Territoriumdrang bij vogels | 23 maart 2019

Het jaar lijkt nog maar net begonnen maar we schrijven inmiddels alweer maart-april, en wat de vogels betreft die zijn al weer bezig met het vastleggen van hun territorium en hun broedgebied. 

Merel 3 Jos Wijnen

Merel (Turdus merula) ©Jos Wijnen

 

Een merel of roodborst die zijn eigen beeld ziet in een raam of autospiegel zal dit trachten aan te vallen. Hij volgt een gedragspatroon dat even diep in hem verankert ligt als de drang om te paren of voedsel te zoeken. Deze agressie hangt samen met de verdediging van een territorium, want dit is voor het voortbestaan van de vogel even belangrijk als eten en broeden. Door een gebied te begrenzen en te verdedigen tegen mannetjes van zijn eigen soort verkrijgt hij het alleenrecht op een hoeveelheid voedsel, nestmateriaal en nestgelegenheid. Tevens heeft hij een terrein waar hij geen last heeft van rivalen en waar hij met zijn partner kan paren, broeden en jongen grootbrengen. Tegen andere vogelsoorten hoeft de merel (foto) zijn territorium meestal niet te verdedigen want die eten zelden hetzelfde voedsel. Nagenoeg iedere vogelsoort houdt er zijn territorium op na. Dit geldt voor de boomkruiper alsook voor de grotere vogels zoals bijv. de arend. Vogels die in kolonie broeden (met grote groepen van dezelfde soort dicht bij elkaar) zullen hun territorium vaak gezamenlijk verdedigen tegen indringers.

 

Van enkele vogelsoorten zijn de afmetingen van hun territorium bekend.

Fuut                 : een kleine strook rondom het nest tot een paar hectare meren en plassen.

Havik               : vele hectares naaldbossen.

Kievit               : 1 hectare weiland.

Bosuil              : ca. 25 hectare Parken en bossen.

Roodstaartje   : ½ hectare Parken en bossen.

Geelgors         : 20 are heggen en bouwland.

Grauwe gors   : 1 hectare bouwland.

Roodborst       : 6000 tot 8000 vierkante meter.

Nijlgans           : +/- 1 hectare meren en plassen.

 

De omvang van het territorium loopt van soort tot soort sterk uiteen. Dit hangt af van de hoeveelheid beschikbaar voedsel en het aanwezige aantal vogelparen. De middelen waarmee de meeste vogels hun gebied verdedigen zijn hun zang, imponeergedrag en desnoods  ‘lichamelijk geweld’. Vooral in het voorjaar moet er nogal eens “wapengeweld” worden toegepast om een gebied te verwerven. Als de orde eenmaal is gevestigd zijn de bezitters erg veilig binnen hun gebied. Bij vele soorten zijn de grenzen van hun territorium scherp afgebakend door natuurlijke afscheidingen o.a. bomen, struiken open plekken of een bosrand. Soms bepaalt de houding van een vogel de grens. Na het broedseizoen verdwijnt bij de meeste vogelsoorten de drang om hun territorium te verdedigen. Wel komen paren die elders overwinteren in een volgend broedseizoen terug in hun vorig broedgebied, en veelal begint dan de strijd weer opnieuw.

Dank voor het lezen en tot de volgende keer, Jos Wijnen. (foto: Jos Wijnen)

Top