Wat weetjes over het ringen van vogels | 23 juni 2019

Via ons nestkastenproject op de Gelderheide kregen we het verzoek om van de Bonte vliegenvangers die er broeden de jongen te mogen ringen voor het vogeltrekstation. Dit is ook gebeurd, de jongen zijn gemeten gewogen en geringd en weer terug gezet. Inmiddels zijn ze reeds uitgevlogen. Dit was de aanleiding voor mij om iets over het ringen van vogels te schrijven. Het ringen van vogels heeft als doel meer te weten te komen, over het gedrag, levenscyclus, bewegingen maar speciaal over de vogeltrek. Dit komt men te weten door het terug vangen van vogels met zogenaamde mistnetten, die overigens ook gebruikt worden om vogels te ringen, welke niet vanaf het nest geringd zijn. Dit ringen mag alleen gebeuren door, daarvoor speciaal opgeleide en gekwalificeerde ringers die ook regelmatig weer op cursus moeten om hun ringlicentie te kunnen behouden. Het ringen van vogels valt onder verantwoordelijkheid van het Vogeltrekstation (Nederlandse Ringcentrale). De ringen kunnen ons vertellen hoe lang vogels gemiddeld leven, Hoe en hoe snel ze trekken en waar ze overwinteren. De gegevens gaan allemaal weer naar het vogeltrekstation. Het Vogeltrekstation in Wageningen heeft al vele jaren een modern en krachtig computersysteem tot zijn beschikking, waardoor er snel en betrouwbaar grote hoeveelheden gegevens kunnen worden verwerkt en verstrekt. Het gaat er dus tegenwoordig zeer modern aan toe. Toch is het vogels “ringen” al zeer lang bezig.

ring

 

In 1740 gebruikte de Duitse ornitholoog Johan Leonard Frisch gekleurde draden welke hij bond om de poten van Boerenzwaluwen. Omdat de kleuren niet uitliepen, kon Frisch bewijzen dat zwaluwen niet onder water overwinterden zoals men toentertijd  aannam. In het begin van de 19de eeuw bond John James Audubon een zilveren draad rond de poot van een Grauwe vliegenvanger maar hij kon dit experiment niet voltooien. Eind 19de  eeuw in 1890 gebruikte een landeigenaar  uit Northumberland  voor het eerst aluminium ringen rond de poten van jonge Houtsnippen om hun bewegingen te kunnen bestuderen. In het begin van de 20ste eeuw begonnen verschillende ornithologen in Noord- Amerika en Europa officieel met het ringen van vogels. In Nederland begon men in 1911 en sindsdien zijn er ruim 10,5 miljoen vogels van metalen ringetjes voorzien. Jaarlijks komen daar ± 285.000 geringde vogels bij. In België begon men met ringen in 1927 daar zijn sindsdien 23 miljoen vogels geringd. Daar ringt men veel meer. Gemiddeld worden er daar de laatste jaren 660.000 vogels geringd. Alle Ringcentrales in Europa werken nauw samen en coördineren hun methoden en de dataopslag onder de paraplu van EURING (European Union for Bird Ringing), welke in Heteren (Nederland) de databank heeft, waar terugmeldingen worden opgeslagen van vele landen.  Bij grote vogels gebruikt men dikwijls meerdere ringen waaronder kleurringen die dan met een verrekijker zijn af te lezen. Bij ganzen voorziet men deze tevens van halsbanden waardoor het zeer eenvoudig is deze af te lezen. Tegenwoordig wordt ook steeds meer gewerkt met satelliet-telemetrie. Dit kan echter al het ringen niet vervangen. In de eerste plaats omdat de moderne techniek nog niet in staat is de zenders en stroombronnen zo klein te maken dat ook vogels met een grootte van een Kleine Karekiet daarmee kunnen worden uitgerust. In de tweede plaats omdat dergelijke zenders nu nog duizenden euro's per stuk kosten. Ook komt daar nog bij dat de huurkosten voor de satelliet momenteel nog onbetaalbaar zijn. Nog een nadeel komt daarbij nog om de hoek kijken, als een vogel in het wintergebied of tijdens de trek omkomt, dat dan de zender en gegevens meestal als verloren beschouwd kunnen worden, en een eventueel ingebrachte microchip niet wordt opgemerkt, of niet kan worden uitgelezen. Zodoende zijn dan veel geld en gegevens verloren. Bij grotere vogels wordt meer gebruik gemaakt van satelliet-telemetrie. In de toekomst verwacht ik hiervan in het algemeen toch een grotere toename.

Tot een volgende keer Toon Selten

Top