Welkom bij Vogelwerkgroep ’t Hökske

een vereniging van vrijwilligers die zich inzet voor vogels
en hun leefomgeving in de regio Sevenum en Horst

Klik hier voor:

Jaarverslag 2025

De Veldleeuwerik hoort ook bij de lente.

Laatst zag ik op het journaal van België dat de Veldleeuwerik, zoals ik begrepen had, door het publiek gekozen was tot vogel van het jaar. Ze lieten de vogel daar ook zien en horen. En meteen gingen mijn gedachten terug naar mijn jeugd. Ouderen onder ons, of moet ik tegenwoordig senioren zeggen, zullen bij het horen van de zang denk ik dezelfde ervaring hebben. In de tijd dat ik thuis op het veld werkte, dat is inmiddels 60 tot 70 jaar geleden, ging je in het voorjaar met plezier naar akker- of weiland. De lucht was dan vol zang van Kievit, Grutto en Veldleeuwerik. Vooral de laatste was indrukwekkend zoals hij al zingend hoog ten hemel klom, zodat je hem nog nauwelijks zag, daar geruime tijd bleef zingen en dan weer naar beneden zeilde.

Wij hadden op twee plaatsen grond van huis, hooggelegen akkerland tegen de bossen en weiland op slecht ontwaterde peelgrond. Hoewel je op het akkerland tegen de bossen uiteraard veel bosvogels hoorden, had mijn voorkeur toch het weiland waar het jongvee liep. Daar moesten we dagelijks gaan kijken en water pompen maar dat was geen straf als je al die vogels hoorden tierelieren. Vooral zondags “s morgens als er niemand aan het werk was en ook de vliegbasis Volkel stil was, waar dat dicht bij lag, dan kon ik daar wel een uur alleen maar luisteren naar de vogels.

Helaas is het sinds die tijd bergaf gegaan. De Veldleeuwerik is sinds die tijd met 95% afgenomen. Niet alleen met de Veldleeuwerik, maar met alle weide en akkervogels is het in Brabant en Limburg treurig gesteld. Het is een zeldzaamheid als men ze nog eens hoort en ziet. Alles is ontwaterd en verkaveld. De wallen tussen de percelen zijn verdwenen. De landbouwmachines zijn zo groot dat er geen slootkanten overblijven. En dat waren met name de plaatsen, waar de Veldleeuweriken broeden en waar ook de weidevogels moesten kunnen schuilen en insecten als voedsel zoeken. Naast deze veranderingen in het leefgebied, is ook de diversiteit in gewassen sterk achteruitgegaan. Veel graan heeft plaats gemaakt voor maïs. Waar nog graan is, betreft het veelal wintergraan wat in het voorjaar al snel te groot is om ideaal te zijn om in te broeden. Bovendien missen ze in de herfst en winter het stoppelveld wat belangrijk is voor overleving buiten het broedseizoen.

We zullen maatregelen moeten nemen om het tij te keren. De weidevogels zullen hier wel niet helemaal verdwijnen maar terugkrijgen zoals geweest is, zullen we wel niet meer beleven. Ondanks dat er in het westen en noorden van ons land en dankzij subsidies veel voor wordt gedaan. Maar hier zijn de gebieden van de akkervogels. Door ander beheer en andere gewassen is er misschien toch wat aan te doen. In de Hamsterreservaten in zuid Limburg doen de Veldleeuweriken het goed, omdat daar naast het graan ook voldoende kruiden aanwezig zijn. Er worden op enkele plaatsen in ons land proeven gedaan met zogenaamde voedselveldjes. Dit zijn veldjes waar veel kruiden op gezaaid zijn. Deze trekken veel zaad etende zangvogels aan. Ook proeven met zogenaamde faunaranden laten positieve resultaten zien. Dit zijn randen langs de akkers van ± 12 meter. Deze worden ingezaaid met grasmengsels en blijven onbewerkt. De diversiteit zorgt voor voldoende aanbod van voedsel. Doch niet alleen vinden ze hier de nodige insecten, ze gaan er ook in broeden. Hiervan profiteren dikwijls niet alleen de Veldleeuwerik, maar ook de Graspieper en Gele Kwikstaart. Jammer genoeg zijn deze proeven alleen mogelijk in het kader van agrarisch natuurbeheer en zal er in de reguliere landbouwgebieden niks van te merken zijn.  Alleen als dit op grootschalige manier wordt uitgevoerd kan men het tij keren. Het is de hoogste tijd.

