Rode Wouw (Milvus milvus)

In verband met het 25 jaar bestaan van vogelwerkgroep ’t Hökske werd er op 20 januari j.l. bij “De Sevewaeg”, een interessante lezing gegeven over de Rode Wouw. Gepresenteerd door de heer Stef van Rijn uit Zutphen.

rodewouwjoswijnen

De ruim 50 personen die hierbij aanwezig waren zijn veel te weten gekomen over de leefwijze van deze mooie roofvogel.     

Aan de geknikte vleugels en de diep gevorkte staart herkent men de Rode Wouw.

In glijvlucht valt de gevorkte staart minder op maar ziet men wel de witte vleugelvlakken aan de onderkant

Een volwassen Rode Wouw heeft een grijsachtige kop, die bij oude vogels heel licht wordt. Jonge vogels zijn minder roodbruin en hebben een minder diep gevorkte staart. Er bestaat geen noemenswaardig verschil tussen mannetje en vrouwtje.

 

Met zijn mooi getekende kop en roestbruine veren behoort de Rode Wouw tot een van de mooiste en meest tot de verbeelding sprekende roofvogels die we kennen.

Rode Wouwen hebben in Europa een nogal versnippert verspreidingsgebied; ze komen als standvogel het meest voor in Spanje en aangrenzende gebieden. Hij komt in grote delen van Midden en Zuid-Europa voor als broedvogel. Met name in de hooggelegen delen van de Ardennen in België, en de Eiffel en het Sauerland in Duitsland. Hier telde men in 2016 nog 300 tot 350 broedparen. In Nederland komt de Rode Wouw voor in de oostkant van de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland en Zuid-Limburg. In 2018 telde men in Nederland 56 broedparen. Deze aantallen variëren nogal en dit heeft mogelijk te maken met goede en minder goede muizenjaren. Ze hebben open grasland nodig waar ze kunnen jagen op veldmuizen en woelratten. Door enkele vogels te voorzien van een klein zendertje kan men vrij nauwkeurig de vliegbewegingen van de Rode Wouw over grote afstanden volgen. Hieruit blijkt ook dat de meeste vogels in Spanje overwinteren, vroeg in het voorjaar, soms al in februari komen ze terug naar hun broedgebied.

Weinig roofvogels zijn imposanter in de vlucht en hun beheersing van het luchtruim is verbazingwekkend.

 

De Rode Wouw leeft van kleine gewervelde dieren, en grote insecten,  en dit menu vullen ze aan met aas en eetbaar afval, hun voedsel is zeer gevarieerd.

Ze nestelen in bomen waarin ze grote bouwsels maken van takken en klei. De horst van de Rode Wouw is tamelijk afgeplat en bekleed met gras en wol.

Ze verzorgen meestal maar één legsel per jaar, en leggen dan twee eieren die ze in 31 tot 32 dagen uitbroeden. Na ongeveer twee maanden door hun ouders te zijn gevoerd vliegen de jongen uit. Hierna worden ze nog zeker twee tot drie weken door de ouders bijgevoerd voordat ze volledig zelfstandig zijn. Om voldoende voedsel voor hun jongen aan te dragen leggen beide ouders grote afstanden af, ze jagen tot wel acht kilometer van het nest. Verbazingwekkend  hierbij is  dat ze, ondanks  flinke afstanden, steeds weer feilloos hun nest weten terug te vinden.

De Oehoe is een natuurlijke vijand,  deze grootste uil verschalkt nog wel eens een Wouw. Maar veruit de meeste Wouwen sneuvelen door toedoen van de mens. Het strooien van gif om ongedierte zoals muizen en ratten te bestrijden is funest voor de Wouw omdat hij ook aas eet en zo het gif binnen krijgt en sterft. Daarnaast is er nog een groot probleem, namelijk de windturbines die tegenwoordig overal worden neergezet, vooral in Duitsland worden veel roofvogels het slachtoffer van de draaiende wieken.

Rode Wouwen die ondanks alles deze gevaren weten te omzeilen, kunnen wel twintig jaar oud worden.

 

Dank voor het lezen en tot een volgende keer.  Jos Wijnen (Foto: Jos Wijnen).

 

Agenda: Voorjaars cursus vogeltelling, kijk hiervoor op www.vogelwerkgroephokske.nl

 

 

Top