar om hem te zien is twee en dan is een boekje handig. Vogelaars herkennen de meeste vogels aan hun zang en dit is niet altijd makkelijk en vergt veel geduld en oefening. Na een wandeling van bijna twee uur is koffie altijd wel lekker en deze stond klaar  in het bezoekerscentrum. Wederom een geslaagde wandeling waar de deelnemers jong en oud weer wat opgestoken hebben over de wondere wereld van de vogels.

Een wandeling door een nu al erg droog bosgebied, hopelijk krijgen wij toch nog voldoende regen de komende tijd. Liefst in de nachtelijk uren natuurlijk want dan ga ik niet op stap om vogels te kijken in de natuur.

 

Tot het volgend jaar en misschien mag ik u dan ook begroeten.

Met vriendelijke groeten, Ton Hagens

Top

Nestkastcontrole met de jeugd | 12 april 2019

Beste jongens en meisjes, hebben jullie wel eens jonge vogeltjes gezien?

Vogelwerkgroep ’t Hökske heeft in de bossen bij Toverland ruim 70 nestkasten. Deze worden regelmatig gecontroleerd.

 

Op woensdag 24 april  gaan wij weer op stap voor een nestkastcontrole ronde. Graag nodigen wij de jeugd van klein tot groot uit om met ons mee te gaan en eitjes en kleine jonge vogeltjes van dichtbij te bekijken. Dit kunnen verschillende soorten zijn zoals de koolmees maar ook misschien de boomklever. Wij vertrekken voor deze ronde om 9.30 uur op de parkeerplaats aan de Graskuilenweg, deze ligt tegenover De Schatberg. De rondgang zal ongeveer één tot anderhalf uur duren, de deelname is gratis en de ouders mogen natuurlijk ook mee. Mochten er nog vragen zijn neem dan gerust contact met ons op. Hopelijk tot 24 april om 9.30 uur.

nestkastcontrole jeugd 2013

 

Wil je meer weten over onze vogelwerkgroep kijk dan op www.vogelwerkgroephokske.nl  of mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Tot dan.

Top

Paaswandeling 2e paasdag | 05-04-2019

Strek de benen tijdens de Paaswandeling.

 

Op tweede Paasdag 22 april, organiseert het natuur- en informatiecentrum Aan De Drift in samenwerking vogelwerkgroep ’t Hökske  een wandeling door de Heere Peel en een gedeelte van de Schadijker bossen. De wandeling start om 9.00 uur en deelname is gratis.

Heeft u alle verstopte eieren gevonden en is het ontbijt genuttigd, kom dan wandelen en strek uw benen. Tijdens de ongeveer 1,5 tot 2  uur durende wandeling vertellen leden van vogelwerkgroep ’t Hökske u welke vogel u hoort of ziet. U maakt kennis met de vogelwereld die, nu het lente is, zich van alle kanten laat horen en zien. Heeft u een verrekijker? Breng deze mee, maar er zijn ook enkele verrekijkers te leen via Aan de Drift. De gidsen zullen ook hun telescopen meenemen om de vogel nog beter in beeld te brengen. Na de wandeling is er de mogelijkheid om in het informatie centrum Aan de Drift koffie, thee of iets anders te nuttigen. Deze consumpties zijn op eigen kosten.  Hier is er ook nog de mogelijkheid om met de gidsen in gesprek te gaan, want misschien heeft u wel een vraag die u altijd heeft willen stellen.

drift3.foto vooraanzicht

vooraanzicht 'Aan de Drift' www.aandedrift.nl

 

Wij starten om 9.00 uur en het verzamelpunt is Aan de Drift, Lorbaan 9A in America. Kleed u op het weer en doe uw wandelschoenen aan. De wandeling is voor jong en oud maar helaas niet geschikt voor minder validen. Honden zijn niet toegestaan.

 

Om in beeld te krijgen hoeveel personen wij kunnen verwachten wil ik u vragen zich even aan te melden via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  

Met vriendelijke groet,

Ton Hagens

Top

Lezing over de koekoek | 31-03-2019

Een voorjaarslezing op maandag 8 april  over de brenger van het voor jaar “de koekoek”

 

De roep van de koekoek is bij iedereen wel bekend. Maar wat weten we eigenlijk verder van deze bijzondere vogel? Tijdens de lezing op 8 april, doet vogelkenner Lou Megens een boekje open over de koekoek. De lezing duurt ongeveer 2 x 1 uur.

koekoek Marcel vd Kerkhof

Koekoek (Cuculus canorus) ©Marcel v/d Kerkhof

 

Gastspreker Lou Megens gaat op deze avond in op onderwerpen als; hoe legt de koekoek haar ei? Waarom verwijdert zij eieren uit het nest van de waardvogel? Hoeveel waardvogels heeft een koekoek? Hoeveel eieren legt een koekoek? Waarom accepteert de waardvogel een koekoeksei? Filmmateriaal van een koekoek die haar eieren legt, een koekoeksjong dat eieren en jongen uit het nest werkt en voerende waardvogels zullen het leven van deze mysterieuze vogel bloot leggen. Verder wordt een aantal moeilijke begrippen, zoals dimorfisme, onomatopee, zygodactylie, mimicry, polygamie, facultatief en obligaat parasitisme op een heldere en eenvoudige manier uitgelegd

Megens is een vogelkenner met een brede en diepgaande kennis. Naast kenner van vogels en kweker van diverse soorten is hij ook nog een boeiend verteller. Tijdens zijn lezingen neemt hij de bezoeker via zijn dia- en filmpresentatie mee de natuur in om vogels te zien en te horen, terwijl hij ondertussen allerlei wetenswaardigheden vertelt. Van jongs af aan is hij al in de weer met vogels; hij schreef er ook al een aantal boeken over.

 

Graag zien wij u op 8 april in de Razen-tru-kamer in de Sevewaeg in Sevenum. Aanvang 20.00 uur en toegang is gratis.