Tot een volgende keer. Toon Selten.

Hoe oud wordt een vogel?

Deze vraag krijgen we nog al eens gesteld. Meestal vraagt men dan naar de leeftijd van een bepaalde vogel. Deze vraag is meestal nooit direct te beantwoorden. Globaal kan men zeggen dat kleine zangvogeltjes meestal niet oud worden. Vele van de vogeltjes die nu in nestkastjes geboren worden, halen hun eerste verjaardag niet. Maar natuurlijk zijn er een aantal die wel overleven, anders zou de soort uitsterven.

De meeste kleine vogeltjes die het niet overleven komen om door katten of roofvogels, door voedselgebrek, of ze verongelukken in het verkeer. De vogels die trekken lopen nog meer risico. Vooral de kleinste vogeltjes zoals het Winterkoninkje of Goudhaantje, die maar weinig reserve aan energie kunnen opslaan, hebben het moeilijk als ze vanuit het noorden stukken zee moeten oversteken. Vooral bij slecht weer redden velen het niet. De vogels die van hier uit naar het zuiden trekken lopen weer veel risico door de jacht die in de zuidelijke landen nog veel plaats vindt.

Maar vogels kunnen ook, evengoed als elk ander levend organisme ziek worden. Denk de laatste jaren maar eens aan de vogelgriep. Die spaart geen enkele vogel, of ze nu groot of klein zijn. Het vervelende is dat meestal wel bekend staat, hoe oud de oudste vogel in zijn soort wordt maar meestal niet de gemiddelde leeftijd. Men gaat uit van het jaar dat de vogel geringd is. Telkens als men een vogel gevonden heeft die ouder is wordt dat genoteerd. Zo bestaan er hele lijsten van iedere soort waar men de oudste genoteerd heeft.

Maar globaal kan men stellen dat hoe groter de vogel hoe meer overlevingskansen deze heeft. Mezen worden gemiddeld maar 2 tot 5 jaar. Zo is het ook met veel Huismussen. Maar met een beetje geluk kunnen ze zelfs de 10 jaar halen. De oudste bekende mus is zelfs 20 jaar geworden. Over het algemeen worden roofvogels en uilen gemiddeld 15 tot 18 jaar. Er is echter ook al een Buizerd van 28 jaar gevonden. Ook Grutto’s kunnen voor de grootte van de vogel vrij oud worden. De oudst bekende is 30 jaar geworden maar tel maar gemiddeld de helft. Zo is het ook met de Scholekster, de oudste bekende was 45 jaar. Maar hier kun je het gemiddelde ook wel op de helft stellen. Meeuwen leven over het algemeen ook langer. Ook eenden kunnen gemiddeld wel 10 tot 15 jaar worden maar ook hier zitten weer uitschieters bij tot bijna 30 jaar. Van zwanen en ganzen is ook bekend dat ze vrij oud kunnen worden dat wil zeggen 25 tot 30 jaar of ouder. De oudste bekende wilde vogel is een Laysan-albatros en is nu minimaal 75 jaar oud. Ze heeft de naam ‘Wisdom’ gekregen en broedt nog elk jaar een ei uit!

Vogels die langer leven zijn dikwijls pas veel later vruchtbaar. Dit varieert van ± 3 jaar bij ganzen en zwanen, tot 4 á 5 jaar of langer bij sommige meeuwen en roofvogels. Vogels die het kortste leven, zijn in het 2e jaar al vruchtbaar en hebben meestal veel grotere legsels. Ze hebben ook kortere ouderenzorg en soms nog een tweede legsel. Zo zie je dat die vraag over de ouderdom van vogels, niet zo gemakkelijk te beantwoorden is.

Tot volgende week Toon Selten.

