Een witte buizerd | 19 januari 2019

Regelmatig wordt ons medegedeeld dat men een grote witte roofvogel gezien heeft. Aan de hand van de beschrijving die men dan geeft kan men meestal concluderen dat het een witte of lichte buizerd betreft. Dat dit de mensen opvalt komt omdat ze deze meestal om deze tijd pas ziet. De meeste mensen kennen wel een buizerd die ze het hele jaar hier kunnen waarnemen. Deze zijn echter veelal donker van kleur, en dan valt een lichte of bijna helemaal witte erg op. Toch is dit dezelfde soort als die we in de zomer zien. In de winter echter komen duizenden buizerds uit de Scandinavische landen hier de winter doorbrengen omdat er in hun broedgebieden dan te weinig voedsel is. Hierbij zijn dikwijls lichtere exemplaren. Leven er hier in de zomer ongeveer tot 10.000 broedparen, in de winter kan dit oplopen tot wel 75.000. De laatste jaren nemen de wintergasten uit het noorden wat af. Vermoedelijk heeft dit te maken met de klimaatsverandering, waardoor er zachtere winters zijn en meer voedsel in hun broedgebied. Soms wordt aangenomen dat deze lichte buizerds de zogenaamde ruigpootbuizerds zijn. Dit is maar in enkele keren het geval. Deze ruigpootbuizerds komen vanaf het noordelijkste gebied van Scandinavië en Rusland, waar ze leven op de toendra´s. Ze zijn wat groter als onze buizerd, en zoals de naam al aangeeft hebben ze bevederde poten. Dit is echter lang niet altijd te zien. Soms als ze op een paal zitten wel, of als ze “biddend” net als een torenvalk in de lucht hangen met de poten hangend naar beneden. Dit bidden doet de gewone buizerd ook wel eens, maar komt bij de ruigpootbuizerd veel meer voor. Een ander kenmerk van de ruigpootbuizerd is de witte basis van de staart en de zwarte eindband of banden van de staart. Deze ruigpootbuizerd komt echter hier niet veel voor.

Buizerd tekening Archidev

Buizerd (Buteo buteo) tekening ©Archidev

 

Vooral in de winter vallen de buizerds erg op. Dit komt niet alleen omdat er dan zo’n grote aantallen zijn maar ook door hun gedrag. Men ziet ze heel veel op paaltjes van weilanden en langs de snelweg zitten. Dat doen ze niet om uit te rusten, maar vooral om voedsel te bemachtigen. Een buizerd is wel een grote roofvogel maar zijn eten bestaat meestal uit kleine prooien. En ze zijn niet kieskeurig wat het eten betreft. Ze eten het liefst veldmuizen, mollen maar als ze die niet genoeg vinden eten ze evengoed regenwormen of larven. Verder staan slangen, hazen konijnen maar ook dode vis en ander aas op het menu. Langs de rand van een weiland of slootkant is de grond niet hard aangelopen en staat dikwijls wel wat ruigte. Daar vinden ze muizen en eventueel een mol die ook altijd zijn hoofdgang langs de rand van een weiland heeft. Nu de weidlanden kaal zijn ziet men ze ook wel midden in een weiland, soms lopend achter een muis of op zoek naar regenwormen. Omdat ze ook goed kadavers lusten treft men ze ook dikwijls langs de snelweg aan, omdat daar nog al eens slachtoffers van het verkeer te vinden zijn. Soms worden ze daardoor ook zelf het slachtoffer. Men ziet ook wel eens kraaien achter een buizerd aangaan. Dit komt omdat dat ook aaseters zijn en dus elkaars concurrenten. De buizerd is de enige roofvogel waar het echt goed mee gaat. De andere blijven vrijwel constant of gaan achteruit, alhoewel er zicht de laatste jaren ook nieuwe soorten als broedvogel in Nederland voorkomen. In de jaren 60 van de vorige eeuw werden de Nederlandse roofvogels bijna allemaal uitgeroeid door het gebruik van het bestrijdingsmiddel DDT maar ook door gerichte vervolging van jagers. Nadat DDT verboden werd nam de stand van de buizerd weer toe. Midden jaren 70 waren er weer ong. 1650 broedgevallen. Momenteel is het aantal broedgevallen weer toegenomen tot ongeveer 10.000. Dit is vooral te danken aan het feit dat ze niet kieskeurig zijn met wat ze eten. Kwamen ze vroeger vrijwel alleen in de oostelijke helft van het land voor, tegenwoordig vindt men ze overal.

Volgende weekend vogeltelling, kijk op onze site. Tot volgende keer Toon Selten.

Top