Tot ziens en vriendelijke groet Ton Hagens namens de vwg 't Hökske.

Top

Territoriumdrang bij vogels | 23 maart 2019

Het jaar lijkt nog maar net begonnen maar we schrijven inmiddels alweer maart-april, en wat de vogels betreft die zijn al weer bezig met het vastleggen van hun territorium en hun broedgebied. 

Merel 3 Jos Wijnen

Merel (Turdus merula) ©Jos Wijnen

 

Een merel of roodborst die zijn eigen beeld ziet in een raam of autospiegel zal dit trachten aan te vallen. Hij volgt een gedragspatroon dat even diep in hem verankert ligt als de drang om te paren of voedsel te zoeken. Deze agressie hangt samen met de verdediging van een territorium, want dit is voor het voortbestaan van de vogel even belangrijk als eten en broeden. Door een gebied te begrenzen en te verdedigen tegen mannetjes van zijn eigen soort verkrijgt hij het alleenrecht op een hoeveelheid voedsel, nestmateriaal en nestgelegenheid. Tevens heeft hij een terrein waar hij geen last heeft van rivalen en waar hij met zijn partner kan paren, broeden en jongen grootbrengen. Tegen andere vogelsoorten hoeft de merel (foto) zijn territorium meestal niet te verdedigen want die eten zelden hetzelfde voedsel. Nagenoeg iedere vogelsoort houdt er zijn territorium op na. Dit geldt voor de boomkruiper alsook voor de grotere vogels zoals bijv. de arend. Vogels die in kolonie broeden (met grote groepen van dezelfde soort dicht bij elkaar) zullen hun territorium vaak gezamenlijk verdedigen tegen indringers.

 

Van enkele vogelsoorten zijn de afmetingen van hun territorium bekend.

Fuut                 : een kleine strook rondom het nest tot een paar hectare meren en plassen.

Havik               : vele hectares naaldbossen.

Kievit               : 1 hectare weiland.

Bosuil              : ca. 25 hectare Parken en bossen.

Roodstaartje   : ½ hectare Parken en bossen.

Geelgors         : 20 are heggen en bouwland.

Grauwe gors   : 1 hectare bouwland.

Roodborst       : 6000 tot 8000 vierkante meter.

Nijlgans           : +/- 1 hectare meren en plassen.

 

De omvang van het territorium loopt van soort tot soort sterk uiteen. Dit hangt af van de hoeveelheid beschikbaar voedsel en het aanwezige aantal vogelparen. De middelen waarmee de meeste vogels hun gebied verdedigen zijn hun zang, imponeergedrag en desnoods  ‘lichamelijk geweld’. Vooral in het voorjaar moet er nogal eens “wapengeweld” worden toegepast om een gebied te verwerven. Als de orde eenmaal is gevestigd zijn de bezitters erg veilig binnen hun gebied. Bij vele soorten zijn de grenzen van hun territorium scherp afgebakend door natuurlijke afscheidingen o.a. bomen, struiken open plekken of een bosrand. Soms bepaalt de houding van een vogel de grens. Na het broedseizoen verdwijnt bij de meeste vogelsoorten de drang om hun territorium te verdedigen. Wel komen paren die elders overwinteren in een volgend broedseizoen terug in hun vorig broedgebied, en veelal begint dan de strijd weer opnieuw.

Dank voor het lezen en tot de volgende keer, Jos Wijnen. (foto: Jos Wijnen)

Top

Boerenlandvogels in de verdrukking, een taak voor provincie, waterschap en gemeente| 16 maart 2019

Als u dit leest hebt u waarschijnlijk uw stem al uitgebracht voor de provinciale verkiezingen en het waterschap. Het is nu maar te hopen dat we diegene die we hebben gekozen ook hun verantwoordelijkheid nemen. Dat wil zeggen niet alleen naar het economisch belang kijken, maar ook naar de natuur en het landschap. Wij zingen graag “Wie sjoen ós Limburg is”. Omdat te behouden zal dat niet alleen van de “groene”partijen moeten komen maar zal iedereen in het Provinciehuis zich daarvoor moeten inzetten. Tot op heden staat economie altijd voorop. Toen ik op school zat luide als antwoord op de vraag, wat is economie? De volgende tekst: “Economie is de wetenschap die zich bezighoudt met de behoefte bevrediging van de mens”. In mijn beleving worden deze behoeften over het algemeen alleen vertaald in de materiële zin. Maar ieder mens heeft ook andere behoeften, zoals rust ontspanning enz. Zeker in deze jachtige tijd. Daarom is het van groot belang dat de provincie in samenwerking met de gemeenten de schouders zetten in plannen, die meer aandacht hebben voor het landschap en de natuur, om deze in stand te houden en te herstellen. Iedereen zal beamen dat het landschap dusdanig door de moderne landbouw is veranderd dat de boerenlandvogels ernstig in de verdrukking zijn gekomen en dreigen helemaal te verdwijnen. Denk je het landschap nog is in, hoe het twintig jaar geleden was. De industrie van Venlo was nog niet tot bijna in Sevenum opgerukt. Ook toen was er  ook al veel veranderd maar weidevogels en akkerlandvogels waren nog volop aanwezig. Er waren nog overal wallen, waar fazanten en patrijzen nog schuil en broedgelegenheid hadden. Er waren nog kleine natte weilandjes en akkertjes, struiken en bomen. Een walhalla voor de vogels. Niemand was verbaasd over de zang van de weidevogels de veldleeuwerik enz.

