Welkom bij Vogelwerkgroep ’t Hökske

een vereniging van vrijwilligers die zich inzet voor vogels
en hun leefomgeving in de regio Sevenum en Horst

Raven schaars maar interessant.

Veel mensen denken bij het zien van een grote zwarte vogel direct aan Kraaien. De meeste kennen ook nog wel Kauwen omdat ze veel kleiner zijn. Maar dat we ook nog zoiets als Roeken en Raven hebben weten de meeste niet. Van de laatste de Raaf is dat niet zo verwonderlijk.

Halverwege de vorige eeuw zijn ze door vervolging uit Nederland verdwenen. Het laatste broedgeval was in 1944 in Zuid Limburg. In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw heeft men ze opnieuw geïntroduceerd op de Veluwe. Aanvankelijk verliep dat nog niet zo succesvol. Maar na verloop van tijd blijkt het achteraf toch wel een geslaagd project. Men schat het aantal broedparen inmiddels op 240 tot 280. Ook bij ons in de buurt worden ze waargenomen, in de buurt van de Schatberg en Toverland en in de Hamert.

Als men een Kraai en een Raaf naast elkaar zou zien, zou men het verschil direct zien. Een Raaf is veel groter en is 54 tot 67 cm groot met een spanwijdte van de vleugels van maar liefst 120 cm. Ik heb eens een opgezette Raaf gezien in het vogelinformatiecentrum op Texel. Als je alleen al de snavel ziet is het om bang van te worden. Zo zwaar en lang deze is, voor de helft bedekt met bevedering. Verder zijn ze helemaal zwart met een groene paarsblauwe glans. Ook het geluid dat ze maken is heel anders dan van de Kraai, het is een zware rauwe kroa kroa. We waren met de vogelwerkgroep in Zweden op een plek waar de Steenarend veel voorkwam. Dit doen we eens in de 5 jaar voor leden die dat willen. We liepen daar een rondje en op een gegeven moment meenden we een groepje kraanvogels te horen. Toen we achter het bos kwamen waar we ze meenden te horen, bleek het een groep Raven te zijn. Dat waren waarschijnlijk vrijgezellen want als Raven eenmaal een paar vormen blijven ze net als alle kraaiachtigen hun hele leven bij elkaar.

Broeden doen ze in de kruin van een boom soms zelfs tot op 30 meter hoogte. Ze beginnen al vroeg in het jaar zo vanaf eind februari. Dan leggen ze 4 tot 6 eieren die na 20 tot 25 dagen uitkomen. Ze blijven 4 tot 7 weken op het nest en daarna blijven ze er nog een tijd rondhangen. Een maal gevestigd blijven ze goed plaats trouw. Voedsel zoeken doen ze tot in een straal van wel 30 km.

Raven zijn alles eters en bekend is dat ze ook veel kadavers eten. Op televisie zie je in natuurfilms, dat ze wolven lokken door hun gekras, zodat die het voorwerk doen als een kadaver bevroren is. De Raaf staat op de rode lijst van Nederlandse broedvogels. Dat betekend dat beschermende maatregelen nodig zijn.

Nu de winter aanbreekt heb je meer kans om Raven te zien, want er overwinteren in Nederland elk jaar tussen de 800 en 1.000 vogels. Als je ze te zien krijgt is het de moeite waard om ze eens goed te bekijken al is het maar een zwarte vogel, het is wel een interessante vogel.

Tot een volgende keer Toon Selten.

Foto@IVN

Kerst

Nog even en dan is het weer kerst, lekker gezellig met elkaar samen zijn. Samen met familie, vrienden en/of bekenden. Dit zijn altijd wel weer leuke en mooie dagen. De meeste mensen hebben dan een paar dagen vrij, hopende op mooi weer om dan een mooie wandeling te maken in de natuur of gewoon een rondje in het dorp.

Ook de Vogelwerkgroep heeft ieder jaar een mooie en leuke kerstwandeling en wel op tweede kerstdag in de Mariapeel. Mariapeel is een erg mooi gebied waar ik heel veel te vinden ben, een mooi en belangrijk gebied voor vele vogels en andere dieren.

