Witte kwikstaart | soortbeschrijving

De witte kwikstaart (Motacilla alba) is een slanke vogel, 16½-18cm, met smalle, zwart-witte staart die hij voortdurend op en neer beweegt. Het volwassen mannetje weegt 20-24,6 gram en heeft een kenmerkend zwart-wit patroon op de kop, witte oogrand, zwarte kopkap en borststuk. Het vrouwtje weegt 17,6-21,9 gram. De witte kwikstaart heeft een lange staart die voortdurend heen en weer wordt bewogen en een diepe golvende vlucht.

 

De witte kwikstaart gebruikt het meest de schelle roep, "tsi-tsick!" en in het territorium een vloeiend "tsji-liét", maar kan ook langdurig en gevarieerd zingen.

Witte kwikstaart KLEIN Herm Nelissen

Witte kwikstaart ♂ ©Herm Nelissen

 

De witte kwikstaart zoekt meestal lopend op de grond voedsel, op platteland, akkers, gorzen en slikken, graslanden, oevers, park en tuin, golfbanen, stedelijk gebied, industrieterreinen en op meer uitgestrekte weilanden. Ze kunnen meelopen achter ploeg of trekker op zoek naar een hapje, rennen voortdurend achter insecten aan, soms met korte vluchtjes. Hun voedsel bestaat uit insecten, vooral muggen, vliegen, libellen, vlinders en hun larven. 

Witte Kwikstaart KLEIN Geert Lamers

 Witte kwikstaart ♀ ©Geert Lamers

 

Ze broeden van april tot augustus, 2 keer per jaar op het platteland, in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten, onder bruggen en in de zeereep, meestal in de menselijke omgeving.. Het legsel bestaat meestal uit 4-6 blauwe, grijze of geelachtige eieren met grijze vlekjes, die 12-14 dagen worden bebroed. De jongen vliegen na 13-14 dagen en worden daarna nog 4-7 dagen gevoerd door de ouders.

 

Vanaf half september tot eind november trekken de Nederlandse witte kwikstaarten in zuidwestelijke richting via het Iberisch schiereiland naar Marokko. Doortrekkers zijn in het hele land vanaf eind februari tot eind april, en in het najaar van half september tot half november te zien. In maart keren de Nederlandse witte kwikstaarten massaal terug en verblijven dan op drassige weilanden. Tijdens zachte winters schaars als overwinteraar.

1024px MotacillaAlbaDistribution.svg

Distribution White Wagtails ©L. Shyamal (wikipedia.en)

 

De ondersoorten die in Nederland voorkomen zijn:

 

De nominaat of White-faced Wagtail (Motacilla alba alba) broedt in Groenland, IJsland, Faeröereilanden en in Europa tot het Oeralgebergte richting het oosten. De man is zwart-wit met witte vleugelstrepen en zwarte keel in prachtkleed. Het vrouwtje is minder uitgesproken zwart-wit getekend. De juveniel is valer en hebben veel wit op de kop.

De meest voorkomende ondersoort, de rouwkwikstaart of Pied Wagtail (Motacilla alba yarellii) broedt op de Britse eilanden, de kanaaleilanden en aan de westkust van Europa. De man heeft een zwarte rug die overgaat in zwarte kopkap, het zwart van de keel loopt door aan de zijkant van de nek. In andere kleden te herkennen aan de zwarte stuit en donkergrijze flanken en meer wit in de vleugel. 

 Terug