Veldleeuwerikvogelbescherming.nl

Veldleeuwerik (Alauda arvensis) ©Vogelbescherming.nl

 

Nu wijzen we er elkaar op, als we er horen of zien. De vooruitgang in de landbouw kan natuurlijk niet terug gedraaid worden, maar we zouden eventueel met steun van provincie, gemeente en waterschap stukken grond of brede akkerranden kunnen creëren waar deze vogels wel een leefbare situatie hebben. Op de huidige eenzijdige graslanden en, maïsakkers zonder enige kruiden en bodemleven kunnen ze niet leven. Daar komen geen insecten op af, en dat is nou juist het voedsel voor veel vogels, maar het enige voor de jonge kuikens. Tevens is er geen enkele schuilgelegenheid voor roofvogels en kraaiachtigen. De gemeente Horst aan de Maas is uitgeroepen tot bijenvriendelijkste gemeente. Dan zullen ze dat ook waar moeten maken. Naast bovengenoemde grote bloemrijke akkerranden en stukken land kan men ook eens beginnen met het minder maaien van bermen waar dit niet strikt noodzakelijk is. Dit bespaart niet alleen op kosten maar levert ook insectenvriendelijk bermen op. Ook het waterschap kan eens overwegen de veegpaden eens wat minder te maaien zodat deze schuilgelegenheid bieden voor jonge kuikens en tevens voor bloemen, en dus insecten en later voor zaden zorgen. De provincie Groningen is al voorgegaan in het inzaaien van stukken land en het ondersteunen van zeer brede akkerranden. Dit is daar gedaan hoofdzakelijk voor het instant houden van de Grauwe kiekendief en de Velduil, maar het is gebleken dat dit een gehele toename geeft van de boerenlandvogels. Ook het aankleden van het landschap met bomen en struiken waar dit mogelijk is, heeft een gunstige invloed op de vogelstand. Ook de ongebreidelde groei van industriebedrijven moet  met natuur gecompensserd worden en niet alleeen beloofd. Hierdoor kunnen wij zelf maar ook onze kinderen en kleinkinderen in de toekomst nog genieten van een mooi landschap met veel vogels, en kennen ze dit niet alleen uit onze verhalen.  Dus het nieuw gekozen provincie bestuur u weet wat u te doen staat.

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

 

Grote Zilverreiger | 11 maart 2019

De Grote Zilverreiger (Ardea alba) is goed herkenbaar. Met zijn glanzende witte veren en grote dolkachtige, gele  snavel is het een opvallende verschijning. Hij is bijna even groot als de blauwe reiger en veel groter dan de algemenere kleine zilverreiger. Hij vliegt met trage krachtige vleugelslagen; de lange donkere poten en tenen gestrekt, en de nek ingetrokken. In het broedseizoen heeft hij een veel donkerder snavel en lange pluimen op de kop, en kleuren de poten geel. Het is een fraai gezicht om een zo subtropisch aandoende grote zilverreiger in een weidegebied te zien rondstappen. Hij eet voornamelijk vis maar ook kikkers, muizen, kleine vogels en mollen.

grote zilverreiger kop Jos Wijnen

Grote zilverreiger (Ardea alba) ©Jos Wijnen

 

In de winter zijn ze ook op akkers te vinden waar tarwe is blijven staan, hier zoeken ze naar muizen en woelratten die van de tarwekorrels snoepen. Ze jagen ook langs brede watergangen, op grasland en op stoppelvelden. Als er maar muizen zijn. Op de foto een grote zilverreiger in een weiland die een woelmuis heeft verschalkt.

In de jaren zeventig legden vogelliefhebbers soms vele kilometers af om de grote zilverreiger te kunnen waarnemen. Hij was een dwaalgast uit de Neusiedler See op de Oostenrijks-Hongaarse grens. Eind jaren zeventig broedde het eerste paartje grote zilverreigers in Nederland, in de Oostvaarder-plassen. Nu broedden er ruim driehonderd paar grote zilverreigers in Nederland en zijn ze niet meer weg te denken van het platteland. ‘s Winters komen er honderden bij uit Zuidoost Europa. 

grote zilverreiger Jos Wijnen

Grote zilverreiger (Ardea alba) ©Jos Wijnen

 

Blauwe reigers broeden in bomen, maar de grote zilverreiger broedt in natte rietvelden. Hij broedt van april tot juni bij voorkeur in kolonies in rietmoerassen, oeverzones van meren en plassen, bossen langs rivieren en aan de kust bij de mondingen van rivieren. Om te nestelen heeft de grote zilverreiger een flinke hoeveelheid overjarig riet nodig, maar geregeld worden ook wilgen gebruikt om het nest in te bouwen. Een  legsel bestaat meestal uit drie a vier eieren, en deze worden uitgebroed in vijfentwintig dagen, en na twee maanden zijn de jongen volgroeid. Maar voor die tijd maken ze al lopend of klimmend uitstapjes in de buurt van het nest.

Na de broedtijd zwermen de oude en jonge reigers uit over het land.

Veruit de meeste grote zilverreigers broeden in Oekraïne, gevolgd door Hongarije, Oostenrijk en Roemenië.

In de winter kunnen we ze bijna overal waar zoet water is aantreffen. Vooral in polders, in weidegebieden, sloten en uiterwaarden.

Tot een volgende keer. Jos Wijnen (foto’s: Jos Wijnen).

 

Wilt u meer weten over vogels, doe dan mee met de voorjaarscursus vogelherkenning.

Voor informatie kijk op site: www.vogelwerkgroephokske.nl of bel  06 1120 3333 Jan Peeters.

De cursus start op 18 maart a.s dus wees op tijd.

Top

Nepal Birdwatching | 5 maart 2019

Is birdwatching in Nepal leuker dan in Nederland?

