Oeverzwaluw | soortbeschrijving

De oeverzwaluw (Riparia riparia) is een zangvogel uit de familie van de zwaluwen (Hirundinidae), een sociale vogel en brengt een groot deel van zijn leven door in het gezelschap van andere zwaluwsoorten. De volwassen vogel is 12 tot 13 cm groot en weegt 11 tot 19,5 gram, dof grijsbruin aan de bovenkant en vrijwel wit aan de onderkant, bruine borstband, een relatief kleine zwarte snavel, donkerbruine poten en een korte, lichtgevorkte staart. De juveniel heeft rossige vlekken op de staartveren. De vlucht is snel en schokkerig.

   

De oeverzwaluw laat een kwetterend en zoemend lied horen dat tijdens de vlucht continu doorgaat. Alleen als deze zwaluw zit daalt het volume en zijn er meer pauzes in de zang. Luide alarmkreten laat de oeverzwaluw horen als een roofvogel of een andere natuurlijke vijand nadert. Het voedsel bestaat uit kleine insecten, zoals knutten, bladluizen en kleine kevers. Er bestaat onderling met andere zwaluwsoorten weinig voedselconcurentie, omdat de meeste andere zwaluwsoorten op grotere insecten jagen. De oeverzwaluw scheert vaak laag boven het water jagend op insecten die afhankelijk van water zijn voor hun voortplanting. Ze broeden in kolonies van midden tot eind mei, 1 tot 2 legsels per jaar, in tunnels van tien centimeter tot ruim een meter, uitgegraven in zand of grind in steile oevers, afgravingen en gronddepots. Over het algemeen wordt elk jaar een nieuw nest uitgegraven, maar soms graaft een oeverzwaluw een oud nest verder uit en gebruikt deze voor een nieuw broedjaar. Het aantal nesten in een broedkolonie varieert van een tiental tot enkele honderden. Soms bevinden zich de holtes dicht op elkaar, bij grote kolonies, om ruimte te besparen. Het nest wordt met stro en veren in een ruimte aan het eind van de gegraven tunnel gebouwd. Het legsel bestaat uit 4 tot 6 dofwitte eieren, grotendeels bebroed door het vrouwtje. Zij heeft een broedvlek aan de onderzijde van haar lichaam. Deze speciale plek is neit met veren bedekt, zodat er zo weining mogelijk lichaamswarmte verloren gaat. 

 

De oeverzwaluw heeft het hele jaar door een voorkeur voor een gebied vlakbij grote waterpartijen, zoals rivieren, meren en soms zelfs de oceaan. In gebergten komt hij derhalve vrijwel niet voor. Ze hebben, op één (de boerenzwaluw) na het grootste verspreidingsgebied van de zwaluwen, grote delen van Noord-Amerika, Europa en Azië. Rond eind maart zijn ze terug in hun broedgebied en rond augustus verzamelen ze zich om tot aan het eind van september te vertrekken naar hun overwinteringsgebieden in Zuid-Amerika, Afrika en de Zuidoost-Aziatische eilanden.

Terug