×

Fout

[SIGPLUS_EXCEPTION_SOURCE] Image source is expected to be a full URL or a path relative to the image base folder specified in the back-end but aalscholver ID is neither a URL nor a relative path to an existing file or folder.

Aalscholver | soortbeschrijving

De aalscholver (Phalacrocorax carbo), ook wel scholver, scholverd, schollevaar of koolgans genoemd, is een tamelijk grote en opvallende vogel, is 80 tot 100 cm lang met een vleugelspanwijdte van 121 tot 149 cm. De aalscholver voorkomend in West-Europa behoort tot de familie van de aalscholvers (Phalacrocoracidae).

{gallery rotator_delay=2000 preview_padding=3 lightbox_slideshow=3000 lightbox_autostart=1}aalscholver ID{/gallery}

 

De aalscholver lijkt vrijwel geheel zwart, maar is grotendeels diep bronsgroen. Elk bovenvleugelveertje heeft een subtiel zwart randje, waardoor de aalscholver als zwart aangezien wordt. Het geeft een geschubd uiterlijk. Ze hebben een opvallende witte wang en een gele plek op de plaats van de aanhechting van de bek. De snavel is lang met een haakvormige punt. In de broedtijd, tussen februari en juni, zijn ze het mooist van kleur. Er verschijnt er een witte "dijvlek". (anatomisch geen dij, maar het bevederde scheenbeen (tibia)), witte wangen en zilverwitte manen op kruin en nek. De onbevederde keel kleurt geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

 

Tussen de voortenen heeft de aalscholver zwemvliezen en kan dus zwemmen. Door te duiken wordt de levende vis gevangen, zoals voorn, baars, snoekbaars en paling. Een aalscholver eet dagelijks zeker 500 gram vis, maar in de broedtijd kan dit oplopen tot 1000 gram per vogel bij een nest met drie halfvolgroeide jongen. Dat is de reden waarom de beroepsvissers de aalscholver aanmerken als een van de oorzaken van de achteruitgang van de visstand, zoals de palingstand, maar ieder wetenschappelijk bewijs daarvoor ontbreekt.

Hun vlucht is stevig en resoluut, ze vliegen in strakke lijn naar hun bestemming. Vertrouwd is ook het beeld van aalscholvers met gespreide vleugels om ze te laten drogen. 

 

Buiten het broedseizoen is hun geluid zelden te horen, maar in de kolonies zijn ze erg luidruchtig. Diverse lage keelklanken; volwassen vogels roepen vaak 'rraaaahhh", de jonge vogels kokken en kekkeren. 

 

Aalscholvers broeden in kolonies en de broedperiode begint vroeg, soms al in december. De tweede legsle al vanaf half april, maar wel lagere aantallen. Zo zijn de kolonies tot eind augustus bezet. Tweede legsels vanaf half april, maar lagere aantallen. De kolonies liggen, dicht bij visrijk water, in het binnenland, in moerasbossen, aan de kust ook in duinen, kwelders en op eilanden. De nesten bevinden zich meestal in bomen, maar soms ook op de grond of in riet. Het baltsritueel vindt plaats op nest, waarbij overvliegend vrouwtje aangetrokken wordt door onder meer de fel afstekende witte dijen. Het legsel bestaat gemiddeld uit 3 tot 4 eieren, die 27 tot 31 dagen worden bebroed. De jongen vliegen na zo'n 50 dagen uit, maar blijven nog een tijdje bij het nest.

Aalscholvers uit West-Europa verspreiden zich of trekken zuid tot zuidwestwaarts naar open meren of kustgebieden, tot aan Tunesië. Bij streng winterweer trekken onze aalscholvers weg, overwegend zuidwaarts tot aan Middellandse Zee. Tijdens de trek en in de winter verblijven in ons land ook aalscholvers uit het Oostzeegebied en Noord-Duitsland. 

Terug