Na een lange tijd van plannen en organiseren, zijn we nu weer in Nepal waar we de jongeren van de Helicon Helmond opleiding Dier, de kans geven kennis te maken met een totaal andere cultuur dan de Nederlandse cultuur. Er zit veel natuur in het programma en aan natuur gerelateerde onderwerpen. Birdwatching is een nieuw onderdeel, dat hebben we eergisteren uitgevoerd: aan de hand van een natuurgids vogels spotten in hun eigen leefomgeving. Met enig geluk mooie soorten gezien waaronder de scharrelaar, en de oriental  pied hornbill. Maakt het vogels kijken in Nepal daarom leuker dan in Nederland?

scharrelaar Nepal 2019 Walter Jansen

Scharrelaar (Coracias garrulus) ©Walter Jansen, Nepal 2019

   

Ontegenzeggelijk zijn de kleuren van de vogels in de tropen vaak mooier en feller dan in Nederland, een vliegende scharrelaar is met niets te vergelijken dat ik ken, zo blauw dat het altijd van grote afstand opvalt. Een Neushoornvogel kent zijn gelijke niet in Nederland en de bruine boomekster is prachtig getekend. Waarom is de hobby zo leuk in Nepal? Je zie leuke dieren en mooie vogels maar je bent ook gewoon buiten bezig, kunt genieten van alles dat je tegenkomt. Nepal is een land van uitersten. Acht van de 10 hoogste bergpieken van de wereld in liggen in Nepal er is een grote middengebergte reeks en een warm en relatief vlak laagland. Door de verschillende biotopen zijn er op relatief kleine afstanden van elkaar, veel soorten te vinden. Bij een van mijn vorige bezoeken scoorden we 101 soorten! Op één dag wel te verstaan. De grote variatie en totaal van elkaar verschillend soorten (nog meer dan in Nederland, en dat is al een erg goed vogelland), maakt het wel aantrekkelijk, de mooie kleuren en de relatief gemakkelijk benaderbare vogels maken het vooral ook leuker.

Indian pied hornbill Nepal 2019 Walter Jansen

Indian pied hornbill ©Walter Jansen, Nepal 2019

 

Toch hebben de vogels in Nederland vaak subtiele aftekeningen of kleurdelen waardoor ze mooi zijn. Het herkennen van biotopen en het kunnen vinden van zeldzamere verschijningen, maakt het ook in Nederland een bijzonder mooie vorm van tijdverdrijf of, als je het wat serieuzer aanpakt, een zinvolle invulling van je vrije tijd dat ook nog data oplevert binnen een groter geheel.

bruine boomekster Nepal 2019 Walter Jansen

Bruine boomekster ©Walter Jansen, Nepal 2019

 

Het zien van soorten die je niet vaak in het wild gaat tegenkomen, de andere kleuren op de vogels en het zoeken naar nieuwe soorten maken het leuk in elk land, ook in Nederland. En het spotten in omgevingen waar je ook andere dieren tegen kunt komen, als neushoorn, gaur, tijger en lippenbeer, maakt het altijd spannender dan vogels spotten in Nederland.

Is het leuker: zeker, is het spannender jazeker, is het spotten in Nederland daarom minder leuk : zeker niet. Ook met het spotten in Nederland kun je je hart ophalen en op zoek gaan nieuwe soorten in nieuwe gebieden.

Voor de komende twee weken blijft het zoeken in Nepal, daarna weer met veel plezier naar Nederland voor het spotten of tellen.

Vr. Gr. Walter Jansen.

Top

De koolmees een klein maar bijzonder vogeltje | 23 februari 2019

Als we met het mooie weer van de laatste weken naar buiten gaan, horen we al geluiden van diverse vogeltjes. Toch echt zingen doen er nog niet veel. Een van diegene die we wel horen zingen is de Koolmees. Voor velen is deze ook het gemakkelijkste te herkennen. Op de voorjaarscursus Vogels herkennen is dit ook meestal het vogeltje waar de cursisten het zogenaamde “ fietspomp” geluid als eerste onthouden. Maar dat alleen maakt ze niet zo bijzonder. Sinds 1931 staan Koolmezen al in de belangstelling van wetenschappers. Zo was het de koolmees die als eerste aantoonde dat de klimaatverandering grote gevolgen heeft voor de natuur. Onderzoekers zagen een slechter broedresultaat.  De reden hiervoor was dat de Koolmees problemen kreeg met voldoende voedsel te vinden voor de jongen. Door de opwarming lopen de eiken eerder uit, de rupsen van de Eikenbladroller zijn er daardoor ook eerder. Zij eten namelijk de jonge scheuten. En juist deze rupsen zijn nodig om de jongen te voeren. Vroeger kon de koolmees ervoor zorgen precies bij de rupsenpiek jongen te hebben. Dat lukt nu niet meer. De Koolmees is wel begonnen met het eerder leggen van eitjes maar komt meestal toch te laat voor de rupsenpiek. Vorig jaar toen begin maart nog erg koud was waren de Koolmezen ook wel wat later, maar hebben waarschijnlijk toch daarvan nog kunnen profiteren van veel rupsen, omdat de eiken ook veel later uitliepen. In de nestkastjes die wij controleren op de Gelderheide was het een goed jaar voor de Koolmees in vergelijking met voorgaande jaren.

Koolmees vogelbescherming.nl

Koolmees (Parus major) ©Vogelbescherming.nl

 

Een ander gevaar voor onze Koolmezen, maar dit geldt ook voor andere mezen, is de verzuring. In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw was al sprake van kalkgebrek door de zure regen. Daardoor waren de eischalen te broos en braken veel. Nu is geconstateerd dat er mezenkuikens op de Veluwe zijn  die door kalkgebrek vaak zó broos zijn dat ze al in het nestje hun pootjes breken en sterven. En dat komt weer door te veel stikstof in het milieu, aldus bioloog Arnold van der Burg. Hoewel dit veelvuldig op de zandgronden voor schijnt te komen hebben wij dat nog niet gemerkt. Maar als ze eenmaal uit zijn gevlogen hebben wij er geen zicht meer op.

Ook bijzonder is, dat er meer mannetjes dan vrouwtjes Koolmezen worden geboren, blijkt uit onderzoek. Zonen trekken verder weg van de geboortegrond dan dochters, op zoek naar een eigen territorium. Vrouwtjes blijven meer in de buurt. Hierdoor is er minder gevaar voor inteelt, en te overvloedige bewoning, zodat er minder gevaar is voor voedsel tekort.

