Grote Zilverreiger | 11 maart 2019

De Grote Zilverreiger (Ardea alba) is goed herkenbaar. Met zijn glanzende witte veren en grote dolkachtige, gele  snavel is het een opvallende verschijning. Hij is bijna even groot als de blauwe reiger en veel groter dan de algemenere kleine zilverreiger. Hij vliegt met trage krachtige vleugelslagen; de lange donkere poten en tenen gestrekt, en de nek ingetrokken. In het broedseizoen heeft hij een veel donkerder snavel en lange pluimen op de kop, en kleuren de poten geel. Het is een fraai gezicht om een zo subtropisch aandoende grote zilverreiger in een weidegebied te zien rondstappen. Hij eet voornamelijk vis maar ook kikkers, muizen, kleine vogels en mollen.

grote zilverreiger kop Jos Wijnen

Grote zilverreiger (Ardea alba) ©Jos Wijnen

 

In de winter zijn ze ook op akkers te vinden waar tarwe is blijven staan, hier zoeken ze naar muizen en woelratten die van de tarwekorrels snoepen. Ze jagen ook langs brede watergangen, op grasland en op stoppelvelden. Als er maar muizen zijn. Op de foto een grote zilverreiger in een weiland die een woelmuis heeft verschalkt.

In de jaren zeventig legden vogelliefhebbers soms vele kilometers af om de grote zilverreiger te kunnen waarnemen. Hij was een dwaalgast uit de Neusiedler See op de Oostenrijks-Hongaarse grens. Eind jaren zeventig broedde het eerste paartje grote zilverreigers in Nederland, in de Oostvaarder-plassen. Nu broedden er ruim driehonderd paar grote zilverreigers in Nederland en zijn ze niet meer weg te denken van het platteland. ‘s Winters komen er honderden bij uit Zuidoost Europa. 

grote zilverreiger Jos Wijnen

Grote zilverreiger (Ardea alba) ©Jos Wijnen

 

Blauwe reigers broeden in bomen, maar de grote zilverreiger broedt in natte rietvelden. Hij broedt van april tot juni bij voorkeur in kolonies in rietmoerassen, oeverzones van meren en plassen, bossen langs rivieren en aan de kust bij de mondingen van rivieren. Om te nestelen heeft de grote zilverreiger een flinke hoeveelheid overjarig riet nodig, maar geregeld worden ook wilgen gebruikt om het nest in te bouwen. Een  legsel bestaat meestal uit drie a vier eieren, en deze worden uitgebroed in vijfentwintig dagen, en na twee maanden zijn de jongen volgroeid. Maar voor die tijd maken ze al lopend of klimmend uitstapjes in de buurt van het nest.

Na de broedtijd zwermen de oude en jonge reigers uit over het land.

Veruit de meeste grote zilverreigers broeden in Oekraïne, gevolgd door Hongarije, Oostenrijk en Roemenië.

In de winter kunnen we ze bijna overal waar zoet water is aantreffen. Vooral in polders, in weidegebieden, sloten en uiterwaarden.

Tot een volgende keer. Jos Wijnen (foto’s: Jos Wijnen).

 

Wilt u meer weten over vogels, doe dan mee met de voorjaarscursus vogelherkenning.

Voor informatie kijk op site: www.vogelwerkgroephokske.nl of bel  06 1120 3333 Jan Peeters.

De cursus start op 18 maart a.s dus wees op tijd.

Top