Welkom bij Vogelwerkgroep ’t Hökske

een vereniging van vrijwilligers die zich inzet voor vogels
en hun leefomgeving in de regio Sevenum en Horst

Klik hier voor:

Jaarverslag 2025

Huiszwaluw

Sinds de jaren 1970 neemt de Huiszwaluw in ons land sterk af. Zeker in stadskernen, waar deze soort voorheen regelmatig broedde, is de afname enorm. De redenen hiervoor zijn niet geheel duidelijk. De algemene vernetting van boerenerven kan een rol spelen. Hierdoor is minder geschikt nestmateriaal voorhanden. Ook worden nesten nogal eens weggestoken om overlast van uitwerpselen te voorkomen.

Bij ons in het werkgebied (gemeente Horst aan de Maas) broeden ook Huiszwaluwen, in bijna alle dorpen kom je ze wel tegen. Toch zijn er twee dorpen die er bovenuit steken. De meeste huiszwaluwen kun je in Kronenberg en Grubbenvorst vinden. Dit zijn echt de bolwerken van de gemeente met elk 65 nesten. Dit is wel bijzonder dat hier nog zoveel Huiszwaluwen voorkomen, maar tevens ook een compliment voor de inwoners van Kronenberg en Grubbenvorst. Het mooie is dat de mensen het geweldig vinden dat de vogels ieder jaar terug komen om daar hun jongen groot te brengen. Huiszwaluwen vangen immers ook erg veel insecten weg.

De Huiszwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Wat kunnen wij doen?

U kunt op verschillende manier Huiszwaluwen helpen:

  • Laat oude nesten zitten! Deze trekken weer andere huiszwaluwen aan.
  • Breng eventueel mestplankjes aan om overlast te voorkomen.
  • Maak geschikte dakranden wit.
  • Zorg voor een modderplaats binnen 100 tot 200 meter van de nestplaats.
  • Hang meerdere kunstnesten op aan de oost- of noordoostzijde van het huis. Doe dit direct onder de dakgoot of het overstek.
  • Plaats – op de goede manier – een huiszwaluwtil.
  • Neem voor wijkgerichte maatregelen contact op met een Stadsvogeladviseur van Vogelbescherming Nederland.
  • Waterpartijen met rietkragen en kruidenrijke hooilanden zijn zeer geschikt als foerageergebied voor huiszwaluwen.

Nogmaals willen wij de mensen heel erg bedanken waar huiszwaluwen broeden. En dat men de nesten van Huiszwaluwen laat zitten om hun jongen groot te brengen.
Mocht u vragen hebben stel ze gerust.

Groeten,  Hans-Peter Uebelgünn.

Onze inlandse Kwartel.

Wellicht nog minder bekend dan onze inlandse Patrijs, omdat we ze beiden zelden te zien krijgen. De Patrijs zagen we vroeger heel regelmatig maar is net als alle akkerrand vogels vrij zeldzaam geworden. Al hebben we de indruk dat hij door de maatregelen die genomen zijn, zoals bloemrijke akkerranden, toch iets aan het herstellen is. De reden dat ik dit schrijf is dat op de laatste bijeenkomst vermeld werd dat men de Kwartel wat vaker hoorde, want te zien krijgen is nog moeilijker. Maar ook de roep van het mannetje “kwik me dit, kwik me dit” en “priet, priet” van het vrouwtje, dat de senioren onder ons zich wellicht nog herinneren is zeer zeldzaam. Het verdwijnen van de Kwartel heeft in hoofdzaak dezelfde oorzaak als dat van de Patrijs. Het voornaamste is gebrek aan leefgebied en voedsel. Vooral de Kwartel voelt zich het beste thuis in graanakkers. Omdat deze hier niet veel meer voorkomen, zijn ze hier ook zo goed als verdwenen. Vandaar dat men ze in het oosten van het land en dan met name in oost Groningen waar meer graan verbouwd wordt eerder hoort. Maar ook in duingebieden komen ze wel voor. Ook op braakliggende akkers treft men ze aan. Daar is ook meer onkruidzaad te vinden. Daarom zal het ook zo zijn dat ze op het voormalig Floriade terrein ook gehoord zijn. Ze voeden zich voornamelijk met zaden doch ook wel met insecten en al wat eetbaar is en wat ze op de grond vinden. Ook bloemen en bloemknoppen. Ze graven ook in de grond op zoek naar insecten en wormen.

 

 

 

 

 

 

Vrouwtje  kwartel

 

 

 

 

Mannetje kwartel

Omdat we de Kwartel heel moeilijk te zien krijgen, hier een korte beschrijving; Erg klein: ongeveer ter grootte van een spreeuw, waar een Patrijs zeker twee tot drie maal zo groot is Een onopvallend kleed, donkerbruin met geelbruine strepen. Korte, dikke pootjes en een kort snaveltje. Het mannetje heeft een zwarte met witte keel. De borst bij het mannetje is een beetje zalmroze gekleurd, met wat lichtere streepjes. Het vrouwtje lijkt er veel op maar heeft niet de keeltekening. De borst is bij haar licht bruin met zwarte stippels en streepjes. Het zijn trekvogels maar een klein gedeelte overwinterd in Nederland, ongeveer 10%. Misschien dat dit door de klimaatsverandering meer wordt. Alleen het vrouwtje broedt op ongeveer 6 tot 16 kleine eitjes in een nestje op de grond die in 15 tot 20 dagen worden uitgebroed.

De broedtijd loopt van mei tot augustus, soms met een tweede legsel. Het zijn nestvlieders die meteen als ze uit zijn op zoek naar voedsel gaan. Ze worden nog ongeveer twee manden door de ouders beschermd, hoewel ze na 17 tot 20 dagen al vliegvlug zijn. De kwartels of kwarteleitjes die soms in restaurants worden aangeboden zijn niet van onze Kwartel, maar van een ander soort, de Japanse Kwartel. Deze is min of meer gedomesticeerd, ziet er ongeveer hetzelfde uit, maar wordt in speciale kwartelkwekerijen gehouden. Van deze soort zijn door liefhebbers heel veel kleurslagen gekweekt. Het aantal inlandse of Europese Kwartels wordt in de zomer geschat op 1500 tot 3500 broedparen. Vroeger werden Kwartels hier ook gevangen en in een kooitje aan het huis gehangen. Ze dienden als weersvoorspeller, een vaak herhaalde kwartelslag verzekerde de boer, dat het mooi weer ging worden. Toen men hier nog Kwartels ving gebruikte men een fijn net met daarover een grof net. De Kwartel probeerde zich door het grove net te wurmen en sloot daarbij zichzelf op. Kwartels zijn niet doof al is het spreekwoord,” zo doof als een kwartel”. Dit gezegde komt waarschijnlijk, doordat een Kwartel zich roerloos houdt als ze zich bedreigd voelen. Zelfs al schiet je een geweer af dan houden ze zich gedrukt tegen de grond. Een andere uitleg is dat doof komt van het oud Nederlands toen doof nog stond voor dom, net als het nu nog in het Duits is. Een Kwartel is in elk geval niet doof.

Tot een volgende keer Toon Selten.