Ook is aangetoond dat koolmezen zowel jonge als oudere eikenprocessierupsen eten. Nu is bewezen dat ze ook rupsen opeten die overdag in de karakteristieke eikenprocessierups nesten verscholen zitten. Ze maken daarvoor zelf gaten in de nesten. Koolmezen kunnen een prominente rol spelen in de beheersing van processierupsen. Een mooie biologische bestrijding. Zo zie je maar het leven van een Koolmees houdt meer in dan het eenvoudige “fietspomp”geluid.

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Beleef de lente!? | 16 februari 2019

De lente heeft zich al laten zien, de koude en soms regenachtige weken van de afgelopen weken doet veel mensen wel verlangen naar de lente. De zon scheen er wel lekker op los, beschut of achter het raam was het lekker. Het is prachtig weer om de natuur in te lopen en te genieten van de koolmees; deze zingt al volop zijn lied.

beleefdelente2018

Zal de lente doorzetten? Maar ooit zal de lente komen. Dan wordt het zeker weer tijd voor “beleef de lente”. Maar waarom zo lang wachten terwijl er nu al volop webcams het doen en laten van verschillende vogels registreren? Iedereen kent wel de mooie live vogelbeelden via beleef de lente. Beelden van de  Oehoe of van de ooievaars die al met broeden begonnen zijn. Maar wist u ook dat er een versie voor de jeugd is, namelijk www.beleefdelentejunior.nl  Hier kan de jeugd ook de beelden bekijken van de vogels, maar ook kunnen de jongeren vanaf groep 1 hier meer informatie vinden en spelletjes doen. Ook voor de volwassenen is er veel te zien op www.beleefdelente.nl.  Via de computer kan men op vele manieren van de lente genieten. Beide sites zijn vanaf nu online, maar er zijn ook andere mensen die zich bezig houden met beleef de lente. Beelden van de ijsvogel en koolmees zijn er nog niet, maar wel van bijvoorbeeld de steenuil, kerkuil of slechtvalk. Zij zijn al volop te volgen in hun doen en laten. Ik zou zeggen kijk er eens naar en mijmer lekker weg in de gedachte, wat zullen wij de komende lente en zomer weer lekker buiten gaan doen? Dus beleef de lente voor jong en oud, zeker een aanrader de komende maanden. Ik wens u een mooie aankomende lente.

 

Attentie: Er zijn nog een klein aantal plaatsen vrij op onze voorjaarscursus Vogelherkenning. Interesse? Kijk op onze site www.vogelwerkgroephokske.nl

 

Tot de volgende week, Ton Hagens

Top

 

Nestkasten | 2 februari 2019

Tot een van de mogelijkheden om de vogelstand in onze naaste omgeving te verbeteren behoort het ophangen van nestkastjes. We hoeven nog niet direct te denken aan nestkasten ophangen in de vrije natuur, dit wordt al gedaan door de vogelwerkgroep. Maar als we al eens beginnen dáár waar iedereen er direct zelf bij betrokken kan zijn, n.l. in onze eigen tuin. Als we alleen al de gemeente Sevenum nemen, hier staan ongeveer 2700 woningen. Laten we grofweg aannemen dat er achter 1500 woningen een tuin is gerealiseerd, wat zou dat een nestgelegenheid bieden voor alle soorten mezen, kwikstaarten, roodstaarten enz.….

Voor de meeste tuinen zullen mezen kastjes over het algemeen het meest geschikt zijn om op te hangen. Eenvoudige vierkante kastjes zijn het gemakkelijkst om te maken. Vogels hebben geen voorkeuren voor de uitvoering van het nestkastje. De binnenmaten, de afmetingen van het vlieggat en de plaats waar het kastje wordt opgehangen zijn de dingen die tellen. Het beste kunt u belegen hout gebruiken wat goed gedroogd is. Vers hout heeft als nadeel dat het veel sneller krom zal trekken of zal splijten als het droogt. De binnenzijde hoeft niet geschaafd te worden, want de ruwe kanten geven grip als de jongen uit het nest proberen te kruipen. De komende maanden zijn de dagen nog kort en de avonden lang dus een mooie gelegenheid om nestkastjes te maken. U kunt ze dan meteen ophangen en de vogels kunnen er in schuilen tijdens een vorstperiode. Op de site van vogelbescherming vindt u alle informatie over nestkasten voor verschillende soorten vogels. Hier zijn ook de maten voor bodemoppervlak en invliegopening te vinden. Nestkastjes zijn ook kant-en-klaar te koop, maar hoedt u voor onbekende nieuwe ontwerpen die meer voor het oog zijn dan dat ze voldoen aan de biologische eisen.

Op de foto ziet u een nestkast bewoond door een paartje pimpelmezen, die af en aan vliegen met rupsen voor hun jongen. Het bodemoppervlak binnenwerks is 12 bij 12 centimeter en de diameter van invliegopening is 32 millimeter. De voorkant draait naar boven open om het kastje van binnen makkelijk schoon te kunnen maken. Nestkastjes mogen het hele jaar blijven hangen, vogels zoals mezen kunnen de nestkastjes ’s nachts of tijdens slechte weersomstandigheden gebruiken.

Pimpelmees voor nestkast C Jos Wijnen

Pimpelmees (Cyanistes caeruleus) Foto ©Jos Wijnen

 

Omdat vogels zich hoger wat veiliger voelen kunt u de kastjes het beste op een rustige plek op ongeveer 2 meter hoogte hangen. Het mag niet in de volle zon hangen en moet beschut zijn tegen regeninslag, het nestkastje met de invliegopening naar het noordoosten ophangen is dus een goede keus. Bevestig de nestkastjes zodanig dat de katten er niet bij kunnen. 

Hopelijk heeft u succes en biedt uw tuin woongelegenheid aan een of ander vogelpaar. U zult er veel plezier aan beleven.

