Uitvliegen; een gevaarlijke onderneming | 16 juni 2019

Voor veel vogels loopt het broedseizoen  langzaam ten einde, en de jonge vogels beginnen uit te vliegen. Voor hen begint nu een barre tijd, ze moeten nu het veilige en beschermde nest verlaten. Ze zullen zich in een voor hen nog vreemde, en vaak vijandige wereld zonder de hulp van hun ouders moeten zien te redden. Ook zullen ze moeten leren om zelfstandig naar voedsel te zoeken, al worden ze de eerste dagen nog wel door de ouders gevoerd. maar daarna zullen ze het toch echt zelf moeten doen.

SpechtJos Wijnen

Op de foto zien we een jonge bonte specht die op het punt staat de nestholte te verlaten ©Jos Wijnen

 

Jonge vogels kunnen in het begin nog niet goed vliegen en er kan er nog wel eens eentje op de grond terecht komen. Laat ze rustig zitten, vaak komen de ouders nog voeren en ze zullen proberen  om de “verdwaalde” gast naar een veilige plek te lokken. Het zijn echter vooral deze nestjongen en pas uitgevlogen vogels die in grote getale ten prooi vallen aan katten, wezels, ratten, bunzings, gaaien, kraaien, kauwen en eksters. Vooral gaaien, kraaien en eksters zijn echte nestrovers. Reeds enkele weken tevoren verkennen zij de omgeving op de aanwezigheid van bouwende en broedende vogels. Momenteel lijkt vooral het aantal kauwen en eksters zo sterk toe te nemen dat het evenwicht wordt verstoort. De kleinere vogelsoorten zoals merels, vinken, jonge fazanten en jonge patrijzen worden in grote aantallen het slachtoffer van deze geduchte rovers. Jonge eendjes en gansjes kunnen terwijl ze op het water zitten worden aangevallen door waterratten of reigers. Ook worden ze vaak slachtoffer van het verkeer doordat ze bij het oversteken worden aangereden. Minder bekent is misschien dat ook Blauwe reigers en Ooievaars zich vaak schuldig maken aan het oppeuzelen van jonge pas uit het ei gekomen weidevogels maar ook patrijzen en fazantenkuikens staan op hun menu. Ook spechten  verorberen nog wel eens pas uitgevlogen zangvogels. Spechten zijn soms zelfs zo brutaal dat ze jonge mezen die zich vlak voor het uitvliegen voor de invliegopening van de nestkast vertonen, pardoes met hun lange snavel naar buiten trekken. Dan hebben we ook nog vossen en marters. De vos is niet zo talrijk vertegenwoordigd als de andere genoemde roofdieren maar is zeker niet de minst gevaarlijke. Op zijn roof- en zwerftochten overvalt hij veel broedende fazanten, eenden en patrijzen. Ook de jongen ervan die nog niet kunnen vliegen, behoren vaak tot zijn prooi. Het aantal vossen is de laatste jaren zeer sterk toegenomen, hiervan worden veel op de grond broedende vogels waaronder ook veel weidevogels het slachtoffer. Marters eten ook graag eieren en jonge vogels, waarbij ze in tegenstelling tot de vos die op de grond blijft,  gemakkelijk in bomen klimmen en zo de hooggelegen nesten en nestkasten leeg roven. Alsof met al het bovenstaande de vogelstand nog niet genoeg wordt belaagd, zijn er ook nog vaak de weersomstandigheden, die vooral de stand van de grondbroedvogels sterk kunnen beïnvloeden. Langdurige regenperioden veroorzaken veel slachtoffers onder patrijzen, fazanten en jonge eendjes. Insiders weten te vertellen dat er per nest jonge fazanten (8-10 stuks) er slechts 2 volwassen worden. Dit alles lijkt nogal een wrede bedoening maar in de natuur geldt nu eenmaal het recht van de sterkste. Om de soort in stand te houden is het nodig dat de sterkste en gezondste jongen overleven hoe wreed dat voor ons soms ook lijkt.

Tot een volgende keer, Jos Wijnen 

Top