Watervogeltellingen | 28 november 2019

 

Van de doelstellingen van de Vogelwerkgroep is naast bescherming en educatie ook inventarisatie een doelstelling. Een van de dingen die wij inventariseren is het tellen van watervogels op en langs de Maas en in de uiterwaarden. Dit doen we op verzoek van Sovon Vogelonderzoek Nederland, die op haar beurt deze gegevens weer doorgeeft aan het Centraal bureau voor de statistiek. Deze gegevens geven een goed beeld van de toename en of afname van bepaalde soorten. Niet alleen soorten die hier in de zomer ook verblijven, maar vooral die soorten die hier in de winter komen, onze zogenaamde wintergasten. Want deze tellingen op de rivieren en grote wateren, vinden plaats van september tot en met april. Deze tellingen worden op een vaste dag meestal de zaterdag het kortste bij de 15de van de maand, gelijktijdig in heel Nederland uitgevoerd om dubbeltellingen zo veel mogelijk uit te sluiten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van vogelwerkgroepen uit het hele land. Zo tellen wij het stuk tussen de pont van Lottum en de brug te Well. De wintergasten waar mij mee te maken krijgen zijn vooral ganzen en eenden en in mindere mate zwanen. Dit laatste verschil echter van jaar tot jaar. Een jaar of vijf geleden hadden we regelmatig nog behoorlijke groepen Knobbelzwanen of Kleine zwanen. De laatste jaren zijn er dat maar af en toe. De grootste aantallen waar wij me te maken hebben zijn de ganzen, en dan vooral Kolganzen.  Deze komen hier in de zomer vrijwel niet voor, maar in de winter des te meer. Ook zijn er altijd een groot aantal Grauwe ganzen. De Grauwe ganzen die hier in de zomer verblijven worden aangevuld met grote groepen uit het hoge noorden. Rietganzen komen er ook massaal doch deze verblijven niet veel langs de Maas, maar men vindt die meer op de akkers wat verder van de Maas op de aardappel en bietenvelden waar ze zich tegoed doen aan oogstresten. Er zijn meestal ook ganzen die hier niet thuishoren maar uit collecties ontsnapt zijn zoals

Grote Canadese, Indische en Grauwe ganzen.

 

 

 

Van de eenden maken de Smienten de grootste groep uit. Ook worden de Wintertalingen die het hele jaar hier verblijven aangevuld met gasten uit het hoge noorden. Als de winter streng wordt ziet men steeds meer, dat eenden die anders veel op de grotere wateren in het noorden van ons land verblijven ook de rivieren op gaan. Dan treft men grote groepen Tafeleenden, Kuifeenden en soms Brilduikers of zaagbekken aan. Dat zijn dan de krenten in de pap. De tellingen die dit najaar al gedaan zijn door het land hebben al aangetoond dat de Kolganzen vroeger waren als voorgaande jaren. Ook waren er ondanks het vrij zachte weer, bij de laatste telling reeds een klein aantal Brilduikers en Grote zaagbekken. Als het winterseizoen voorbij is worden op bepaalde plaatsen in Nederland ook in de zomer nog wel Ganzen en Zwanentellingen gedaan. Dit om een goede indruk te krijgen van de ganzen en zwanen die hier overzomeren. Dit heeft onder andere aangetoond dat niet de Grauwe gans, maar de Grote Canadese gans het snelste in Nederland toeneemt. Deze laatste soort is in vroegere jaren in veel steden in stadsparken uitgezet. Deze tellingen die soms wel eens een koud karweitje kunnen zijn, hebben dus wel degelijk zin.

 

Tot volgende keer Toon Selten

 

Agenda: 9 december tuinvogeltelling info avond in de Sevewaeg in Sevenum.

Toegang gratis en aanvang 20.00 uur.