Tot een volgende keer. Jos Wijnen 

Top

Voorjaarscursus vogelherkenning 2019 | 26 januari 2019

Heb je ook meegeteld met de Landelijke Tuinvogeltelling 2019 in het laatste weekend van januari?

 

Is het antwoord nee, omdat je niet alle vogels kent, dan bestaat de gelegenheid om de kennis te vergaren met onze cursus vogelherkenning, die we elk jaar in het voorjaar geven.

 

Hoor je vaak vogels zingen of zie je er regelmatig vliegen maar worden ze niet herkend?

 

Ook dan geven we de kans om de deskundigheid op te krikken met een cursus.

 

Wij als vogelwerkgroep willen onze kennis over vogels met jullie delen en in het kader hiervan geven we al jaren de cursus vogelherkenning. In 2018 hadden we 45 deelnemers aan of de voorjaars- of de najaarscursus en ook nu hebben we al de eerste aanmeldingen binnen voor onze voorjaarscursus 2019. Dit zelfs voordat we gestart zijn met de werving. Interesse? Informeer via de mail of bij onze contactpersoon. 

 

In de voorjaarscursus behandelt Vogelwerkgroep ‘t Hokske een 50-tal soorten in een 3-tal theorieavonden in overheadpresentaties met veel foto’s, filmpjes en uitgebreide geluidsfragmenten.Daarnaast gaan we nog 3 ochtenden het veld in. Dit onder leiding van een aantal ervaren vogelaars en bij de excursies met ondersteuning van de leden van ‘t Hokske

Op de eerste avond behandelen we de vogels in de tuin met o.a. merel, zanglijster, kool- en pimpelmees. 

De vogels van bos en hei staan de 2de avond op het programma met o.a. 3 van de 6 Nederlandse spechten, Fitis en Tjiftjaf maar ook Boomklever en –kruiper.

De akker- en weidevogels komen de laatste avond aan de orde. Hierbij o.a. Kievit, Patrijs en Gele Kwikstaart. Een cursusboek met ruim 100 pagina’s informatie completeert het geheel.

Voorjaarscursus

Reeds meerdere jaren wordt deze opleiding gegeven en de afgelopen jaren steeds met een uitverkocht huis.

De cursusavonden zijn op maandag 18 en 25 maart en 15 april vanaf 20.00 uur in Horecacentrum Sevewaeg. Koffie en thee worden door ons gratis aangeboden.

Voor de praktijk in het veld is gekozen voor de zondagen 7 en 14 april en 19 mei van 8.00 tot 12.00 uur. We bezoeken dan de natuurgebieden hoogveengebied Mariapeel, Nationaal Park Maasduinen (Hamert) en natuurontwikkelingsgebied Vlakbroek bij Koningslust. Eventueel gaan we de grens over in de omgeving van de Wittsee in het Nettetal.

 

De complete cursus kost € 32,50.

Informatie over de cursus via het mailadres van de vereniging Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

of www.vogelwerkgroephokske.nl via contact

of bij ondergetekende op 06 1120 3333.

Tot een volgende keer.

Jan Peeters

Top

 

Een witte buizerd | 19 januari 2019

Regelmatig wordt ons medegedeeld dat men een grote witte roofvogel gezien heeft. Aan de hand van de beschrijving die men dan geeft kan men meestal concluderen dat het een witte of lichte buizerd betreft. Dat dit de mensen opvalt komt omdat ze deze meestal om deze tijd pas ziet. De meeste mensen kennen wel een buizerd die ze het hele jaar hier kunnen waarnemen. Deze zijn echter veelal donker van kleur, en dan valt een lichte of bijna helemaal witte erg op. Toch is dit dezelfde soort als die we in de zomer zien. In de winter echter komen duizenden buizerds uit de Scandinavische landen hier de winter doorbrengen omdat er in hun broedgebieden dan te weinig voedsel is. Hierbij zijn dikwijls lichtere exemplaren. Leven er hier in de zomer ongeveer tot 10.000 broedparen, in de winter kan dit oplopen tot wel 75.000. De laatste jaren nemen de wintergasten uit het noorden wat af. Vermoedelijk heeft dit te maken met de klimaatsverandering, waardoor er zachtere winters zijn en meer voedsel in hun broedgebied. Soms wordt aangenomen dat deze lichte buizerds de zogenaamde ruigpootbuizerds zijn. Dit is maar in enkele keren het geval. Deze ruigpootbuizerds komen vanaf het noordelijkste gebied van Scandinavië en Rusland, waar ze leven op de toendra´s. Ze zijn wat groter als onze buizerd, en zoals de naam al aangeeft hebben ze bevederde poten. Dit is echter lang niet altijd te zien. Soms als ze op een paal zitten wel, of als ze “biddend” net als een torenvalk in de lucht hangen met de poten hangend naar beneden. Dit bidden doet de gewone buizerd ook wel eens, maar komt bij de ruigpootbuizerd veel meer voor. Een ander kenmerk van de ruigpootbuizerd is de witte basis van de staart en de zwarte eindband of banden van de staart. Deze ruigpootbuizerd komt echter hier niet veel voor.

