De Oeverzwaluw | 2 augustus 2019

Dit is de kleinste zwaluw van Europa de belangrijkste kenmerken van de Oeverzwaluw (Riparia riparia) zijn het kleine formaat, de grijsbruine bovenzijde en de witte onderkant met bruine borstband, de staart is enigszins gevorkt. Waar een steeds groter deel van het landschap verdwijnt onder een beton of asfaltdek, krimpt ook de leefruimte van veel vogelsoorten steeds verder in. De Oeverzwaluw maakt hierop een uitzondering, de vele afgravingen en zandbergen die de bouwindustrie  achterlaat, verschaffen de Oeverzwaluw nieuwe nestplaatsen. Oeverzwaluwen zijn koloniebroeders en nestelen van nature in rivieroevers en steile wanden van afgravingen. Ze voeden zich met kleine insecten en muggen die ze in de vlucht, veelal boven het water vangen.

oeverzwaluw 1 Jos Wijnen

Oeverzwaluw (Riparia riparia) ©Jos Wijnen

 

De vogels komen eind april aan en worden soms gedwongen in holen bescherming te zoeken tegen plotselinge koude-invallen. Ze graven de 60 tot 120 cm lange gangen zelf met hun  poten uit. Aan het einde van de gang ligt de nestkamer bekleed met sprieten en veertjes. Veel vogels nemen de woning van het vorige jaar weer in gebruik, maar als de zaak in tussentijd is ingestort, zijn ze in staat om in korte tijd weer een nieuwe gang te maken. De vier of vijf witte eieren worden voornamelijk door het vrouwtje bebroed. De broedduur bedraagt twee weken en na drie weken vliegen de jongen uit. Pas uitgevlogen jongen blijven nog een tijdje in de buurt van het nest en doen daar luchtacrobatiek en spelletjes en leren zo behendig vliegen. In de tijd dat een tweede broedsel wordt grootgebracht,  verdwijnen de jongen uit het eerste nest naar nieuwe voedselgebieden en verplaatsen zich daarbij soms wel honderden kilometers. In de herfst ontstaan grote gemeenschappelijke slaapplaatsen in rietvelden of wilgenbosjes. Het zijn trekvogels, de Europese populatie overwinterd in Afrika ten zuiden van de Sahara.

oeverzwaluw 2 Jos Wijnen

Oeverzwaluw (Riparia riparia) ©Jos Wijnen

 

Het aantal in ons land broedende oeverzwaluwen varieert enorm, (zo tussen de twintig en dertig duizend)  en hang ook af van de beschikbaarheid van steile wanden in Nederland door graaf- en bouwactiviteiten. In onze regio treffen we regelmatig kolonies Oeverzwaluwen aan, vooral op bouwplaatsen waar gegraven wordt. In sommige gevallen wordt de bouw zelfs stil gelegd wanneer een kolonie Oeverzwaluwen bezit heeft genomen van een steil afgegraven wand. De grootte van een kolonie varieert, maar op sommige plaatsen telt men al gauw 60 tot 80 gaten. Wanneer de jonge vogels uitvliegen is het een drukte van belang in de kolonie. We zien ze af en aan vliegen en om voedsel bedelen bij de ouders, maar al heel snel leren ze ook zelf allerlei vliegbewegingen om insecten te vangen.

Tot een volgende keer, Jos Wijnen

Top