Project Grote gele kwikstaart

Vogelwerkgroep 't Hokske en de Grote Gele Kwikstaart

De grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea) is de nummer drie van de Nederlandse kwikstaarten. Na de witte (Motacilla alba) en de gele kwikstaart (Motacilla flava) volgt qua aantal op ruime afstand de grote gele kwikstaart. Het verspreidingsgebied was tot de eeuwwisseling alleen Zuid-Limburg en het oostelijk deel van Gelderland. Met zijn voorkeur voor snelstromende beekjes is dit niet verwonderlijk. Volgens de laatste vogelatlas (2013-2015) zijn er momenteel in Nederland ca. 300 broedparen. De toename vanaf het jaar 2000 lijkt inmiddels tot stilstand te zijn gekomen bij de randen van het werkgebied van Vogelwerkgroep 't Hokske. De grote gele kwikstaart is, net als ijsvogel en waterspreeuw, een indicator-soort voor beken en waterloopjes met hoge natuurwaarden. Met het laten meanderen van beken wordt voor variatie in stroomsnelheid en allerlei typen oevers gezorgd en daarom leek de Groote Molenbeek een zeer geschikte habitat voor deze vrij nieuwe vogel in Noord-Limburg en met name voor het gebied van Vogelwerkgroep 't Hokske. Door het plaatsen van nestkastjes bij bruggen hoopte de vogelwerkgroep op een uitbreiding van het gebied van de grote gele kwikstaart. Na enkele jaren blijkt toch dat toch dat deze vogel zich vooralsnog niet gaat vestigen in het werkgebied van de vogelwerkgroep.

grotegelekwik

Grote gele kwikstaart ©'t Hökske

 

Kenmerken grote gele kwikstaart 

  • Lengte 17-20 cm.
  • Rug en bovenvleugel grijs
  • Onderzijde geel
  • Witte wenkbrauwstreep
  • Kin en de keel van het mannetje zijn in het zomerkleed zwart van kleur
  • In het zomerkleed is bij het mannetje een witte mondstreep aanwezig
  • De kin en de keel van het vrouwtje zijn lichtgrijs van kleur
  • Voortdurend op en neer bewegen van de lange staart

Project

Met toestemming van de voormalige gemeente Sevenum zijn vanaf eind 2009 een aantal nestkastjes aan bruggen bevestigd. Tot op heden zijn er echter nog geen broedgevallen ontdekt maar mocht er toch een populatie zich gaan vestigen dan kunnen we alsnog het aantal nestkastjes gaan uitbreiden en een monitoring gaan uitbreiden. 

 Contactpersoon:
Jan Peeters portret
 Jan Peeters

Top