Laysan-albatros, paar en kuiken

De Koekoek (Cuculus canorus)

Het zal niet meevallen om de Koekoek te zien te krijgen, de vogel is namelijk zeer schuw, horen doen we hem des te beter. Het mannetje roept het bekende “koekoek”. Zijn leefgebied is bos en struikgewas maar ook parken en hoogland. Het vliegbeeld vertoond enige overeenkomst met dat van een Sperwer. Het geeft nog meer verwarring omdat ook de tekening van het verenkleed aan een Sperwer doet denken. De borst heeft bruine dwarsstrepen. Het vrouwtje is bruiner dan het mannetje.

De Koekoek is een trekvogel. Ongeveer in april komt hij terug om in juni weer te vertrekken. Na juli is de Koekoek vertrokken en horen we zijn roep niet meer. De Sperwer blijft en misschien ligt hierin wel de oorzaak van een oud volksgeloof dat de Koekoek in de winter in een Sperwer zou veranderen. Hij leeft van rupsen, een bijzonderheid is dat hij zelfs harige rupsen eet, iets waar de meeste vogels een hekel aan hebben.
Niet iedereen hoort het geroep van de Koekoek in de lente even graag; zijn broedparasitisme wekt gemengde gevoelens op. Een groot aantal soorten zijn slachtoffer van de Koekoek, maar het meest Heggenmussen, Graspiepers en Kleine Karekieten. Een vrouwtje kiest altijd dezelfde soort pleegouders uit voor haar eieren en waarschijnlijk is dat de soort waardoor ze zelf is opgevoed. Haar eieren vertonen vaak een sterke gelijkenis met de eieren van de pleegouders.
Hoewel koekoekseieren groter zijn dan die van de meeste pleegouders zijn ze opmerkelijk klein in verhouding tot de grootte van de Koekoek. Nog een belangrijk gegeven is de kleur van het verhemelte van de jonge vogels. Het verhemelte van de jonge Koekoek is rood en dat van de jonge Heggenmussen ook. Hierdoor zien de pleegouders geen verschil tussen hun eigen jongen en de indringer en voeren ze het pleegkind alsof het hun eigen jong is.

Spoedig na zonsopgang gaat het vrouwtje op zoek naar een geschikt nest; ze kiest er een uit waarin het legsel nog niet compleet is en waarvan de eieren nog niet zijn bebroed. Ze blijft in de buurt op de loer zitten tot ze klaar is om te leggen, wat meestal vroeg in de namiddag van dezelfde dag het geval is. Dan probeert ze, bij voorkeur als de toekomstige pleegouders even weg zijn, zo onopvallend mogelijk op het nest neer te strijken. Nadat ze haar ei in andermans nest heeft gelegd probeert ze dit te verhullen door een ei van de gastouders te verwijderen.
Het koekoekswijfje legt zo wel twintig eieren. Een koekoeksei hoeft maar verbazend kort te worden bebroed, slechts 12-13 dagen en het komt meestal uit als er in het nest van de pleegouders nog eieren liggen of pas uitgekomen jongen.

En nu komt de tragedie: komt het koekoeksjong uit, dan neemt de jonge Koekoek de eieren en indien aanwezig ook de jonge vogels stuk voor stuk op zijn rug tussen de naakte vleugels. Terwijl het koekoeksjong zich met kop en poten omhoog werkt kiepert hij zo alle eieren of jongen over de rand van het nest.
Nu krijgen de pleegouders het druk. De altijd hongerige Koekoek gunt hun geen ogenblik rust. Het koekoeksjong vliegt uit nadat zijn pleegouders zich drie weken uit de naad hebben gewerkt om zijn vraatzucht te bevredigen. Na het uitvliegen wordt hij ook nog gevoerd en wanneer de kleine vogeltjes de snavel van hun ondergeschoven kind niet meer kunnen bereiken moeten ze allerlei capriolen uithalen om hem toch nog te blijven voeren. Men heeft zelfs waargenomen dat de pleegouders op de rug van de Koekoek gaan zitten om hem te voeren.

Veel veronderstellingen zijn gemaakt omtrent het geheime leven van de Koekoek, maar door de huidige stand van de techniek zijn al meerdere filmopnames gemaakt die ons een goed beeld geven van de levenswijze van deze toch wel enigszins “rare” vogel.

Tot volgende keer Jos Wijnen

Foto@Jos Wijnen