Buizerd tekening Archidev

Buizerd (Buteo buteo) tekening ©Archidev

 

Vooral in de winter vallen de buizerds erg op. Dit komt niet alleen omdat er dan zo’n grote aantallen zijn maar ook door hun gedrag. Men ziet ze heel veel op paaltjes van weilanden en langs de snelweg zitten. Dat doen ze niet om uit te rusten, maar vooral om voedsel te bemachtigen. Een buizerd is wel een grote roofvogel maar zijn eten bestaat meestal uit kleine prooien. En ze zijn niet kieskeurig wat het eten betreft. Ze eten het liefst veldmuizen, mollen maar als ze die niet genoeg vinden eten ze evengoed regenwormen of larven. Verder staan slangen, hazen konijnen maar ook dode vis en ander aas op het menu. Langs de rand van een weiland of slootkant is de grond niet hard aangelopen en staat dikwijls wel wat ruigte. Daar vinden ze muizen en eventueel een mol die ook altijd zijn hoofdgang langs de rand van een weiland heeft. Nu de weidlanden kaal zijn ziet men ze ook wel midden in een weiland, soms lopend achter een muis of op zoek naar regenwormen. Omdat ze ook goed kadavers lusten treft men ze ook dikwijls langs de snelweg aan, omdat daar nog al eens slachtoffers van het verkeer te vinden zijn. Soms worden ze daardoor ook zelf het slachtoffer. Men ziet ook wel eens kraaien achter een buizerd aangaan. Dit komt omdat dat ook aaseters zijn en dus elkaars concurrenten. De buizerd is de enige roofvogel waar het echt goed mee gaat. De andere blijven vrijwel constant of gaan achteruit, alhoewel er zicht de laatste jaren ook nieuwe soorten als broedvogel in Nederland voorkomen. In de jaren 60 van de vorige eeuw werden de Nederlandse roofvogels bijna allemaal uitgeroeid door het gebruik van het bestrijdingsmiddel DDT maar ook door gerichte vervolging van jagers. Nadat DDT verboden werd nam de stand van de buizerd weer toe. Midden jaren 70 waren er weer ong. 1650 broedgevallen. Momenteel is het aantal broedgevallen weer toegenomen tot ongeveer 10.000. Dit is vooral te danken aan het feit dat ze niet kieskeurig zijn met wat ze eten. Kwamen ze vroeger vrijwel alleen in de oostelijke helft van het land voor, tegenwoordig vindt men ze overal.

Volgende weekend vogeltelling, kijk op onze site. Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Tuinvogeltelling 2019 | 12 januari 2019

Wie doet er weer mee?

Van 25 t/m 27 januari is het weer zover, wij gaan tellen! Maar wat gaan we tellen? De vogels in uw tuin. Waarom zal ik de vogels in mijn tuin tellen hoor ik u zeggen. Nou, tuinen vormen in het verstedelijkte Nederland een steeds belangrijker overwinteringplek voor allerlei vogelsoorten. Daarom organiseren Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek Nederland jaarlijks in januari de Nationale Tuinvogeltelling. De telling heeft als doel de aantallen en verspreiding vast te stellen van in tuinen overwinterende vogelsoorten. Hoe werkt het? Ga voor het raam zitten of op het balkon, met uitzicht op de tuin. Tel precies een half uur. Noteer per soort het hoogste aantal dat tegelijkertijd is waargenomen en geef deze online door via de sitewww.tuinvogeltelling.nl.

 

Om het tellen makelijker te maken zijn er verschillende hulpmiddelen, kijk hiervoor ook op de site. Er zijn app’s, handige tellijsten maar ook tips hoe u veel vogels in uw tuin krijgt. Verder staat er precies wat u moet doen om de telling goed te laten verlopen. In 2018 was de huismus nummer 1 in Nederland. Persoonlijk zie ik niet zoveel huismussen in mijn tuin dus ik vraag mij af welke vogel dit jaar het meeste geteld word. Op onze website staat een link naar de site van de tuinvogeltelling.

 

Wilt u uw kennis vergroten over vogels? Binnenkort start weer onze voorjaarscursus vogelherkenning. Hou hiervoor onze site in de gaten www.vogelwerkgroephokske.nl

 

Namens de vogelwerkgroep wens ik u veel tel plezier.

Tot een volgende keer, Ton Hagens.

Top

Overpeinzingen, Vogelbescherming en Oostvaardersplassen | 5 januari 2019

Als excursieobject en als bezoekersdoel zijn de Oostvaardersplassen een enorme verrijking in Nederland. Het als industrieel gebied ontgonnen land, later zelfs mogelijk landbouwgrond, werd door een economische crisis aan de natuur toegekend. Dat was een positieve ontwikkeling met dank aan de crisis. Nooit heeft iemand kunnen bevroeden dat er later een enorme nationale en soms internationale discussie zou losbarsten over het beheer. Het is ooit bedoeld als vogelreservaat maar daar waren in het begin grote grazers bij nodig om het landschap, het moerassige landschap voldoende open te houden. 

 

Door er een biologisch evenwicht te verkrijgen werd onder aansturing van bioloog Vera een zero ingrijpen besluit vastgelegd. Na een aantal milde winters, na een prachtige film over Nieuw Wildernis, na emotionele reacties van burgers en boeren, na een nationale discussie, na doodsbedreigingen aan boswachters en na veel optredens van al dan niet deskundigen in televisieprogramma’s heeft de commissie Geel een rapport opgesteld waar Staatsbosbeheer de beheersmaatregelen moet gaan uitvoeren. 

 

Daar komt uit voort dat er 1830 edelherten worden afgeschoten om het grote grazerspeil op een acceptabel niveau te houden. 

 

De commissie heeft alle betrokken partijen gehoord en heeft aangegeven (zoals in onderstaand stukje staat beschreven), dat ook de emoties van de betrokkenen zijn gewikt en gewogen en dat heeft geresulteerd in het adviesrapport. Echter, het beheer van een nieuw gevormd natuurgebied, zoals Nederland er ooit uitzag, wordt dus blijkbaar gevoerd op basis van emoties en van economische belangen. Zou het zo zijn dat de vogels, waar het ooit voor bedoeld is, dan zou het vliegveld nooit die uitbreidingen mogen gaan krijgen zoals nu wordt toegestaan. 

 

De uitbreiding naar het wintervoedingsgebied naar het Horsterwoud of liever nog, naar de Veluwe heeft het niet gehaald. Die eerste uitbreiding was bijna rond totdat staatsecretaris Bleker in het toenmalige kabinet Rutte 1, die stekker uit die mogelijkheid trok. Best cynisch dat juist hij nu, als deskundige, aan tafel zit om te benadrukken dat het zo niet kan).

