Gele kwikstaart | soortbeschrijving

Het geluid van de gele kwikstaart is een hoog, enkelvoudig, oplopend 'tswie' en de zang is een triller. 

 

De gele kwikstaart loopt afwisseld met rennend met een sprintvluchtje, op zoek naar voedsel, voornamelijk bodembewonende spinnen en insecten, vooral kevers, vliegen, muggen, wantsen en cicaden, tussen grazend vee. Ze pikken de insecten op die door het vee worden opgejaagd. Soms aangevuld met zaden.

Gele Kwikstaart KLEIN Ivo van den Berg

Gele kwikstaart ©Ivo van den Berg

 

Ze broeden 1 tot 2 keer per jaar van eind april tot in juli. Het nest wordt goed verstopt op de grond. Het legsel bestaat meestal uit 4 tot 6 eieren, die 12 tot 14 dagen worden bebroed. De jongen verblijven 10-13 dagen in het nest, waarna ze binnen enkele dagen goed kunnen vliegen.

 

Gele kwikstaarten trekken overdag in groepen in zuidelijke tot zuidwestelijke richting, via Frankrijk en het Iberisch Schiereiland naar Afrika. De meeste overwinteren in het Sahelgebied. Doortrekkers zijn vanaf eind maart tot in mei en vanaf half augustus tot eind september te zien in Nederland.

gelekwik KLEIN Geert Lamers

Gele kwikstaart ©Geert Lamers

 

Van de 11 ondersoorten, worden er verschillenden in Nederland waargenomen. 

Yellow wagtails

Yellow Wagtails ©BirdingNetherlands

 

Gele kwikstaart (nominaat) of Blue-headed Wagtail of Motacilla flava flava Linnaeus, 1758

De man heeft een blauwgrijze kop met een brede witte wenkbrauwstreep en baardstreep, gele keel met soms wit op de kin, wat niet doorloopt in de nek, zoals bij de Motacilla flava beema. De onderkant is geel en de bovenkant olijfgroen, spitse snavel. In zijn prachtkleed heeft hij een duidelijke gele keel en borst. 

De vrouw lijkt op de man is is over het geheel valer van kleur.

Broedgebied: van zuid Scandinavië naar Frankrijk en de bergketens van Centraal Europa, oostelijk naar het Oeralgebergte.

Overwinteringsgebied: Afrika, ten zuiden van de Sahara

 

Engelse kwikstaart of British Yellow Wagtail of Motacilla flava flavissima (Blyth, 1834)

De man heeft een geelgroene kop met een heldergele wenkbrauwstreep. De onderkant is geel en de bovenkant olijfgroen.Broedgebied: Engeland, Ierland, Kanaaleilanden en aangrenzende kustgebieden van Europa. In Nederland, met een klein aantal, in de bollenstreek.(open landschappen)

Overwinteringsgebied: West-Afrika (Senegal en Gambia)

 

Noordse kwikstaart of Grey-headed Wagtail of Motacilla flava thunbergi Billberg, 1828

De man heeft een zeer donker blauwgrijze kop, vaak tegen zwart aan, reikend tot aan zijn wangen, gele keel en geen wenkbrauwstreep, maar kan een kleine witte baardstreep hebben. Nek en mantel zijn minder contasterend dan bij Motacilla flava feldegg.

Broedgebied: centraal en noord Scandinavië en noord Estland richting het oosten naar Siberië tot de Kolyma rivier.

Overwinteringsgebied: Afrika, ten zuiden van de Sahara, mogelijk ook noordoost Afrika en zuidoost Azïe.

De Noordse kwikstaart broedt in Scandinavië en passeert Nederland op weg naar Afrika. Tijdens deze trekperiodes zijn ze te zien in Nederland. Let dus goed op, het is mogelijk om een Noordse kwikstaart te zien tussen groepen kwikstaarten. Ze zijn in het najaar wat moeilijker te onderscheiden van gele kwikstaarten maar in het voorjaar valt de geheel donker kop van de man goed op.

 

Balkan kwikstaart of Black-headed Wagtail of Motacilla flava feldegg Michahelles, 1830

De man heeft een zwarte kopkap, gele geel en een sterke contrasterende lijn tussen zwart in de nek en de bruingroene mantel.

Broedgebied: oost-Europa, Balkan (Slovenië,Kroatië, Bosnië&Herzegovia,Servië, Montenegro, Kosova, Macedonië, Albanië, Griekenland, Bulgarije en Europees Turkije), Roemenië, Oekraïne en Turkije verder richting het oosten, zuidoosten.

Overwinteringsgebied: Afrika; Nigeria, Soedan, Oeganda, Rwanda, Burundi en Democratische Republiek Congo

 

'Iberische' gele kwikstaart of Iberian Yellow Wagtail of Motacilla flava iberiae E. J. O. Hartert, 1921 

De man heeft een donkerblauwe kop met een helderwitte wenkbrauwstreep.

Broedgebied: Iberisch schiereiland (Spanj en Portugal), zuidoost Frankrijk en noordwest Afrika zuidwaarts tot de Banc d’Arguin eilanden (Mauritanië).

Overwinteringsgebied: west en noord-centraal Afrika.

 

Witkeelkwikstaart of Ashy-headed Wagtail of Motacilla flava cinereocapilla Savi, 1831

De man heeft een donkerblauwe, zogenaamde askleur, kop met een smalle, kleine wenkbrauwstreep achter het oog, witte keel.

Broedgebied: Italië met de mediterrane eilanden, Sardinië en Sicilië, zuidwest Slovenië en noordwest Kroatië.

Overwinteringsgebied: Afrika, langs de mediterrane kust, Mali oostwaarts richting het Tjsaadmeer.

 

'Sykes' gele kwikstaart' of Sykes' wagtail of Motacilla flava beema (Sykes, 1832)

De man heeft een lichtgrijze kop, lijkt op de M.f.lutea, maar 'uitgewassen' witte oorvlekken.

Broedgebied: Upper Volga rivier oostwaarts richting zuidwest Siberië, Kazakhstan en het Altajgebergte, het Himalaya gebergte, Ladakh tot noord Kashmir.

Overwinteringsgebied: Indian subcontinent (India, Bangladesh, Bhutan, Nepal, Sri Lanka and Pakistan), Arabië en oost Afrika.

 

'Geelkop kwikstaart' of Yellow-headed Wagtail of Motacilla flava lutea (S. G. Gmelin, 1774)

De man heeft een gele kop en een groene nek, patronen op de kop zijn minder dan bij andere kwikstaarten, lijkt op de man van de citroenkwikstaart of Citrine Wagtail (Motacilla citreola)

Broedgebied: zuidwest Rusland tussen de Lower Volga rivier en de Irtysh rivier, noord Kazakhstan oostwaarts tot het Chany meer en het Zaysan meer.

Overwinteringsgebied: Afrika en het Indian subcontinent (India, Bangladesh, Bhutan, Nepal, Sri Lanka and Pakistan)

 

Niet erkende ondersoorten:

Motacilla flava 'superciliaris' uit zuidoost Rusland, lijkt op M. f. feldegg, maar heeft een witte wenkbrauwstreep (feldegg x flava or beema

Motacilla flava 'domdrowski' uit Roemenië, lijkt op M. f. flava, maar met donkere oorvlekken (feldegg x flava or beema / thunbergi x flava or beema)

Terug