Welkom bij Vogelwerkgroep ’t Hökske

een vereniging van vrijwilligers die zich inzet voor vogels
en hun leefomgeving in de regio Sevenum en Horst

Jong vogeltje gevonden, wat nu?

In deze tijd van het jaar kan het gebeuren dat je een jong vogeltje vindt dat er hulpeloos uit lijkt te zien. Wat nu te doen? In negen van de tien gevallen zijn de ouders in de buurt en hoef je niets te doen. Maar heel soms is er wél iets aan de hand. De vogelbescherming geeft in de link hieronder in zes vragen en antwoorden precies weer wanneer je ingrijpt (en wanneer niet):

Wat moet je (niet) doen?

Klik hier voor:

Jaarverslag 2025

Ook dit jaar doen wij weer mee met de Rabo ClubSupport.

 Steunt u ons ook?

 U kunt ook op ons stemmen buiten de gemeente Horst

Van 7 september tot en met 29 september kunt u als lid van de Rabobank weer op ons stemmen.
Bent u nog geen lid, maar doet u wel zaken met de Rabobank? Dan is dit misschien het moment om u aan te melden als lid.
Ga hiervoor naar:   https://www.rabobank.nl/particulieren

Na aanmelding kunt tijdens de boven genoemde periode uw stem uitbrengen op onze vereniging.
Dit kunt u doen door in te loggen in de app of op Rabobank website en via ‘Zelf regelen’ en vervolgens ‘Mijn Lidmaatschap’ kunt u klikken op Rabo ClubSupport.

Met  een stem op ons en het geld bedrag wat wij dan van de Rabobank ontvangen kunnen wij meer doen voor de bekendheid en bescherming van vogels.
Het kost u niks en de vogels hebben onze steun hard nodig.

Mag ik u al vast hartelijk danken voor uw stem en steun.

Met vriendelijke groet,

Hans-Peter Uebelgünn en John Raedts

De Blauwe Reiger  (Ardea cinerea)

De Blauwe Reiger is de meest voorkomende reiger in Europa.
Als de Blauwe Reiger doodstil aan de waterkant staat, lijkt hij net een dode tak of paal. Zelfs bij het lopen beweegt hij zich zo langzaam en sluipend dat hij gemakkelijk aan de aandacht ontsnapt. Een argeloze vis wordt tenslotte het slachtoffer als de dubbelgevouwen hals met verrassende snelheid uitschiet en de dolkscherpe snavel zijn prooi grijpt. Vis is het hoofdvoedsel van de Blauwe Reiger. Hij kan vissen tot een lengte van wel 30 cm verzwelgen maar hij eet ook kikkers, kleine zoogdieren en ook wel eens jonge watervogels, ‘s winters worden ook veel muizen en mollen gegeten. Vanwege het feit dat hij vissen eet werd hij vroeger veel vervolgd. Rond 1960 werd het aantal broedparen geschat op 3.500 exemplaren. Bescherming en verbetering van de waterkwaliteit heeft er toe geleid dat er anno 2025 in Nederland weer een populatie van 11 tot 12 duizend broedparen wordt waargenomen.

Ook in onze omgeving komt de Blauwe Reiger veelvuldig voor. Langs slootkanten, in weidegebieden en aan de rand van vijvers en plassen treffen we hem aan. De honger drijft hem zelfs naar woonwijken waar hij soms in rap tempo kleine tuinvijvers leegvist. Bij grotere plassen kunnen we soms wel groepen reigers van meer dan 10 stuks aantreffen.
De Blauwe Reiger heeft in het verleden ook veel te lijden gehad van strenge winters en watervervuiling. Bij langdurige en strenge vorst, waarbij al het zoetwater dichtvriest en hun jachtgebied onbruikbaar wordt, komen er vele om. Gedurende de laatste jaren echter, met zachte winters, heeft hij zich weer redelijk hersteld.