 

Is de vogelbescherming blij dat het moerasgebied teruggaat naar de vogels? Nou, niet onverdeeld: meer recreatie in de Oostvaardersplassen, zoals commissie geel aanbeveelt, moet wel gereguleerd worden om verstoring van de vogels tegen te gaan. 

 

De toekomst van het vliegveld Lelystad is een enorme verstoring van de gebieden rondom dat vliegveld, en is vooral gebaseerd op economische gronden. Vogelbescherming zal de effecten van het vliegverkeer scherp in de gaten houden (al is het waarschijnlijk een illusie om het vliegverkeer weer in te perken, als het er eenmaal zit, zie Schiphol en klachten van omwoners)

 

Overigens is het voor natuurmensen zwaar te verteren dat emoties van leken die het sterven van een paard, rund of hert, onacceptabel vinden, mee bepalen hoe een natuurgebied wordt ontwikkeld. Volgens onafhankelijk onderzoek door biologen sterft er gemiddeld net zoveel dieren door honger in Nederland als gemiddeld in de Oostvaardersplassen, hebben de roofdieren maar een bijzonder beperkte invloed op grazersbestanden ( zowel in Nederland als bijvoorbeeld in zuidelijk-Afrika). Kees de Pater heeft leuke artikelen op de site van de vogelbescherming geschreven, voor een kritische blik, zeer de moeite waard, Martin Drenthe(natuur in Mensenland), natuurfilosoof geeft van allerlei kanten de opinies weer zonder oordeel. Het zal een eindeloze discussie blijven waar vaak andere belangen worden behartigd zonder dat ze genoemd worden. Ik wens de vogelbescherming veel wijsheid toe in het behouden van de Oostvaardersplassen.

 

Bron (adviesrapport Oostvaardersplassen, Commissie Geel)

Het welzijn van de runderen, paarden en herten in het gebied is in de gesprekken uiteraard prominent aan de orde geweest. Wij hebben als commissieleden goed inzicht gekregen in de emoties en uiteenlopende argumenten voor en tegen het gevoerde beleid en beheer. In de periode dat we tot ons advies zijn gekomen, zijn er zoals bekend heftige acties van burgers geweest tegen het beheer van de grote grazers en de grote sterfte van dieren dit jaar.

 

- Lelystad Airport na 2023 (Bron: rijksoverheid)

De komende jaren wordt hard gewerkt aan een herindeling van het luchtruim. Dat gebeurt om de hinder voor de omgeving te verkleinen en de capaciteit en efficiëntie van het luchtruimgebruik veilig te verhogen. Die herindeling is naar verwachting niet eerder klaar dan in 2023. Omdat dan ook de drukke routes van en naar Schiphol wijzigen, ontstaat ruimte om de routes van en naar Lelystad voor omwonenden gunstiger (hoger) in te passen. Daarmee ontstaat voor Lelystad Airport ruimte om door te groeien naar 25.000 en op termijn maximaal 45.000 vliegbewegingen per jaar. 

 

Tot de volgende keer, Walter Jansen

Top

2019, het nieuwe jaar | 1 januari 2019

Namens Vogelwerkgroep ’t Hökske wens ik je een gelukkig en gezond 2019. Laten we er met zijn allen een prachtig jaar van maken. ’t Hökske gaat zich in ieder geval weer volop inzetten om het vogels in ons werkgebied aangenamer te maken.

 

Wat 2019 ons gaat brengen, is natuurlijk nog een verrassing. Het voorjaar kondigt zich wel al aan. Nu al, zou je denken? Het is hartje winter. Maar voor mij begint het voorjaar altijd als de Grote Lijster begint te zingen. De zang lijkt een beetje op de merel, maar is wat simpeler en wat zwaarder van geluid. De Grote Lijster begint altijd rond de jaarwisseling te zingen. Deze winter hoorde ik hem net voor de Kerst. Hoewel de echte winter dan vaak nog komt, is dit toch al weer een heerlijke voorbode van het voorjaar. Over enkele weken begint de Heggemus, daarna de Merel en even later ook de Vink. Voor de vogelaar begint dan weer een prachtige periode. Maar eigenlijk heeft het hele jaar wat te bieden voor de vogelaar. De lente geeft ons vele zingende vogels en vele vogels die terugkeren uit warme oorden om hier eieren te leggen en jongen groot te brengen. Dit loopt door tot in de vroege zomer, waarna in de nazomer de eerste vogels al weer naar het zuiden vertrekken. In de herfst hebben we de grote vogeltrek, waarbij we ieder jaar wel weer dagen hebben waarbij tienduizenden trekvogels geteld worden. Het blijft altijd een imposante gebeurtenis. Rond die tijd komen ook diverse wintergasten op bezoek. Vogels uit Rusland/Scandinavië die daar te weinig voedselaanbod hebben en hier hun magen kunnen vullen. Bijna elk jaar zien we wel een soort dat in overvloed naar Nederland komt en hier overwintert. En, zoals ik mijn verhaal al begon, beginnen de eerste vogels in de winter al weer te zingen en breekt het voorjaar al weer aan. Voor de vogelaar is er dus altijd wel iets te beleven.

foto grote lijster

Grote lijster ©www.vogelbescherming.nl

 

Ben je ook geïnteresseerd in vogels? Wil je weten wat er in jouw tuin zit? Wil je weten wat er vliegt en wat er fluit? We helpen je er graag bij. Kijk op onze site (www.vogelwerkgroephokske.nl), vraag er naar bij onze leden of loop een keer mee met onze activiteiten. We gaan regelmatig het veld in, waarbij je zeker wel een keer mee kunt gaan. Vogels kijken is lekker ontspannend, waarbij je heerlijk kunt genieten van onze mooie omgeving. Geniet van 2019!!

John Raedts
Vogelwerkgroep ’t Hökske

Top