Wil je ook een keer meelopen met de kerstwandeling dan is dit de kans om op tweede kerstdag 26 december aan te sluiten bij deze mooie en leuke wandeling. Iedereen is welkom, de wandeling zal ongeveer ander halfuur duren. Na de wandeling is er nog de gelegenheid om bij te praten onder het genot van een kop koffie, thee, warme chocomelk of niet te vergeten een glaasje glühwein.

We verzamelen om 9.00 uur op het einde van de Zwarteplakweg 89 in America. Het gebied is helaas moeilijk toegankelijk voor mensen in een rolstoel of die slecht ter been zijn.

Verder wens ik iedereen hele fijne feestdagen en een super en gezond maar ook vooral een vogelrijk 2026. Met vriendelijke groet en tot ziens,

Hans-Peter Uebelgünn.

Herfst en Wintergasten.

De herfst heeft weer zijn intrede gedaan en voor wie op een wandeling in bos of veld  zijn ogen en oren goed de kost geeft, valt er zeker heel wat te genieten. Men dient hiervoor echter wel enkele uren slaap op te offeren en te zorgen met het krieken van de dag op pad te zijn. Men hoort wel eens zeggen dat er in de herfst buiten toch maar bitter weinig te beleven valt, omdat de meeste van onze vogels ons verlaten hebben of bezig zijn zich te verzamelen om na korte tijd gezamenlijk naar het zuiden te vertrekken.

Men vergeet dan echter dat deze vogels weldra vervangen worden door nog grotere zwermen uit noordelijk of noordoostelijk van ons gelegen landen, die hier hun winterverblijf kiezen of voor kortere of langere tijd, afhankelijk van de weersgesteldheid, zich hier ophouden op doorreis naar het zuiden.
Nu is het een bekend feit dat verschillende vogelsoorten zich iedere herfst in grote aantallen vertonen, terwijl anderen, jaren achtereen niet worden waargenomen of slechts in geringe mate, om dan plotseling in een bepaald jaar weer met grote zwermen op te komen zetten. De oorzaak hiervan is betrekkelijk eenvoudig te verklaren. Wie wel eens in de gelegenheid is geweest om de uitgestrekte dennen, berken en elzen bossen van Noord-Scandinavië, Finland of Noord-Rusland te bezoeken, begrijpt dat hier onder normale omstandigheden een onuitputtelijke voorraad aan voedsel voor de vogels ligt opgestapeld.
Worden echter de weersomstandigheden van dien aard, dat door hevige koude, sneeuw en ijzel deze voorraden voor de vogels onbereikbaar worden, dan blijft hen slechts de keus tussen de hongerdood, of op de snelste wijze mildere oorden op zoeken.

Om alle soorten die onze kant op komen te beschrijven ontbreekt ons hier de ruimte, maar we zullen enkele van de meest bekende er uitlichten.
Als eerste de Sijs, een klein beweeglijk vogeltje dat reeds vroeg in de herfst zijn broedgebied in Noord-Scandinavië en Finland verlaat om op reis te gaan naar zijn overwinteringsgebied in Spanje. Soms blijven ze weken of zelfs maanden in ons land aanwezig en we zien ze dan in kleine groepjes rond buitelen in de elzenstruiken om met hun puntige snavel de zaadjes uit de elzenproppen te peuteren. Dit is hun voornaamste voedsel tijdens de trek. Vaak zien we ze in gezelschap van de Barmsijs, een even opgeruimd en levendig vogeltje, waarvan het mannetje duidelijk herkenbaar is aan het fraaie karmijnrode voorhoofd (petje) en borstvlek.
De Keep is ook zo’n vogel die met grote getale vanuit het hoge noorden zuidwaarts trekt vaak in gezelschap van soortgenoten zoals Vinken, vaak brengen ze een langere tijd bij ons door, maar dit wordt vaak bepaald door de weersomstandigheden en het voedselaanbod.

Met heel veel geluk kan het gebeuren, dat we op een mooie novemberdag een groepje Putters, ook wel Distelvink genoemd, te zien krijgen. Heel behendig hangen deze fraai gekleurde vogeltjes aan de distel en klittenplanten om de zaadjes uit de reeds verweerde zaadbolletjes te hakken. Putters vertonen zich hier voornamelijk in de trektijd, in bepaalde delen van ons land is de putter ook in de broedtijd geen zeldzaamheid en sinds 1975 is hun aantal flink aan het stijgen.

Tot een volgende keer,  Jos Wijnen

Foto@Jos Wijnen