De reiger is een koloniebroeder en ook in parken zien we vaak in het hoge geboomte een groot aantal flinke reigernesten. Elders in het land waar hoog geboomte ontbreekt, wordt in struiken gebroed en zelfs tussen het riet. Elk jaar wordt zo’n nest hersteld en wordt er bij gebouwd.
De vele onderlinge ruzies in de kolonie maken ons er op opmerkzaam, dat de reigers elk voor zich bepaalde territoria opeisen. Worden de grenzen hiervan door een ander overschreden, dan ontstaat gekrijs, gefladder met min of meer uitgestrekte halzen, terwijl ook de dolksnavel “goede” diensten bewijst bij de verdediging van dit territorium. Broeden doen ze in kolonies maar jagen doen ze het liefst alleen. Zelfs mannetje en vrouwtje hebben ieder hun eigen jachtgebied waar ze geen ander in de buurt dulden, op het nest komen ze dan weer samen.
Het eerste ei wordt gewoonlijk al in februari gelegd, een voltallig legsel bestaat uit drie tot vijf eieren. Beide ouders broeden en de eieren komen na 25 dagen uit. Jonge reigers zijn beslist niet mooi om te zien en het lawaai dat ze maken is oorverdovend. De jongen worden door beide ouders verzorgd. Al gauw worden de jonge vogels langere tijd aan zichzelf overgelaten. Van tijd tot tijd komen de oude reigers op het nest. Hiertoe geprikkeld door het voortdurend voedsel bedelen wordt een hoeveelheid half verteerd voedsel opgebraakt, dat door de jongen opgepeuzeld wordt.

Bij ons in de buurt in een bosje aan de Klassenweg kunnen we ook ieder jaar een kolonie Blauwe Reigers aantreffen. Ze zitten hoog in de bomen en er worden soms wel twintig nesten geteld. Dat ze hier jaarlijks terugkeren geeft toch wel aan dat er in de buurt voldoende voedsel te vinden is.

Tot een volgende keer, Jos Wijnen.

Foto@Jos Wijnen

De Steenuil vogel van het jaar.

Zoals elk jaar is er ook dit jaar door de vogelorganisaties weer een vogel van het jaar benoemd. Dit jaar is dat de Steenuil. Dit is het kleinste uiltje dat normaliter in Nederland voorkomt. De andere uilen zijn: de Oehoe, de Bosuil, de Ransuil en de Kerkuil.

Net als voor de Kerkuil en de Bosuil hebben we binnen onze werkgroep, een speciale werkgroep die de Steenuilen monitoren. Dat houdt in dat ze in het voorjaar voor het broedseizoen ons werkgebied met de fiets befietsen en dan de roep van het mannetje afspelen. Reageert een mannetje dan weten ze dat daar een territorium is. Men kijkt dan of daar een kast in de buurt is, deze staan allemaal op kaart. Is dit niet zo dan bekijkt men de mogelijkheid om daar een steenuilenkast te plaatsen. Na de legperiode wordt gecontroleerd welke kasten bewoond zijn en hoeveel eieren er eventueel in gelegd zijn. Later volgt nog een controle op de eventuele jongen. Deze gegevens worden weer doorgegeven aan Sovon vogelonderzoek.

Dankzij de gegevens van vele jaren weten we dat er vroeger veel meer steenuilen waren. In de jaren 50 van de vorige eeuw waren er ongeveer 25.000, momenteel liggen de aantallen tussen de 8.000 en 9.500. De meeste bevinden zich in het zuiden en oosten van het land, dus op de zandgronden. Hier neemt het aantal licht toe, maar op de kleigronden nemen ze nog harder af. Dit heeft wellicht met het voedselaanbod te maken, wat in hoofdzaak uit muizen, kevers en andere grote insecten bestaat.

Foto@Geert Custers

De naam Steenuil kreeg hij omdat hij vooral tussen steenhopen, rotsen en spleten broedt. Maar ze broeden ook dikwijls in oude schuurtjes onder de pannen, in boomholtes, die je onder andere nog vindt in hoogstam boomgaarden enz. Vroeger broeden ze ook wel in konijnenholen. Vooral in de duinen kon men ze daar aantreffen. Maar omdat er minder konijnen zijn, komen holen ook niet zo veel meer voor. Ze zijn graag in de nabijheid van mensen, daarom zijn ze ook meer bekend. Ze verblijven vooral graag in de nabijheid van boerenerven, daar is voor hun meestal veel voedsel te vinden. Tegen de schemer gaan ze op jacht. Op warme zomeravonden zie je ze ook wel eens over de grond lopen op zoek naar voedsel. Overdag kan men ze aantreffen op hun vaste rustplaats. Als je geluk hebt kun je ze aantreffen op een paaltje langs een weiland, op de dakrand of op de tak van een boom. Laat ons proberen ze in ere te houden.

Tot volgende week, Toon Selten.